‘Vrijgezellenfeest’ in 1836

Op 10 januari 1836 stond er een snijdende oostenwind. Op de Waaldijk tussen Gorinchem en Tuil reed een zogenaamde halve wagen. In de koets zaten twee mannen, Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt en zijn beste vriend. Op de bok Christiaan Stapelkamp, logementhouder uit Gorinchem.

caleche -3

Mijn voeten werden vluks als ijs
Ik zat van kouw te rillen
Mijn neus zag als een biet of kroot
Mijn broek vroor aan mijne billen

Maar Brandewijn gaf ons weer vuur
En het bitter liet zich smaken
Een pijp gestopt, een warme stoof
Maar ’t hielp niets voor de kaken.

Ik was bond en blouw en paars van kouw
Toen moest ik nog overvaren
Bij moeder Groothof en haar man
Dagt ik wel te bedaren.

De dag daarvoor had Silkrodt zijn vrienden uitgenodigd om mee te gaan naar Zaltbommel. Op 21 januari ging hij trouwen met Willemijntje Groothoff, de dochter van Johannis de brood- en banketbakker en Jenneke Stapelkamp. Maar eerst zouden zij nog haar verjaardag gaan vieren:

Gij weet wel dat ik Bruigom ben,
zeide Silkrot tot zijne vrinden,
ik gaa morgen dus naar Z.Boemel toe;
Daar zal ik mijn Bruidje vinden.

Op zondag welk een schoonen dag,
Zal mijne bruid verjaren.
Dat bruidje dat ik mijn verkoos,
Waarmee ik wel haast zal paren.

Uiteindelijk ging er maar één vriend mee; deze heeft een paar dagen na het feest een verslag in 72 verzen gemaakt, waardoor we nu nog een aardig beeld krijgen van dit ‘vrijgezellenfeest’.

Afbeelding (171)

Bij Tuijl moest het gezelschap overvaren.
De heren waren blijkbaar nogal deftig aangekleed, want in de straten van Zaltbommel klonk:

…, maar het eerste woord
Dat ik in Z.Boemel hoorden
Was schoolvos, hoor gij wenscht voor ons
’t was of het mijn ziel doorboorden

De vriend is voor het eerst in Zaltbommel en kent niemand van het gezelschap:

Verstijft van koû kwam ik bij de Bruid
En Bruidegom en vader
En moeder Groothof en nog meer
Van het huisgezin tegader.

Daar stond ik toen net als Piet Snot
Ik maakte compelementen
Sprak zegenwenschen ik weet niet hoe
Als koekjes zonder krenten

In het eerst was ’t stil toen het koffijnat
Werd in het rond gedragen
En het kleingoed werkte ook niet naar ’t hooft
Dit kon mij niet behagen.

Maar Advokatendrank uw Kragt
Dank ik de vrolijke uuren
Want mond en hand werd vlug en rad
Men kuste reeds gebuuren.

Dit moest ik aanzien armen bloed
Ik was nog alleen gezeten
En dorst geen plaats nog lieve zus
Dit was niet te vergeten.

Weldra werd ook de vriend betrokken in het kussen

Doch eindelijk. O! wat geluk
Twee lieve lekkere zusjes
Vereerde mij en met een plaats
Een aantal lekkere kusjes.

Wel man wat was ik warm en wel
Zoo tussen twee gezeten
Wij dronken lagten zongen saam
En het kussen niet vergeten.

En met de drank kwamen ook de bespiegelingen

Parfait Amour wat zeer fijn woord
Ik zal het Uw vertalen
Volmaakte Liefde het smaakte goed
Wij lieten het niet verschalen

De Bruidegom ging ons dapper voor
In veele kusjes te geven
Het Bruidje was er mee gediend
De gasten deden het leven.

Maar moeten wij niet dansen ook
Wel zeker komt maar vrinden
De bakkerij is ruim genoeg
Muziek zult gij daar vinden.

Kom Kirst haal gauw een klarinet
Vrind Karel zal ook fluiten
De dwarsfluit voor den dag gehaald
Niets moet de vreugde stuiten.

Baas Groothof stond met zijne vrouw
Vlak over de verloofden
Ik had ook al plaats met nog een paar
’t was klaar zoo wij geloofden.

Muziek

Kom danst nu netjes op de maat
Maar Karel kon niet blazen
Crist had geen lust zogt slechts muziek
Daar zaten nu die bazen.

Komt dan maar pater langs de kant
Of het was in de mijde
Dat kunnen wij toch allemaal
Zoo klonkt het door de rijde.

“Pater langs de kant” was een bekend dansliedje in die dagen.

En dadelijk was de boel gereed
En vrolijk aan het dansen
Er werd gezongen en gekust
Voor dat wij gingen schransen.

Vooreerst een schaal met wittenbrood
Een stuk van een rolende
Terwijl de kaas en wat gehakt
Met wijn ons maal volende.

Ik schaam mij haast dat ik het zeg
Maar wil het toch bekennen
Dat ik zat te happen als een boer
Die somers hoog moet mennen.

Het smaakte goed en het druivennat
Dat schuimde in volle glazen
Hielp ingelijks, ja ik zat op het laats
Gelijk een bul te blazen.

De kaarten kwamen voor den dag
Vrind Koos moest waar gaan zeggen
Dit was de meisjes naar den zin
Elk  liet hem kaarten leggen.

Toen aan het komerssen maar wat klugt
Twee meisjes elk drie aazen
Dat is door Koos dien gochelaar
Hij is een baas der bazen.

Commerce of commersen is een kaartspel.

Kaartleggen

Vervolgens gaan ze een spelletje pandverbeuren.

Maar bij het lossen ging het mal toe
Ik moest aan den zolder hangen
Doch spoedig raakte ik uit den brand
Wat kon ik meer verlangen.

Toen ging het weer naar de bakkerij
Daar moest de spijs verteeren
Daar was het weer kusjes zonder eind
Ik moest mij daar dapper weeren.

Den Bruidegom, ja dat is een baas
Dat heb ik nooit geweten
Maar het bruidje spant toch nog de kroon
Die zal ik niet vergeten.

Dansen
Een foto uit ongeveer 1860; het klopt dus niet, maar wel feestelijk.

Wij dansten vrolijk van den boer
Ik kreeg een plaats in het midden
Door zuster Trui die lieve meid
Ach ik mocht er wel om bidden.

Catharina Geertruij Groothoff is de oudste zus, geboren in 1811.
Na nog enkele uurtjes vermaak werd het tijd de meisjes naar huis te brengen

Maar ziet daar opent men de deuren
Men zag de witte straaten
Want het had gesneeuwt, ook was het koud
Doch dit kon ons niet baten.

Maar echter ging men pas op de stoep
De dikste zus van allen
Door gladdigheid en vrolijkheid
Vlak op haar billen gevallen

Terug naar huis werd er nog soep gegeten.

Maar eindelijk raakte ik onder zeil
En dagt om geene zorgen
Sliep zeer gerust en droomde zoet
Tot aan den blijden morgen.

Toen opgestaan en het lijf verkwikt
Door drinken en door eeten
Wij namen afscheid wel te spa
Weer het kussen niet vergeten

Afbeelding (172)
De laatste 2 verzen

Huwelijk
Op 21 januari trouwen Willemijntje en Johann. Getuigen zijn o.a. oom Willem Groothoff, kuiper, en oom Christiaan Stapelkamp, logementhouder.
Johann Silkrodt is ook van Duitse komaf. Hij is geboren in 1804 in Tangermünde (in Pruisen). Zijn ouders zijn niet bij de bruiloft, zij zijn al overleden.

Het echtpaar gaat in Gorinchem wonen. Johann is zadelmaker.
Gezien de vele advertenties en de inhoud daarvan is het een gelukkig huwelijk.
Het 25-, 40-, en zelfs het 50-jarig huwelijk wordt gevierd.

Vijftig jaren

Begin 1887 overlijden Johann en Willemijntje, 6 weken na elkaar.
Hun graf is nog in Gorinchem te vinden.

Grafsteen Silkrodt-Groothoff

Bron:
Gedicht in 72 verzen van 12 januari 1836 te Gorinchen voor het bruidspaar Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt en Willemijntje Groothoff dat op 21 januari 1836 huwde in Zaltbommel, geboorteplaats van de bruid, 1836
Vindplaats: Regionaal archief Rivierenland, Collectie 3497, nr. 1935.
Bruiloftszang in 72 verzen

Kijk voor het overzicht van het gezin waar Willemijntje uit komt in de stamboom van vader Johannis.

Advertenties

2 gedachtes over “‘Vrijgezellenfeest’ in 1836

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s