Mattheis, vleeshouwer

Het huwelijk van Mattheis en Jenneke in 1805, zie het vorige blog, is een bewogen moment in hun leven. Als we het gezin in Zaltbommel volgen zien we dat er verder weinig opmerkelijke feiten zijn opgetekend. Na zoon Mathijs Arnold, roepnaam Arnoldus, worden nog 6 kinderen geboren, totaal 4 jongens en 3 meisjes. Een sterk geslacht, want alle 7 kinderen worden volwassen. Zoon Jan overlijdt als hij 23 is, de anderen bereiken een hoge leeftijd, respectievelijk 68, 73, 76 (2x) en 82 (2x) jaar.
Hier alle gegevens op een rij.

De Groothoffen vormen een hechte clan in Zaltbommel; bij huwelijken en overlijden zijn ooms en neven over en weer getuige. Mattheis kom je echter niet tegen als getuige, hij kon niet schrijven. Bij de geboorte van Jan in 1811, Franse tijd, wordt bij de ‘burgerlijke stand’ opgetekend “… les deux témoins ci dessus dénommés ont signé avec moi, le père de l’enfant sachant ne pas écrire”.

Geb acte Jan M2 1811 ne sachant pas ecrire

[…de twee getuigen, hieronder vermeld, hebben met mij, vader van het kind, niet kunnende schrijven, ondertekend].
Hij doet zijn best om te leren schrijven, maar veel vorderingen maakt hij niet. In 1816 ondertekent hij de geboorteaangifte van Willem als volgt:

Handtekening 1816

Als je het niet wist, haal je hier geen M. Groothoff uit. Bij het huwelijk van deze Willem in 1850 ontbreekt de handtekening van vader Mattheis.
Mattheis is voogd van Abraham, zoon van zijn halfbroer Gerhardt. Neef Abraham, geboren in 1819, werd op z’n 12e al wees

Het gezin woont aan de Oude Vismarkt, vlakbij de Gasthuistoren.

Gasthuistoren

Hier links was het woonhuis en waarschijnlijk ook de slachterij. In de 19e eeuw was het heel normaal als er koeien door de stad liepen. Op de plattegrond gaat het om perceel 569, in de ‘U’; broer Hendrik woonde op perceel 204, rechtsboven, aan de Gasthuisstraat, hoek Kerkstraat.

Oude Vismarkt

Mattheis is ‘boucher’, vleeshouwer, spekslager en landbouwer. Twee zoons worden ook landbouwer. In 1849, 70 jaar oud,  is hij  nog actief als slager, maar komt negatief in de krant: bij de stadspoort wordt ene Philip van Dijk aangehouden met een kruiwagen vlees, bestemd voor slager Groothoff. Probeerden ze illegaal vlees te slachten? In die tijd werden er plaatselijk ‘opcenten’ (belasting/accijns) geheven op de eerste levensbehoeften. Dus het was interessant om buiten de markt om te handelen.

Vleeshouwer Jan Luyken
Bron: Rijksmuseum

Andere blijken van zijn aanwezigheid in Zaltbommel zijn schaars. Mattheis komt voor in het register van notaris Van Dieden in verband met aan- en verkoop van enkele bunders land. Ook vraagt hij vergunning om een plankier over de straatgoot te leggen vanwege een verbouwing.

Persoon
Wat kun je vertellen over een persoon, waarvan geen afbeeldingen of beschrijvingen bestaan? Vanaf de 19e eeuw worden alle mannen in het Koninkrijk der Nederlanden gekeurd voor de militaire dienst, zo ook de zonen van Mattheis. Ze zijn alle 4 tussen 1.62 en 1.68 lang. Is dat groot of klein? Vergelijk je dat met de keuringen van de neven uit die tijd, dan zijn die allemaal langer, in de 170 tot 1 meter 82 aan toe.
Mattheis is misschien 1 meter 65, gedrongen, stevig gebouwd, bruin haar, bruine ogen.
Handen als kolenschoppen of liever als van een vleeshouwer? Handen zoals zijn kleinzoon Hendrik of zijn achter-achterkleinzoon Christiaan (mijn vader)?

handen Hendrik     handen Christiaan 2

En ook een snor, zoals zij?

snor Hendrik   snor Christiaan 2

Mattheis overlijdt in Zaltbommel op 16 juni 1869 op 89-jarige leeftijd; in de akte staat dat hij 90 is geworden, maar die leeftijd zou hij pas een maand later op 19 juli bereiken. Twee neven staan onder de overlijdensakte, de broers Christiaan en Arnold Groothoff. Matthijs was in ieder geval de oudste Groothoff in de 19e eeuw in Zaltbommel. Pas in 2010 is er een achter-achterkleinkind, bovengenoemde Christiaan, die echt 90 jaar wordt.

Overlijdensakte 1869-2

Het huwelijk van Mattheis en Jenneke duurt tot 16 september 1846 als Jenneke overlijdt.
Veel kinderen van de 2e generatie Groothoffen bleven ongehuwd en tot op hoge leeftijd bij elkaar wonen. Is hier sprake van een gebrekkige inburgering?
Alleen zoon Willem trouwt en sticht een gezin.

 

Advertenties

Stamboom Mattheis

Het gezin van Mattheis, de 4e van de Groothoff broers, mijn stamvader; plus het gezin van zoon Willem

I.1            Mattheis GROOTHOFF M1, boucher (1810), vleeshouwer, spekslager, landbouwer, geboren op 19‑07‑1779 te Duisburg, gedoopt op 22‑07‑1779 te Duisburg, overleden op 16‑06‑1869 te Zaltbommel op 89-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op 05‑10‑1805 te Zaltbommel, gehuwd voor de kerk op 03‑11‑1805 te Zaltbommel met Johanna (Jenneke) FRANCEN, 29 jaar oud, gedoopt op 21‑02‑1776 te Horssen, overleden op 16‑09‑1846 te Zaltbommel op 70-jarige leeftijd, dochter van Joannis FRANCEN en Joanna SCHALK. Het echtpaar moet bij het kerkelijk huwelijk beloven hun kind Mattheis Arnold (geb. 07-05-1805), hoewel Roomsch-Katholiek gedoopt, Hervormd op te voeden.

Uit dit huwelijk:

1.             Matthijs Arnold (Arnoldus) GROOTHOFF M2, landbouwer, geboren op 07‑05‑1805 te Zaltbommel, overleden op 25‑10‑1881 te Zaltbommel op 76-jarige leeftijd, getuigen zijn neven Arnold en Christiaan, zonen van Johannis; Matthijs Arnold was ongehuwd.

2.             Johannis GROOTHOFF M2, landbouwer, geboren op 10‑02‑1807 te Zaltbommel(EP), gedoopt op 19‑02‑1807 te Zaltbommel, overleden op 26‑12‑1883 te Zaltbommel op 76-jarige leeftijd.

3.             Anna Catharina Geertruy (Geertruij) GROOTHOFF M2, dienstbode, geboren op 14‑08‑1808 te Zaltbommel(EP), gedoopt op 18‑08‑1808 te Zaltbommel, overleden op 25‑02‑1882 te Zaltbommel op 73-jarige leeftijd, getuige is neef Arnold, zoon van Johannis;.

4.             Jan GROOTHOFF M2, geboren op 31‑01‑1811 te Zaltbommel, overleden op 04‑08‑1834 te Zaltbommel op 23-jarige leeftijd, getuige is oom Willem, vader van het gasthuis, oud 64 jaar;.

5.             Antje GROOTHOFF M2, geboren op 16‑06‑1813 te Zaltbommel, overleden op 18‑01‑1882 te Zaltbommel op 68-jarige leeftijd, getuigen zijn neven Arnold en Christiaan, zonen van Johannis; .

6.             Willem GROOTHOFF M2 (zie II.6).

7.             Johanna Catharina GROOTHOFF M2, zonder beroep, geboren op 12‑07‑1818 te Zaltbommel, overleden op 29‑05‑1901 te Zaltbommel op 82-jarige leeftijd.

II.6          Willem GROOTHOFF M2, landbouwer, geboren op 01‑10‑1816 te Zaltbommel, overleden op 01‑03‑1899 te Zaltbommel op 82-jarige leeftijd, getuigen bij overlijden zoon Hendrik, 42 jr. koopman, en schoonzoon Gerardus Martinus Woerlee, 37 jr.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op 14‑02‑1850 te Zaltbommel, getuigen bij het huwelijk zijn oom Hendrik, 77 jr. en broer Johannis, 43 jr., landbouwer, met Maria Magrieta van WEELDE, 27 jaar oud, geboren op 27‑07‑1822 te Ophemert, overleden op 04‑03‑1910 te Zaltbommel op 87-jarige leeftijd, dochter van Hendrik van WEELDE, arbeider, dagloner, en Jantje (Janske) van GELDER.

Uit dit huwelijk:

1.             Jenneke GROOTHOFF M3, geboren op 25‑07‑1851 te Zaltbommel, overleden op 10‑03‑1923 te Zaltbommel op 71-jarige leeftijd.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd op 08‑05‑1884 te Zaltbommel met Coenraad Jan van VOORTHUIZEN.

2.             Janske GROOTHOFF M3, geboren op 16‑01‑1853 te Zaltbommel, overleden op 04‑07‑1926 te Zaltbommel op 73-jarige leeftijd.

3.             Matthijs GROOTHOFF M3, geboren op 02‑11‑1854 te Zaltbommel, overleden op 24‑05‑1916 te Zaltbommel op 61-jarige leeftijd.

4.             Hendrik GROOTHOFF M3, huisknecht, koopman (1899), kruidenier, geboren op 14‑02‑1857 te Zaltbommel, overleden op 14‑01‑1945 te Amsterdam op 87-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 04‑09‑1884 te Zaltbommel met Hendrica Roelina WELP, 30 jaar oud, dienstbode, geboren op 18‑05‑1854 te Winschoten, overleden op 06‑11‑1927 te Amsterdam op 73-jarige leeftijd, dochter van Heije WELP, wagenmaker, rijtuigmaker te Groningen en Winschoten, fabrikant in lak (1884), winkelier, en Roelina SMIT, dienstmeid.

5.             Anna Catharina Geertruy GROOTHOFF M3, geboren op 14‑01‑1859 te Zaltbommel, overleden op 26‑11‑1912 te Zaltbommel op 53-jarige leeftijd.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op 25‑08‑1892 te Zaltbommel, gescheiden na 17 jaar op 29‑11‑1909 te Zaltbommel van Gerardus Martinus WOERLEE

Mattheis, Jenneke en hun buitenechtelijk kind

Mattheis is de 4e stamhouder Groothoff die in Zaltbommel terecht komt. Hij wordt in 1779 geboren in het wijkje Öderich, tegen de stadsmuur van Duisburg, en ingeschreven in het doopboek van de Salvatorkerk. Zijn vader Arnold is dagloner, een arbeider zonder dienstverband; dat kan in de haven of in de landbouw zijn, dat weten we niet. Uit het doopboek:

Doopboek Salvatorkirche Duisburg

Dem Arnold Groothoff einem Taglöhner allhier in Öderich ist von seiner Ehefrau Gertr. Eferts de 19 Julii 1779 ein Söhnlein gebohren und desselbe de 22. Id getauft und gennent worden Mattheis. Beij dem Prediger Kraft im Hause.

De schrijfwijze Mattheis wordt later niet meer gebruikt, toch wil ik er aan vasthouden, het is tenslotte zijn doopnaam.
Mattheis is de 5e zoon in het gezin, in 1783 wordt er nog een zusje geboren. Het is echter een droevig jaar, eerst overlijdt de oudste zoon Gerhard, 16 jaar oud, dan sterft moeder Gertrud in het kraambed en ook overlijdt het pasgeboren zusje, twee dagen jong.
Vader Arnold hertrouwt in 1785 en er worden nog 2 jongens en een meisje geboren. Als Mattheis 13 is sterft zijn vader. Over de jeugd van Mattheis heb ik eerder een verhaal geschreven.

Jenneke
In 1802 duikt Mattheis in Zaltbommel op, na zijn broers Willem, Johannes en Hendrik; het verhaal gaat dat hij soldaat is geweest, maar daar heb ik geen bewijzen voor gevonden. Hij krijgt omgang met een Rooms-katholiek meisje Johanna Jansen uit Horssen. Horssen is een dorp in het Land van Maas en Waal. De roepnaam van Johanna is Jenneke, een veel voorkomende naam later in de familie Groothoff. Jenneke is een dochter van Johannis Francen en Johanna Schalk. Soms krijgt Jenneke het patroniem Jansen (dochter van Jan) mee, soms de achternaam Francen.

Matthijs Arnold
Op 7 mei 1805 wordt in de RK kerk van Zaltbommel een jongetje Mathias gedoopt:

Mathias 1805

Baptizatus est Mathias filius naturalis Johannae Jansen. Susceptores Antonius et Maria Jansen. Supplevit Maria Herders.
(Gedoopt Mathias een natuurlijk zoon van Johanna Jansen. Ondersteuners Antonius en Maria Jansen, vervangen door Maria Herders).

Filius naturalis, een natuurlijke zoon, een omschrijving om aan te geven dat het geen wettelijk geboren kind is, een buitenechtelijk kind dus.
Susceptores = ondersteuners, de peter en meter.
Supplevit: blijkbaar was Maria Jansen verhinderd, zij werd vervanger (als doopgetuige) door Maria Herders.

Intussen loopt Mattheis zich in Zaltbommel te verbijten. Hij wil graag trouwen met de moeder van zijn zoon. Misschien gaan ze beiden op bezoek bij dominee Kist, hij Hervormd en zij Rooms-Katholiek, dat was geen sinecure. Werd in die tijd de uitdrukking “twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen” al gebruikt?
In ieder geval trouwt op 5 oktober 1805 het stel voor de wet: Mattheis Groothoff, jongeman, oud 32 jaren, geboren te Duisburgh aan de Roer en wonende te Zalt Boemel,  en Johanna Francen, jonge dochter, oud 29 jaren, geboren te Horssen.

Wettelijk huwelijk 1805

De wederzijdse ouders zijn al overleden.
Bij dit huwelijk wordt het kind Matthijs geëcht en krijgt als 2e naam Arnold; bij de volkstelling van 1810, l’Etat du population, staat hij zelfs als Arnoldus vermeld. Is dat zijn roepnaam?

Op 3 november is de kerkelijke inzegening, waarbij een en ander nog eens benadrukt wordt. Ik weet niet of het toen en daar de gewoonte was om voorafgaande aan de inzegening schuld te belijden vanwege het voorechtelijke kind. Het bruidspaar moet wel beloven, hoewel het kind rooms-katholiek gedoopt is, het hervormd op te zullen voeden.

Kerkelijk huwelijk 1805

Getrouwd in de kerke te Zalt Boemel den 3e November 1805. Volgens extract uit het register der getrouwde der kerke te Zt Boemel en dito 9 Nov. 1805 door den predikant J.G. Kist ondertekend houdende dit extract verder, dat het kind Matthijs Arnold Groothoff voor de voltrekking van ’t huwelijk geboren, en door het huwelijk van desselvs ouders geëcht en gemelde ouders tegelijk overeengekomen zijn gemelde hun kind, dat in de Roomsche kerk is gedoopt in den hervormden Godsdienst op te voeden; alhier vertoont en aangetekent op dito 9 Nov. 1805.

Leeftijd
Mattheis geeft op dat hij 32 jaar is, maar geboren in 1779 kan hij in 1805 pas 26 jaar zijn. Weet hij het niet of wil hij het niet weten? Hij is dus 3 jaar jonger i.p.v. 3 jaar ouder dan Jenneke. Dit leeftijdsverschil van zo’n drie jaar, waarbij de echtgenote ouder is, komt merkwaardig genoeg nog enkele malen voor in hun nageslacht.
Bij kleinzoon Hendrik (1884), diens zoon Christiaan Hendrik Frederik (1913) en diens achterkleinzoon Christiaan Mattheis (!) in 2005, 200 jaar na stamvader Mattheis.

Liefde over de toonbank, Zaltbommel 1858

Het is april 1858, Daniël Parmentier, Leids sajetfabrikant, handelsreiziger, vrijgezel, heeft zijn zaken afgerond. Hij zit in Nijmegen, nog een dag reizen en hij is weer thuis. Hij wil onderweg in Heusden bij kennissen op bezoek, misschien is de dochter des huizes wel wat voor hem. Met de diligence over Den Bosch duurt de rit 6 uur. De hotelhouder in Nijmegen adviseert hem om de stoomboot naar Zaltbommel te nemen en vandaar verder met de diligence naar Heusden.

stoomboot
De stoomboot aan de kade in Zaltbommel

In zijn memoires schrijft Daniël Parmentier:
“Enfin, van achteren gezien moest ik daar de vrouw ontmoeten, die de Heere in Zijn voorzienigheid voor mij bestemd had. Het was in April van 1858; ik werd toen in oktober 32 jaar. Om tien uur ’s morgens kwam ik dan te Zaltbommel. Na bij Godschalk [een bekend logement aan de Waterstraat] gevraagd te hebben, hoe laat de diligence naar Heusden ging, had ik nog twee uur tijd. Nu, ik had geen karakter om niets te doen, daarom wilde ik eerst nog zien om wat te verkopen. Ik vroeg dan of er nog solide winkels waren. En zo kwam ik het eerst bij Mej. Groothoff. Nu, zodra ik op de stoep stond en de juffrouw mij zag, geloofde zij dadelijk dat ik haar man zou worden…”

Aan het woord is Daniël Johannes Parmentier, geboren op 21 oktober 1826 in Leiden. Hij is de zoon van Jan Parmentier, sajetfabrikant; deze is januari 1858 overleden. Samen met zijn broer Jan heeft Daniël nu de leiding over de fabriek.

overdracht-januari-1858

Mejuffrouw Anna Maria Groothoff dreef een winkel in sajetten aan de Boschstraat in Zaltbommel. Daniël zag handel, maar kreeg liefde op het eerste gezicht.
Anna Maria, 28 jaar, is het tiende en ‘jongste’ kind uit het gezin van Johannis stopsajetGroothoff, de bakker, en Jenneke Stapelkamp. Het meisje dat na haar werd geboren, leefde nog geen half jaar. Vader en moeder Groothoff zijn overleden, alleen haar broers Christiaan en Arnold wonen in 1858 met hun gezin in Zaltbommel.

Terug in Leiden begint Daniël met Anna Maria een briefwisseling. Hiervan zijn twee brieven bewaard. Op 30 april is het nog ‘Waarde juf AM Groothoff’.
In deze brief worden zaken afgehandeld:
“Uwe letteren heb ik eergisteren avond in redelijke welstand ontvangen en daaruit gezien dat u verleegen scheen te zijn aangaande het … breycatoen dat niet van hetzelfde coleur is maar daar behoeft u niet bang voor te zijn en gelief het maar te behouden tot ik bij welweezen bij u kom dan zullen wij wel zien, maar anders is dit donkere in prijs 140 à 150 het pond…”

Let op de opdruk: Firma Johan Parmentier, Sajet- en kousenfabrieken, Leiden
Let op de opdruk: Firma Johan Parmentier, Sajet- en kousenfabrieken, Leiden

Daniël bespreekt echter ook godsdienstige zaken. Hij is lid van de afgescheiden kerk en nogal bevindelijk van geest, terwijl Annemietje tot de ‘gewone’ Hervormde kerk hoort. Dit verschil blijft hun hele leven spelen.
“Vraagt maar den Heere dat Hij u meer en meer ontdekt aan u zelve, maar erkent Hem ook dat Hij u ontdekt… Schuilt maar dicht bij Hem en vraagt maar gedurig naar zijn sterkte…”

Vervolgens maakt hij zijn reisplannen bekend en verbaast zich nogmaals over hun wonderlijke ontmoeting. Hij ondertekent:
De groeten van mij, uw dienaar D.J. Parmentier. Als u in den volgende week nog een lettertje voor mij heeft, zal mij aangenaam zijn”.

am-groothoff

De tweede brief is van 22 mei, hier luidt de aanhef
‘Waarde en zeer geliefde Annemietje’.
In die brief is het herhaaldelijk ‘Lieve Annemietje’.
“Na dat ik van u ben weggegaan op de boot die stikvol van goddeloozen menschen was ben ik eindelijk om twee uur te Rotterdam aangekoomen…
Lieve Annemietje ik ben maar stil in een hoekje van de boot gaan zitten lezen in Solomon Duisch *) en was blijde dat ik een boek bij mij had tot afleijding van de wereld die in het booze ligt… om twee uur kwam ik gelukkig en behouden aan het spoor en moest toen wachten tot 3½  uur; in de wagtkamer ontmoette ik nog een kind des Heere en kwam toen gelukkig in gezondheid om 5 uur te huis bij moeder die nog al wel was en die mij dadelijk omhelsde en begon te huilen aangaande ons verkeer…”

lieve-annemietje

Daniël hoopt dat zij spoedig haar winkel mag verkopen:
en dat ik u dan mag komen afhaalen om te samen te trouwen en dan altijd bij elkander te zijn tot dat de dood ons eenmaal zal scheiden. Nog een korte tijd en dat wij dan alsdan tezamen en als zijn uitverkoorene tot in den nimmer eindigende eeuwigheid bij den lieve Heijland zullen zijn is de wensch en de hoop en de beede van hem lieve Annemietje die u hartelijk liefheeft en bemint en die zich noemt uw liefhebbende Daniël Johannes Parmentier…”

Huwelijk
In juli wordt de winkel al verkocht en de inboedel ingescheept naar Leiden:
“… Mijn vrouw bracht het meublement mee, en ik had een huis op de Mare gekocht, waarvan wij het bovenhuis gingen bewonen. Ook had zij heel veel geld. Nu dit was juist goed, want ik had in die 8 jaar alles aan de armen gegeven…”

Op 25 augustus treden Anna Maria en Daniël in het huwelijk. Zij krijgen acht kinderen, tot hun verdriet worden er slechts twee meisjes volwassen.
We leren Anna Maria alleen maar kennen uit de aantekeningen van Daniël:
“De Heere had mij, in haar, een beste, zuinige, zindelijke en bekeerde vrouw gegeven, waar ik later nog bij bepaald geworden ben, toen de Heere haar weggenomen had”.

Hoewel Daniël nogal wat rare fratsen uithaalde bleef Annemietje ‘afgodisch’ van hem houden. Hij heeft bijvoorbeeld een keer al zijn geld met speculeren verloren ten tijde van de Frans-Duitse oorlog (1870). Hij moest zich zelfs terugtrekken uit de fabriek.
Hij schrijft daarover in zijn autobiografie:
“Ik heb haar wel veel verdriet gedaan maar nadat de Heere mij in de schuld gebracht had, heeft ze ook geen verdriet meer van mij gehad. We hebben samen moeilijke wegen doorworsteld. Had ik het alles van tevoren geweten dan was het haast niet om door te komen geweest. Maar, God die helpt in nood, is in Sion groot”.

Er is een foto van het gezin uit begin jaren ’90, misschien augustus 1893 als het echtpaar 35 jaar getrouwd is. Links het echtpaar Parmentier, Anna Maria is ongeveer 63 jaar. We zien hun twee volwassen dochters Marie en Johanna en schoonzoon Pieter Overduin. Bij de ouders op schoot de kleinkinderen Daniël Johannes en Anna Maria Overduin.

Familie Parmentier, augustus 1893?
Familie Parmentier, augustus 1893?

Anna Maria Parmentier-Groothoff overlijdt op 2 juni 1896.
Daniël is in 1897 hertrouwd; hij sterft vier jaar later op 20 februari 1901 in Katwijk, waarheen hij in 1899 was verhuisd.

Vondst brieven
Het huis in Katwijk aan de Voorstraat is met een deel van de inboedel verkocht aan de familie Soeteman. In een secretaire vond een achterkleinzoon honderd jaar later de twee brieven. Op zoek naar A.M. Groothoff, de geadresseerde, kwam hij bij mij terecht en konden we het verhaal reconstrueren.

Bronnen
Daniël Parmentier heeft zijn levensverhaal opgetekend, zoals dat in bevindelijke kringen gebruikelijk is. Het is te vinden op internet.
http://www.theologienet.nl/jeugdenbekering.html

*) Christiaan Salomon Duijtsch, 1734-1795, was een tot het Christendom bekeerde Jood; schreef o.a. een autobiografie De wonderlijke leidinge Gods.

‘Vrijgezellenfeest’ in 1836

Op 10 januari 1836 stond er een snijdende oostenwind. Op de Waaldijk tussen Gorinchem en Tuil reed een zogenaamde halve wagen. In de koets zaten twee mannen, Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt en zijn beste vriend. Op de bok Christiaan Stapelkamp, logementhouder uit Gorinchem.

caleche -3

Mijn voeten werden vluks als ijs
Ik zat van kouw te rillen
Mijn neus zag als een biet of kroot
Mijn broek vroor aan mijne billen

Maar Brandewijn gaf ons weer vuur
En het bitter liet zich smaken
Een pijp gestopt, een warme stoof
Maar ’t hielp niets voor de kaken.

Ik was bond en blouw en paars van kouw
Toen moest ik nog overvaren
Bij moeder Groothof en haar man
Dagt ik wel te bedaren.

De dag daarvoor had Silkrodt zijn vrienden uitgenodigd om mee te gaan naar Zaltbommel. Op 21 januari ging hij trouwen met Willemijntje Groothoff, de dochter van Johannis de brood- en banketbakker en Jenneke Stapelkamp. Maar eerst zouden zij nog haar verjaardag gaan vieren:

Gij weet wel dat ik Bruigom ben,
zeide Silkrot tot zijne vrinden,
ik gaa morgen dus naar Z.Boemel toe;
Daar zal ik mijn Bruidje vinden.

Op zondag welk een schoonen dag,
Zal mijne bruid verjaren.
Dat bruidje dat ik mijn verkoos,
Waarmee ik wel haast zal paren.

Uiteindelijk ging er maar één vriend mee; deze heeft een paar dagen na het feest een verslag in 72 verzen gemaakt, waardoor we nu nog een aardig beeld krijgen van dit ‘vrijgezellenfeest’.

Afbeelding (171)

Bij Tuijl moest het gezelschap overvaren.
De heren waren blijkbaar nogal deftig aangekleed, want in de straten van Zaltbommel klonk:

…, maar het eerste woord
Dat ik in Z.Boemel hoorden
Was schoolvos, hoor gij wenscht voor ons
’t was of het mijn ziel doorboorden

De vriend is voor het eerst in Zaltbommel en kent niemand van het gezelschap:

Verstijft van koû kwam ik bij de Bruid
En Bruidegom en vader
En moeder Groothof en nog meer
Van het huisgezin tegader.

Daar stond ik toen net als Piet Snot
Ik maakte compelementen
Sprak zegenwenschen ik weet niet hoe
Als koekjes zonder krenten

In het eerst was ’t stil toen het koffijnat
Werd in het rond gedragen
En het kleingoed werkte ook niet naar ’t hooft
Dit kon mij niet behagen.

Maar Advokatendrank uw Kragt
Dank ik de vrolijke uuren
Want mond en hand werd vlug en rad
Men kuste reeds gebuuren.

Dit moest ik aanzien armen bloed
Ik was nog alleen gezeten
En dorst geen plaats nog lieve zus
Dit was niet te vergeten.

Weldra werd ook de vriend betrokken in het kussen

Doch eindelijk. O! wat geluk
Twee lieve lekkere zusjes
Vereerde mij en met een plaats
Een aantal lekkere kusjes.

Wel man wat was ik warm en wel
Zoo tussen twee gezeten
Wij dronken lagten zongen saam
En het kussen niet vergeten.

En met de drank kwamen ook de bespiegelingen

Parfait Amour wat zeer fijn woord
Ik zal het Uw vertalen
Volmaakte Liefde het smaakte goed
Wij lieten het niet verschalen

De Bruidegom ging ons dapper voor
In veele kusjes te geven
Het Bruidje was er mee gediend
De gasten deden het leven.

Maar moeten wij niet dansen ook
Wel zeker komt maar vrinden
De bakkerij is ruim genoeg
Muziek zult gij daar vinden.

Kom Kirst haal gauw een klarinet
Vrind Karel zal ook fluiten
De dwarsfluit voor den dag gehaald
Niets moet de vreugde stuiten.

Baas Groothof stond met zijne vrouw
Vlak over de verloofden
Ik had ook al plaats met nog een paar
’t was klaar zoo wij geloofden.

Muziek

Kom danst nu netjes op de maat
Maar Karel kon niet blazen
Crist had geen lust zogt slechts muziek
Daar zaten nu die bazen.

Komt dan maar pater langs de kant
Of het was in de mijde
Dat kunnen wij toch allemaal
Zoo klonkt het door de rijde.

“Pater langs de kant” was een bekend dansliedje in die dagen.

En dadelijk was de boel gereed
En vrolijk aan het dansen
Er werd gezongen en gekust
Voor dat wij gingen schransen.

Vooreerst een schaal met wittenbrood
Een stuk van een rolende
Terwijl de kaas en wat gehakt
Met wijn ons maal volende.

Ik schaam mij haast dat ik het zeg
Maar wil het toch bekennen
Dat ik zat te happen als een boer
Die somers hoog moet mennen.

Het smaakte goed en het druivennat
Dat schuimde in volle glazen
Hielp ingelijks, ja ik zat op het laats
Gelijk een bul te blazen.

De kaarten kwamen voor den dag
Vrind Koos moest waar gaan zeggen
Dit was de meisjes naar den zin
Elk  liet hem kaarten leggen.

Toen aan het komerssen maar wat klugt
Twee meisjes elk drie aazen
Dat is door Koos dien gochelaar
Hij is een baas der bazen.

Commerce of commersen is een kaartspel.

Kaartleggen

Vervolgens gaan ze een spelletje pandverbeuren.

Maar bij het lossen ging het mal toe
Ik moest aan den zolder hangen
Doch spoedig raakte ik uit den brand
Wat kon ik meer verlangen.

Toen ging het weer naar de bakkerij
Daar moest de spijs verteeren
Daar was het weer kusjes zonder eind
Ik moest mij daar dapper weeren.

Den Bruidegom, ja dat is een baas
Dat heb ik nooit geweten
Maar het bruidje spant toch nog de kroon
Die zal ik niet vergeten.

Dansen
Een foto uit ongeveer 1860; het klopt dus niet, maar wel feestelijk.

Wij dansten vrolijk van den boer
Ik kreeg een plaats in het midden
Door zuster Trui die lieve meid
Ach ik mocht er wel om bidden.

Catharina Geertruij Groothoff is de oudste zus, geboren in 1811.
Na nog enkele uurtjes vermaak werd het tijd de meisjes naar huis te brengen

Maar ziet daar opent men de deuren
Men zag de witte straaten
Want het had gesneeuwt, ook was het koud
Doch dit kon ons niet baten.

Maar echter ging men pas op de stoep
De dikste zus van allen
Door gladdigheid en vrolijkheid
Vlak op haar billen gevallen

Terug naar huis werd er nog soep gegeten.

Maar eindelijk raakte ik onder zeil
En dagt om geene zorgen
Sliep zeer gerust en droomde zoet
Tot aan den blijden morgen.

Toen opgestaan en het lijf verkwikt
Door drinken en door eeten
Wij namen afscheid wel te spa
Weer het kussen niet vergeten

Afbeelding (172)
De laatste 2 verzen

Huwelijk
Op 21 januari trouwen Willemijntje en Johann. Getuigen zijn o.a. oom Willem Groothoff, kuiper, en oom Christiaan Stapelkamp, logementhouder.
Johann Silkrodt is ook van Duitse komaf. Hij is geboren in 1804 in Tangermünde (in Pruisen). Zijn ouders zijn niet bij de bruiloft, zij zijn al overleden.

Het echtpaar gaat in Gorinchem wonen. Johann is zadelmaker.
Gezien de vele advertenties en de inhoud daarvan is het een gelukkig huwelijk.
Het 25-, 40-, en zelfs het 50-jarig huwelijk wordt gevierd.

Vijftig jaren

Begin 1887 overlijden Johann en Willemijntje, 6 weken na elkaar.
Hun graf is nog in Gorinchem te vinden.

Grafsteen Silkrodt-Groothoff

Bron:
Gedicht in 72 verzen van 12 januari 1836 te Gorinchen voor het bruidspaar Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt en Willemijntje Groothoff dat op 21 januari 1836 huwde in Zaltbommel, geboorteplaats van de bruid, 1836
Vindplaats: Regionaal archief Rivierenland, Collectie 3497, nr. 1935.
Bruiloftszang in 72 verzen

Kijk voor het overzicht van het gezin waar Willemijntje uit komt in de stamboom van vader Johannis.

Johannis, brood- en banketbakker

Over de derde broer Groothoff die in Zaltbommel opduikt, Johannis, heb ik weinig achtergrondinformatie gevonden. Over zijn kinderen des te meer. Een zoon in de bakkerij, dat lijkt logisch; een andere zoon, 12 ambachten, weinig ongelukken, hij eindigt als gemeentebode; dan Frans Willem, alleen maar ongelukken, zelfs gevangenisstraf, tegenwoordig zou je hem  een draaideurcrimineel noemen, terwijl zijn dochter het brengt tot baronesse…
En sommigen van de 8 dochters van Johannis hebben ook heel wat te vertellen.
Maar dit is allemaal tweede generatie, voer voor later.

Johannis komt gelijk met zijn broer Hendrik in Zaltbommel wonen. In alle aktes wordt zijn naam als Johannes geschreven. De eerste en de laatste gevonden vermelding geven echter de naam Johannis. Daarom houd ik deze schrijfwijze aan. Allereerst in 1798 bij zijn inschrijving in het lidmatenregister van de kerk:

Zielen in 1798 W+H+J

Huwelijk
Johannis trouwt pas als hij 33 is. Duurde het even voor hij de ware had gevonden? Heeft hij gewacht tot zijn bruid 21 was? Hij huwt in 1809 met zijn schoonzusje, Jenneke Stapelkamp, nog net 20 jaar. Blijkbaar is het wel een goede keus. In 1836 wordt er van haar gezegd bij het ‘vrijgezellenfeest’ van dochter Willemijntje:

“Doch moeder Groothof wist ook raad
Om ons nog wat te verschaffen
Die goede vrouw vergeef ik gaarn
Haar vriendelijk bestraffen”

Johannis en Jenneke trouwen in Hurwenen, een dorpje een paar kilometer stroomopwaarts aan de Waal. Het is februari 1809. Is het te koud in de grote Maartenskerk van Zaltbommel? Als je hun kerkboeken doorbladert wordt er in die jaren nauwelijks getrouwd in de winter. In onze tijd speelt dit nog een grote rol: in het koor van de kerk is zelfs een aparte ruimte geplaatst, de ‘winterkerk’. Door alleen deze ruimte te verwarmen kan men ook het magnifieke orgel uit 1783 beschermen.

Huwelijksakte 1809
Huwelijksakte 1809 uit het Contraboek van de getrouwden te Hurwenen (Hervormde Gemeente)

Op vertoond attest van wettigen ondertrouw en onverhinderde proclamatiën zo ten Z.Bommel als ten Thiel en Rotterdam, zijn den 10. Februarij alhier in den Huwelijken Staat bevestigd, Johannes Groothoff, J.M. [jongeman], geboren te Duisburgh aan den Rhijn, en wonende te Bommel, en Jenneke Stapelkamp, J.D. [jonge dochter], geboren te Thiel, gewoond hebbende te Rotterdam, thans wonende te Thiel, en is daar van attest verzogt en verleend.

Tussen 1811 en 1831 worden 8 meisjes en 3 jongens geboren. Vier meisjes sterven op jonge leeftijd. De andere 4 en de 3 jongens trouwen allemaal. Het eerste huwelijk is in 1836 tussen Willemijntje (1814) en Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt. Er is een levendige beschrijving van het ‘vrijgezellenfeest’, een week voor de trouwerij:

“En dadelijk was de boel gereed
En vrolijk aan het dansen
Er werd gezongen en gekust
Voor dat wij gingen schransen”

Meer daarover een andere keer.

Bakkerij
Johannis is bakker, wordt soms ook broodbakker genoemd.
In 1832 woont het gezin aan de Gamersche straat. Johannis is eigenaar van 2 woonhuizen en een stalling. De woonhuizen liggen tegenover elkaar, nrs. 88 en 810 op de kaart van het kadaster; de stalling ligt aan het Klooster, nr. 820.

Uitsnede Gamersche straat

Percelen 810 en 820 sluiten op elkaar aan.
Tot 1878 had familie Groothoff een bakkerij aan deze straat. Na vader Johannis werd zijn oudste zoon Christiaan bakker en later diens oudste zoon Johann.

RP-P-1890-A-15714
Bakkerij, 1860. Prent Van Eberhard Cornelis Rahms. Bron: Rijksmuseum.

De bakkerij wordt echter ook voor andere gelegenheden gebruikt, zoals in 1836:

“Maar moeten wij niet dansen ook
Wel zeker komt maar vrinden
De bakkerij is ruim genoeg
Muziek zult gij daar vinden.”

Zoutziederij
In 1844 komt ‘de zeer beklante Zuilichemsche zoutziederij en erf, gelegen aan de rivier de Waal, buitendijks met eene zeer ruime kade’ te koop.
‘Op het erf bevinden zich ruime vierkante pannen, een pekelkelder, ruime eikenhouten filtreer- en woestbakken, drie, groote eikenhouten dennen of magazijnen, waarvan de wanden met hout beschoten zijn, turfloods enz. Een door palissaden afgesloten erf, een geheel gemetselde den of magazijn.
Tot slot een roijaal heerenhuis, hebbende een heerlijk uitzigt op de rivier de Waal, naast de vorige percelen gelegen, bevattende een fraaije vestibule en gangen, acht ruime kamers, allen gestucadoord, waarin 5 marmeren schoorsteenmantels, veel groote kasten en goede services, luchtige zolders met beschoten kappen met lood opgeboeid en met ruime zakgoten…’
Het gemetselde magazijn en het herenhuis zijn  ‘7 palmen boven de hoogstbekende ijsstopping en rivierhoogte geleegen’. En vergeet ‘de oprijdlaan niet, sierlijk aangelegd, met fijne heesters bepoot, en door een ijzeren hek van den algemeenen rijweg afgescheiden.’

De publieke veiling in juli brengt echter te weinig op. In de krant verschijnt dan de volgende advertentie:Zoutziederij adv 1844

Ik weet niet of Johannis ook mee geboden heeft, maar in 1846 koopt hij samen met zijn schoonzoon Johannes van Randwijk de zoutziederij. Van Randwijk is getrouwd met de oudste dochter, Catharina Geertruij (1811). Het gezin Van Randwijk gaat in Zuilichem wonen en vader Johannis stelt zijn tweede zoon Arnold aan als beheerder. Ook Arnold gaat met zijn gezin in Zuilichem wonen. Beiden noemen zich zoutzieder. In 1855 komt zijn vaders aandeel op naam van Arnold te staan, maar een jaar later wordt de hele zoutziederij aan de gemeente verkocht. Het gezin Van Randwijk verhuist naar Dordrecht en Arnold, inmiddels weduwnaar, gaat met zijn tweede vrouw in Zaltbommel wonen.

Brood- en banketbakker
In 1850 is Johannis getuige bij het huwelijk van zoon Christiaan en Anna Clasina van Driel; ook vader Van Driel is getuige. Als 4e getuige zien we A. Groothoff: broer Arnold, de zoutzieder.

Handtekeningen 1850

In deze laatste levensjaren noemde Johannis zich brood- én banketbakker.
Hij overlijdt op 76 jarige leeftijd. Jenneke laat een advertentie plaatsen in de Opregte Haarlemsche Courant, een van de eerste overlijdensadvertenties in de familie.

Adv Johannis overlijden 1852

Nageslacht
Alle drie de zoons hebben kinderen en kleinkinderen. Een kleinzoon van Christiaan is de bekende voetbalscheidsrechter Christiaan Jacobus Groothoff.
Arnold heeft gestudeerde kinderen, 2 promoveren er zelfs. Een aantal kleinkinderen bereiken hoge posities; Christiaan Theodoor wordt directeur van de Staatsmijnen. Er zijn nakomelingen tot in Australië en Brazilië.

Kijk voor een overzicht van het gezin van Johannis bij zijn stamboom.

Stamboom Johannis

Het gezin van Johannis

I.1           Johannis GROOTHOFF J1, boulanger (1810), bakker, brood‑ en banketbakker, geboren op 04‑02‑1776 te Duisburg, overleden op 25‑06‑1852 te Zaltbommel op 76‑jarige leeftijd.
Ondertrouwd op 21‑01‑1809 te Rotterdam, gehuwd voor de kerk op 33‑jarige leeftijd op 10‑02‑1809 te Hurwenen (er zijn afkondigingen te Tiel op 22‑01, 29‑01 en 05‑02) met Jenneke STAPELKAMP, 20 jaar oud, gedoopt op 17‑02‑1788 te Tiel, overleden op 05‑07‑1855 te Zaltbommel op 67‑jarige leeftijd. Jenneke komt 18‑01‑1809 met attestatie uit Tiel naar Zaltbommel, dochter van Lambertus (Lammert) STAPELKAMP en Willemijntje de OUDE.

Uit dit huwelijk:

  1. Catharina Geertruij GROOTHOFF J2, geboren op 14‑05‑1811 te Zaltbommel, overleden op 19‑02‑1889 te Koudekerke op 77‑jarige leeftijd. Gehuwd op 27‑jarige leeftijd op 07‑03‑1839 te Zaltbommel, getuigen o.a. oom Willem, 66 jr met Johannes van RANDWIJK, 22 jaar oud, boekhouder te Zuilichem (1839), zoutzieder (1851), geboren op 13‑03‑1816 te Dordrecht, overleden op 29‑07‑1904 te Koudekerke op 88‑jarige leeftijd, ’t gezin verhuist naar Dordrecht (1856) en Koudekerke (26‑10‑1885), zoon van Hendrik van RANDWIJK en Johanna BAGGERMAN.
  1. Willemijntje GROOTHOFF J2, geboren op 10‑01‑1814 te Zaltbommel, overleden op 23‑02‑1887 te Gorinchem op 73‑jarige leeftijd.
    Gehuwd op 22‑jarige leeftijd op 21‑01‑1836 te Zaltbommel, getuigen o.a. oom Willem, 66 jr., en oom Christiaan Stapelkamp uit Gorinchem, met Johann Friedrich Wilhelm SILKRODT, 31 jaar oud, zadelmaker te Gorinchem (1836), geboren op 05‑11‑1804 te Tangermünde (D), overleden op 03‑01‑1887 te Gorinchem op 82‑jarige leeftijd, zoon van Wilhelm SILKRODT en Louise ZEPPELN.
  1. Arnolda Wilhelmina GROOTHOFF J2, geboren op 03‑01‑1816 te Zaltbommel, overleden op 24‑10‑1817 te Zaltbommel op 1‑jarige leeftijd.
  2. Christiaan GROOTHOFF J2, brood‑ en banketbakker, geboren op 19‑11‑1817 te Zaltbommel, overleden op 15‑03‑1903 te Zaltbommel op 85‑jarige leeftijd.
    Gehuwd op 32‑jarige leeftijd op 19‑07‑1850 te Zaltbommel, getuige zijn vader Johannis, schoonvader Gijsbert van Driel, en broer Arnold, met Anna Clasina van DRIEL, 35 jaar oud, geboren op 16‑03‑1815 te Zaltbommel, overleden op 10‑11‑1887 te Zaltbommel op 72‑jarige leeftijd, dochter van Gijsbert van DRIEL en Hillegonda LOEFF.
  1. Anna Sophia GROOTHOFF J2, geboren op 02‑10‑1819 te Zaltbommel, overleden op 19‑12‑1903 te Haarlem op 84‑jarige leeftijd.
    Gehuwd op 30‑jarige leeftijd op 14‑11‑1849 te Zaltbommel, getuigen zijn o.a. broer Christiaan, 32 jr., broodbakker, en broer Arnold, 28 jr., zoutzieder te Zuilichem, met Johannes Jacobus van der GRIENT, 30 jaar oud, koopman, sigarenfabikant (1851), geboren op 06‑09‑1819 te Zundert, overleden op 19‑04‑1900 te Vlissingen op 80‑jarige leeftijd, het gezin verhuist 29‑09‑1868 naar Rotterdam, zoon van Pieter Jacob van der GRIENT, predikant te Zundert + Rijsbergen en Moerdijk, en Adriana Henrica ten BOSCH.
  1. Arnold GROOTHOFF J2, bakkersleerling (1840), zoutzieder (1849), koopman (1853), winkelier(1856), sigarenfabrikant (1861), gemeentebode (1863), geboren op 20‑06‑1821 te Zaltbommel, overleden op 23‑09‑1883 te Zaltbommel op 62‑jarige leeftijd.
    Gehuwd (1) op 29‑jarige leeftijd op 30‑05‑1851 te Zuilichem, getuigen o.a. Christiaan (34 jr.), broer, Johannes Jacobus van der Grient, zwager, Christiaan Stapelkamp, oom, met Wilhelmina Frederica IDEMA, 24 jaar oud, geboren op 28‑12‑1826 te ‘s‑Gravenhage, overleden op 11‑12‑1853 te Zaltbommel op 26‑jarige leeftijd, dochter van Lambertus IDEMA, wonend ‘s‑Gravenhage, en Barberina Sophia MULET.
    Gehuwd (2) op 34‑jarige leeftijd op 11‑04‑1856 te Nijmegen, getuigen o.a. Christiaan (39 jr.), broer, en Johannes Tuinhout, oom van de bruid, met Christina Wilhelmina van ROGGEN, 24 jaar oud, geboren op 18‑04‑1831 te Nijmegen, overleden op 18‑04‑1922 te Amsterdam op 91‑jarige leeftijd, dochter van Henderick van ROGGEN, kamerbehanger, en Elisabeth KNIPSCHEER.
  1. Anna Maria GROOTHOFF J2, geboren op 31‑01‑1823 te Zaltbommel, overleden op 16‑07‑1826 te Zaltbommel op 3‑jarige leeftijd.
  2. Adriana Johanna GROOTHOFF J2, geboren op 30‑03‑1825 te Zaltbommel, overleden op 18‑08‑1839 te Zaltbommel op 14‑jarige leeftijd.
  3. Frans Willem GROOTHOFF J2, koopman (in wijnen), (schoolmeester) sergeant bij de marine, notarisklerk, geboren op 16‑03‑1828 te Zaltbommel, overleden op 01‑04‑1882 te Hoorn op 54‑jarige leeftijd, woont te Zwolle (1849‑1850), Gorinchem (1851‑1852), Willemsoord,komt 28‑06‑1858 in dienst bij de Marine als ‘schoolmeester’ (komend van Dordrecht), 01‑5‑1861 bevorderd tot sergeant schrijver, ulto september 1866 ontslagen uit Zr Ms Zeedienst wegens ongeschiktheid voor de dienst.
    Gehuwd op 23‑jarige leeftijd op 09‑05‑1851 te Gorinchem, getuigen o.a. Christiaan (34 jr.), broer, Johannes van Randwijk, zwager, en Christiaan Stapelkamp, oom, met Sophia Paulowna IDEMA, 22 jaar oud, geboren op 10‑03‑1829 te ‘s‑Gravenhage, overleden op 14‑05‑1856 te Zaltbommel op 27‑jarige leeftijd, dochter van Lambertus IDEMA, wonend ‘s‑Gravenhage, en Barberina Sophia MULET.
  1. Anna Maria GROOTHOFF J2, winkelierster, geboren op 28‑12‑1829 te Zaltbommel, overleden op 02‑06‑1896 te Leiden op 66‑jarige leeftijd.
    Gehuwd op 28‑jarige leeftijd op 25‑08‑1858 te Leiden met Daniel Johannes PARMENTIER, 31 jaar oud, fabrikant, handelsreiziger, geboren op 21‑10‑1826 te Leiden, overleden op 20‑02‑1901 te Katwijk a/d Rijn op 74‑jarige leeftijd, wonende op de Mare (1858), verhuist 10‑03‑1899 naar Katwijk a/d Rijn, zoon van Jan PARMENTIER, fabrikant, en Maria Catharina HAGEMANS, getuige zijn Jan Parmentier (34 jr.) fabrikant op de Mare, broer, Johannes Hagemans (89 jr.), grootvader, Christiaan Groothoff (41 jr.), bakker, broer. {Hij is later gehuwd voor de kerk op 70‑jarige leeftijd op 18‑03‑1897 te Rijnsburg? Echtgenote is MEIJBOOM, geboren te Rijnsburg.}
  1. Elisabeth GROOTHOFF J2, geboren op 24‑09‑1831 te Zaltbommel, overleden op 14‑02‑1832 te Zaltbommel, 143 dagen oud.