Liefde over de toonbank, Zaltbommel 1858

Het is april 1858, Daniël Parmentier, Leids sajetfabrikant, handelsreiziger, vrijgezel, heeft zijn zaken afgerond. Hij zit in Nijmegen, nog een dag reizen en hij is weer thuis. Hij wil onderweg in Heusden bij kennissen op bezoek, misschien is de dochter des huizes wel wat voor hem. Met de diligence over Den Bosch duurt de rit 6 uur. De hotelhouder in Nijmegen adviseert hem om de stoomboot naar Zaltbommel te nemen en vandaar verder met de diligence naar Heusden.

stoomboot
De stoomboot aan de kade in Zaltbommel

In zijn memoires schrijft Daniël Parmentier:
“Enfin, van achteren gezien moest ik daar de vrouw ontmoeten, die de Heere in Zijn voorzienigheid voor mij bestemd had. Het was in April van 1858; ik werd toen in oktober 32 jaar. Om tien uur ’s morgens kwam ik dan te Zaltbommel. Na bij Godschalk [een bekend logement aan de Waterstraat] gevraagd te hebben, hoe laat de diligence naar Heusden ging, had ik nog twee uur tijd. Nu, ik had geen karakter om niets te doen, daarom wilde ik eerst nog zien om wat te verkopen. Ik vroeg dan of er nog solide winkels waren. En zo kwam ik het eerst bij Mej. Groothoff. Nu, zodra ik op de stoep stond en de juffrouw mij zag, geloofde zij dadelijk dat ik haar man zou worden…”

Aan het woord is Daniël Johannes Parmentier, geboren op 21 oktober 1826 in Leiden. Hij is de zoon van Jan Parmentier, sajetfabrikant; deze is januari 1858 overleden. Samen met zijn broer Jan heeft Daniël nu de leiding over de fabriek.

overdracht-januari-1858

Mejuffrouw Anna Maria Groothoff dreef een winkel in sajetten aan de Boschstraat in Zaltbommel. Daniël zag handel, maar kreeg liefde op het eerste gezicht.
Anna Maria, 28 jaar, is het tiende en ‘jongste’ kind uit het gezin van Johannis stopsajetGroothoff, de bakker, en Jenneke Stapelkamp. Het meisje dat na haar werd geboren, leefde nog geen half jaar. Vader en moeder Groothoff zijn overleden, alleen haar broers Christiaan en Arnold wonen in 1858 met hun gezin in Zaltbommel.

Terug in Leiden begint Daniël met Anna Maria een briefwisseling. Hiervan zijn twee brieven bewaard. Op 30 april is het nog ‘Waarde juf AM Groothoff’.
In deze brief worden zaken afgehandeld:
“Uwe letteren heb ik eergisteren avond in redelijke welstand ontvangen en daaruit gezien dat u verleegen scheen te zijn aangaande het … breycatoen dat niet van hetzelfde coleur is maar daar behoeft u niet bang voor te zijn en gelief het maar te behouden tot ik bij welweezen bij u kom dan zullen wij wel zien, maar anders is dit donkere in prijs 140 à 150 het pond…”

Let op de opdruk: Firma Johan Parmentier, Sajet- en kousenfabrieken, Leiden
Let op de opdruk: Firma Johan Parmentier, Sajet- en kousenfabrieken, Leiden

Daniël bespreekt echter ook godsdienstige zaken. Hij is lid van de afgescheiden kerk en nogal bevindelijk van geest, terwijl Annemietje tot de ‘gewone’ Hervormde kerk hoort. Dit verschil blijft hun hele leven spelen.
“Vraagt maar den Heere dat Hij u meer en meer ontdekt aan u zelve, maar erkent Hem ook dat Hij u ontdekt… Schuilt maar dicht bij Hem en vraagt maar gedurig naar zijn sterkte…”

Vervolgens maakt hij zijn reisplannen bekend en verbaast zich nogmaals over hun wonderlijke ontmoeting. Hij ondertekent:
De groeten van mij, uw dienaar D.J. Parmentier. Als u in den volgende week nog een lettertje voor mij heeft, zal mij aangenaam zijn”.

am-groothoff

De tweede brief is van 22 mei, hier luidt de aanhef
‘Waarde en zeer geliefde Annemietje’.
In die brief is het herhaaldelijk ‘Lieve Annemietje’.
“Na dat ik van u ben weggegaan op de boot die stikvol van goddeloozen menschen was ben ik eindelijk om twee uur te Rotterdam aangekoomen…
Lieve Annemietje ik ben maar stil in een hoekje van de boot gaan zitten lezen in Solomon Duisch *) en was blijde dat ik een boek bij mij had tot afleijding van de wereld die in het booze ligt… om twee uur kwam ik gelukkig en behouden aan het spoor en moest toen wachten tot 3½  uur; in de wagtkamer ontmoette ik nog een kind des Heere en kwam toen gelukkig in gezondheid om 5 uur te huis bij moeder die nog al wel was en die mij dadelijk omhelsde en begon te huilen aangaande ons verkeer…”

lieve-annemietje

Daniël hoopt dat zij spoedig haar winkel mag verkopen:
en dat ik u dan mag komen afhaalen om te samen te trouwen en dan altijd bij elkander te zijn tot dat de dood ons eenmaal zal scheiden. Nog een korte tijd en dat wij dan alsdan tezamen en als zijn uitverkoorene tot in den nimmer eindigende eeuwigheid bij den lieve Heijland zullen zijn is de wensch en de hoop en de beede van hem lieve Annemietje die u hartelijk liefheeft en bemint en die zich noemt uw liefhebbende Daniël Johannes Parmentier…”

Huwelijk
In juli wordt de winkel al verkocht en de inboedel ingescheept naar Leiden:
“… Mijn vrouw bracht het meublement mee, en ik had een huis op de Mare gekocht, waarvan wij het bovenhuis gingen bewonen. Ook had zij heel veel geld. Nu dit was juist goed, want ik had in die 8 jaar alles aan de armen gegeven…”

Op 25 augustus treden Anna Maria en Daniël in het huwelijk. Zij krijgen acht kinderen, tot hun verdriet worden er slechts twee meisjes volwassen.
We leren Anna Maria alleen maar kennen uit de aantekeningen van Daniël:
“De Heere had mij, in haar, een beste, zuinige, zindelijke en bekeerde vrouw gegeven, waar ik later nog bij bepaald geworden ben, toen de Heere haar weggenomen had”.

Hoewel Daniël nogal wat rare fratsen uithaalde bleef Annemietje ‘afgodisch’ van hem houden. Hij heeft bijvoorbeeld een keer al zijn geld met speculeren verloren ten tijde van de Frans-Duitse oorlog (1870). Hij moest zich zelfs terugtrekken uit de fabriek.
Hij schrijft daarover in zijn autobiografie:
“Ik heb haar wel veel verdriet gedaan maar nadat de Heere mij in de schuld gebracht had, heeft ze ook geen verdriet meer van mij gehad. We hebben samen moeilijke wegen doorworsteld. Had ik het alles van tevoren geweten dan was het haast niet om door te komen geweest. Maar, God die helpt in nood, is in Sion groot”.

Er is een foto van het gezin uit begin jaren ’90, misschien augustus 1893 als het echtpaar 35 jaar getrouwd is. Links het echtpaar Parmentier, Anna Maria is ongeveer 63 jaar. We zien hun twee volwassen dochters Marie en Johanna en schoonzoon Pieter Overduin. Bij de ouders op schoot de kleinkinderen Daniël Johannes en Anna Maria Overduin.

Familie Parmentier, augustus 1893?
Familie Parmentier, augustus 1893?

Anna Maria Parmentier-Groothoff overlijdt op 2 juni 1896.
Daniël is in 1897 hertrouwd; hij sterft vier jaar later op 20 februari 1901 in Katwijk, waarheen hij in 1899 was verhuisd.

Vondst brieven
Het huis in Katwijk aan de Voorstraat is met een deel van de inboedel verkocht aan de familie Soeteman. In een secretaire vond een achterkleinzoon honderd jaar later de twee brieven. Op zoek naar A.M. Groothoff, de geadresseerde, kwam hij bij mij terecht en konden we het verhaal reconstrueren.

Bronnen
Daniël Parmentier heeft zijn levensverhaal opgetekend, zoals dat in bevindelijke kringen gebruikelijk is. Het is te vinden op internet.
http://www.theologienet.nl/jeugdenbekering.html

*) Christiaan Salomon Duijtsch, 1734-1795, was een tot het Christendom bekeerde Jood; schreef o.a. een autobiografie De wonderlijke leidinge Gods.

‘Vrijgezellenfeest’ in 1836

Op 10 januari 1836 stond er een snijdende oostenwind. Op de Waaldijk tussen Gorinchem en Tuil reed een zogenaamde halve wagen. In de koets zaten twee mannen, Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt en zijn beste vriend. Op de bok Christiaan Stapelkamp, logementhouder uit Gorinchem.

caleche -3

Mijn voeten werden vluks als ijs
Ik zat van kouw te rillen
Mijn neus zag als een biet of kroot
Mijn broek vroor aan mijne billen

Maar Brandewijn gaf ons weer vuur
En het bitter liet zich smaken
Een pijp gestopt, een warme stoof
Maar ’t hielp niets voor de kaken.

Ik was bond en blouw en paars van kouw
Toen moest ik nog overvaren
Bij moeder Groothof en haar man
Dagt ik wel te bedaren.

De dag daarvoor had Silkrodt zijn vrienden uitgenodigd om mee te gaan naar Zaltbommel. Op 21 januari ging hij trouwen met Willemijntje Groothoff, de dochter van Johannis de brood- en banketbakker en Jenneke Stapelkamp. Maar eerst zouden zij nog haar verjaardag gaan vieren:

Gij weet wel dat ik Bruigom ben,
zeide Silkrot tot zijne vrinden,
ik gaa morgen dus naar Z.Boemel toe;
Daar zal ik mijn Bruidje vinden.

Op zondag welk een schoonen dag,
Zal mijne bruid verjaren.
Dat bruidje dat ik mijn verkoos,
Waarmee ik wel haast zal paren.

Uiteindelijk ging er maar één vriend mee; deze heeft een paar dagen na het feest een verslag in 72 verzen gemaakt, waardoor we nu nog een aardig beeld krijgen van dit ‘vrijgezellenfeest’.

Afbeelding (171)

Bij Tuijl moest het gezelschap overvaren.
De heren waren blijkbaar nogal deftig aangekleed, want in de straten van Zaltbommel klonk:

…, maar het eerste woord
Dat ik in Z.Boemel hoorden
Was schoolvos, hoor gij wenscht voor ons
’t was of het mijn ziel doorboorden

De vriend is voor het eerst in Zaltbommel en kent niemand van het gezelschap:

Verstijft van koû kwam ik bij de Bruid
En Bruidegom en vader
En moeder Groothof en nog meer
Van het huisgezin tegader.

Daar stond ik toen net als Piet Snot
Ik maakte compelementen
Sprak zegenwenschen ik weet niet hoe
Als koekjes zonder krenten

In het eerst was ’t stil toen het koffijnat
Werd in het rond gedragen
En het kleingoed werkte ook niet naar ’t hooft
Dit kon mij niet behagen.

Maar Advokatendrank uw Kragt
Dank ik de vrolijke uuren
Want mond en hand werd vlug en rad
Men kuste reeds gebuuren.

Dit moest ik aanzien armen bloed
Ik was nog alleen gezeten
En dorst geen plaats nog lieve zus
Dit was niet te vergeten.

Weldra werd ook de vriend betrokken in het kussen

Doch eindelijk. O! wat geluk
Twee lieve lekkere zusjes
Vereerde mij en met een plaats
Een aantal lekkere kusjes.

Wel man wat was ik warm en wel
Zoo tussen twee gezeten
Wij dronken lagten zongen saam
En het kussen niet vergeten.

En met de drank kwamen ook de bespiegelingen

Parfait Amour wat zeer fijn woord
Ik zal het Uw vertalen
Volmaakte Liefde het smaakte goed
Wij lieten het niet verschalen

De Bruidegom ging ons dapper voor
In veele kusjes te geven
Het Bruidje was er mee gediend
De gasten deden het leven.

Maar moeten wij niet dansen ook
Wel zeker komt maar vrinden
De bakkerij is ruim genoeg
Muziek zult gij daar vinden.

Kom Kirst haal gauw een klarinet
Vrind Karel zal ook fluiten
De dwarsfluit voor den dag gehaald
Niets moet de vreugde stuiten.

Baas Groothof stond met zijne vrouw
Vlak over de verloofden
Ik had ook al plaats met nog een paar
’t was klaar zoo wij geloofden.

Muziek

Kom danst nu netjes op de maat
Maar Karel kon niet blazen
Crist had geen lust zogt slechts muziek
Daar zaten nu die bazen.

Komt dan maar pater langs de kant
Of het was in de mijde
Dat kunnen wij toch allemaal
Zoo klonkt het door de rijde.

“Pater langs de kant” was een bekend dansliedje in die dagen.

En dadelijk was de boel gereed
En vrolijk aan het dansen
Er werd gezongen en gekust
Voor dat wij gingen schransen.

Vooreerst een schaal met wittenbrood
Een stuk van een rolende
Terwijl de kaas en wat gehakt
Met wijn ons maal volende.

Ik schaam mij haast dat ik het zeg
Maar wil het toch bekennen
Dat ik zat te happen als een boer
Die somers hoog moet mennen.

Het smaakte goed en het druivennat
Dat schuimde in volle glazen
Hielp ingelijks, ja ik zat op het laats
Gelijk een bul te blazen.

De kaarten kwamen voor den dag
Vrind Koos moest waar gaan zeggen
Dit was de meisjes naar den zin
Elk  liet hem kaarten leggen.

Toen aan het komerssen maar wat klugt
Twee meisjes elk drie aazen
Dat is door Koos dien gochelaar
Hij is een baas der bazen.

Commerce of commersen is een kaartspel.

Kaartleggen

Vervolgens gaan ze een spelletje pandverbeuren.

Maar bij het lossen ging het mal toe
Ik moest aan den zolder hangen
Doch spoedig raakte ik uit den brand
Wat kon ik meer verlangen.

Toen ging het weer naar de bakkerij
Daar moest de spijs verteeren
Daar was het weer kusjes zonder eind
Ik moest mij daar dapper weeren.

Den Bruidegom, ja dat is een baas
Dat heb ik nooit geweten
Maar het bruidje spant toch nog de kroon
Die zal ik niet vergeten.

Dansen
Een foto uit ongeveer 1860; het klopt dus niet, maar wel feestelijk.

Wij dansten vrolijk van den boer
Ik kreeg een plaats in het midden
Door zuster Trui die lieve meid
Ach ik mocht er wel om bidden.

Catharina Geertruij Groothoff is de oudste zus, geboren in 1811.
Na nog enkele uurtjes vermaak werd het tijd de meisjes naar huis te brengen

Maar ziet daar opent men de deuren
Men zag de witte straaten
Want het had gesneeuwt, ook was het koud
Doch dit kon ons niet baten.

Maar echter ging men pas op de stoep
De dikste zus van allen
Door gladdigheid en vrolijkheid
Vlak op haar billen gevallen

Terug naar huis werd er nog soep gegeten.

Maar eindelijk raakte ik onder zeil
En dagt om geene zorgen
Sliep zeer gerust en droomde zoet
Tot aan den blijden morgen.

Toen opgestaan en het lijf verkwikt
Door drinken en door eeten
Wij namen afscheid wel te spa
Weer het kussen niet vergeten

Afbeelding (172)
De laatste 2 verzen

Huwelijk
Op 21 januari trouwen Willemijntje en Johann. Getuigen zijn o.a. oom Willem Groothoff, kuiper, en oom Christiaan Stapelkamp, logementhouder.
Johann Silkrodt is ook van Duitse komaf. Hij is geboren in 1804 in Tangermünde (in Pruisen). Zijn ouders zijn niet bij de bruiloft, zij zijn al overleden.

Het echtpaar gaat in Gorinchem wonen. Johann is zadelmaker.
Gezien de vele advertenties en de inhoud daarvan is het een gelukkig huwelijk.
Het 25-, 40-, en zelfs het 50-jarig huwelijk wordt gevierd.

Vijftig jaren

Begin 1887 overlijden Johann en Willemijntje, 6 weken na elkaar.
Hun graf is nog in Gorinchem te vinden.

Grafsteen Silkrodt-Groothoff

Bron:
Gedicht in 72 verzen van 12 januari 1836 te Gorinchen voor het bruidspaar Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt en Willemijntje Groothoff dat op 21 januari 1836 huwde in Zaltbommel, geboorteplaats van de bruid, 1836
Vindplaats: Regionaal archief Rivierenland, Collectie 3497, nr. 1935.
Bruiloftszang in 72 verzen

Kijk voor het overzicht van het gezin waar Willemijntje uit komt in de stamboom van vader Johannis.

Johannis, brood- en banketbakker

Over de derde broer Groothoff die in Zaltbommel opduikt, Johannis, heb ik weinig achtergrondinformatie gevonden. Over zijn kinderen des te meer. Een zoon in de bakkerij, dat lijkt logisch; een andere zoon, 12 ambachten, weinig ongelukken, hij eindigt als gemeentebode; dan Frans Willem, alleen maar ongelukken, zelfs gevangenisstraf, tegenwoordig zou je hem  een draaideurcrimineel noemen, terwijl zijn dochter het brengt tot baronesse…
En sommigen van de 8 dochters van Johannis hebben ook heel wat te vertellen.
Maar dit is allemaal tweede generatie, voer voor later.

Johannis komt gelijk met zijn broer Hendrik in Zaltbommel wonen. In alle aktes wordt zijn naam als Johannes geschreven. De eerste en de laatste gevonden vermelding geven echter de naam Johannis. Daarom houd ik deze schrijfwijze aan. Allereerst in 1798 bij zijn inschrijving in het lidmatenregister van de kerk:

Zielen in 1798 W+H+J

Huwelijk
Johannis trouwt pas als hij 33 is. Duurde het even voor hij de ware had gevonden? Heeft hij gewacht tot zijn bruid 21 was? Hij huwt in 1809 met zijn schoonzusje, Jenneke Stapelkamp, nog net 20 jaar. Blijkbaar is het wel een goede keus. In 1836 wordt er van haar gezegd bij het ‘vrijgezellenfeest’ van dochter Willemijntje:

“Doch moeder Groothof wist ook raad
Om ons nog wat te verschaffen
Die goede vrouw vergeef ik gaarn
Haar vriendelijk bestraffen”

Johannis en Jenneke trouwen in Hurwenen, een dorpje een paar kilometer stroomopwaarts aan de Waal. Het is februari 1809. Is het te koud in de grote Maartenskerk van Zaltbommel? Als je hun kerkboeken doorbladert wordt er in die jaren nauwelijks getrouwd in de winter. In onze tijd speelt dit nog een grote rol: in het koor van de kerk is zelfs een aparte ruimte geplaatst, de ‘winterkerk’. Door alleen deze ruimte te verwarmen kan men ook het magnifieke orgel uit 1783 beschermen.

Huwelijksakte 1809
Huwelijksakte 1809 uit het Contraboek van de getrouwden te Hurwenen (Hervormde Gemeente)

Op vertoond attest van wettigen ondertrouw en onverhinderde proclamatiën zo ten Z.Bommel als ten Thiel en Rotterdam, zijn den 10. Februarij alhier in den Huwelijken Staat bevestigd, Johannes Groothoff, J.M. [jongeman], geboren te Duisburgh aan den Rhijn, en wonende te Bommel, en Jenneke Stapelkamp, J.D. [jonge dochter], geboren te Thiel, gewoond hebbende te Rotterdam, thans wonende te Thiel, en is daar van attest verzogt en verleend.

Tussen 1811 en 1831 worden 8 meisjes en 3 jongens geboren. Vier meisjes sterven op jonge leeftijd. De andere 4 en de 3 jongens trouwen allemaal. Het eerste huwelijk is in 1836 tussen Willemijntje (1814) en Johann Friedrich Wilhelm Silkrodt. Er is een levendige beschrijving van het ‘vrijgezellenfeest’, een week voor de trouwerij:

“En dadelijk was de boel gereed
En vrolijk aan het dansen
Er werd gezongen en gekust
Voor dat wij gingen schransen”

Meer daarover een andere keer.

Bakkerij
Johannis is bakker, wordt soms ook broodbakker genoemd.
In 1832 woont het gezin aan de Gamersche straat. Johannis is eigenaar van 2 woonhuizen en een stalling. De woonhuizen liggen tegenover elkaar, nrs. 88 en 810 op de kaart van het kadaster; de stalling ligt aan het Klooster, nr. 820.

Uitsnede Gamersche straat

Percelen 810 en 820 sluiten op elkaar aan.
Tot 1878 had familie Groothoff een bakkerij aan deze straat. Na vader Johannis werd zijn oudste zoon Christiaan bakker en later diens oudste zoon Johann.

RP-P-1890-A-15714
Bakkerij, 1860. Prent Van Eberhard Cornelis Rahms. Bron: Rijksmuseum.

De bakkerij wordt echter ook voor andere gelegenheden gebruikt, zoals in 1836:

“Maar moeten wij niet dansen ook
Wel zeker komt maar vrinden
De bakkerij is ruim genoeg
Muziek zult gij daar vinden.”

Zoutziederij
In 1844 komt ‘de zeer beklante Zuilichemsche zoutziederij en erf, gelegen aan de rivier de Waal, buitendijks met eene zeer ruime kade’ te koop.
‘Op het erf bevinden zich ruime vierkante pannen, een pekelkelder, ruime eikenhouten filtreer- en woestbakken, drie, groote eikenhouten dennen of magazijnen, waarvan de wanden met hout beschoten zijn, turfloods enz. Een door palissaden afgesloten erf, een geheel gemetselde den of magazijn.
Tot slot een roijaal heerenhuis, hebbende een heerlijk uitzigt op de rivier de Waal, naast de vorige percelen gelegen, bevattende een fraaije vestibule en gangen, acht ruime kamers, allen gestucadoord, waarin 5 marmeren schoorsteenmantels, veel groote kasten en goede services, luchtige zolders met beschoten kappen met lood opgeboeid en met ruime zakgoten…’
Het gemetselde magazijn en het herenhuis zijn  ‘7 palmen boven de hoogstbekende ijsstopping en rivierhoogte geleegen’. En vergeet ‘de oprijdlaan niet, sierlijk aangelegd, met fijne heesters bepoot, en door een ijzeren hek van den algemeenen rijweg afgescheiden.’

De publieke veiling in juli brengt echter te weinig op. In de krant verschijnt dan de volgende advertentie:Zoutziederij adv 1844

Ik weet niet of Johannis ook mee geboden heeft, maar in 1846 koopt hij samen met zijn schoonzoon Johannes van Randwijk de zoutziederij. Van Randwijk is getrouwd met de oudste dochter, Catharina Geertruij (1811). Het gezin Van Randwijk gaat in Zuilichem wonen en vader Johannis stelt zijn tweede zoon Arnold aan als beheerder. Ook Arnold gaat met zijn gezin in Zuilichem wonen. Beiden noemen zich zoutzieder. In 1855 komt zijn vaders aandeel op naam van Arnold te staan, maar een jaar later wordt de hele zoutziederij aan de gemeente verkocht. Het gezin Van Randwijk verhuist naar Dordrecht en Arnold, inmiddels weduwnaar, gaat met zijn tweede vrouw in Zaltbommel wonen.

Brood- en banketbakker
In 1850 is Johannis getuige bij het huwelijk van zoon Christiaan en Anna Clasina van Driel; ook vader Van Driel is getuige. Als 4e getuige zien we A. Groothoff: broer Arnold, de zoutzieder.

Handtekeningen 1850

In deze laatste levensjaren noemde Johannis zich brood- én banketbakker.
Hij overlijdt op 76 jarige leeftijd. Jenneke laat een advertentie plaatsen in de Opregte Haarlemsche Courant, een van de eerste overlijdensadvertenties in de familie.

Adv Johannis overlijden 1852

Nageslacht
Alle drie de zoons hebben kinderen en kleinkinderen. Een kleinzoon van Christiaan is de bekende voetbalscheidsrechter Christiaan Jacobus Groothoff.
Arnold heeft gestudeerde kinderen, 2 promoveren er zelfs. Een aantal kleinkinderen bereiken hoge posities; Christiaan Theodoor wordt directeur van de Staatsmijnen. Er zijn nakomelingen tot in Australië en Brazilië.

Kijk voor een overzicht van het gezin van Johannis bij zijn stamboom.

Hendrik en Willemijntje 1850

Gouden huwelijk

We schrijven 28 april 1850. We zitten met Hendrik Groothoff, 77 jaar, en zijn vrouw Willemke Stapelkamp, 69 jaar, in de opkamer aan de Gasthuisstraat te Zaltbommel. De tafel is feestelijk gedekt. Is er iets te vieren? Jazeker, vijftig jaar geleden trouwden Hendrik en Willemijntje in Tiel. We kijken terug op hun huwelijksjaren.

Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800
Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800

Wie zitten er aan tafel?
[* de 12 kinderen roodgekleurd]

Lambertus (1802), de oudste zoon; hij is sinds vorig jaar weduwnaar na het overlijden van zijn vrouw Anneke van Asch; hun zoon Hendrik Willem (1833) is er, hij is het oudste kleinkind. Lambertus woont in Leerdam, hij is arbeider. Lambertus is niet de eerstgeborene; aan tafel is vast wel gesproken over Arnoldus, geboren in 1801, maar al gestorven toen hij 4 was.
Na hen kwamen Willem Arie (1804) en Anna Catharina Geertruij (1806); zij zijn ook op jonge leeftijd overleden, Willem Arie werd 22 jaar, Anna slechts 2.
Davit (1808) is de volgende; hij is er, met zijn Amsterdamse vrouw Maria Catharina Beijst en hun zoon David Hendrik; zij wonen in Utrecht. Davit is koetsier, aanvankelijk in Leiden. Is dat de reden dat er zoveel zusjes naar Leiden kwamen?Schoonzoon Cornelis van den Worm uit Leiden mag niet ontbreken, de man van Aaltje (1810) én Geertruij Wilhelmina (1812). Hij trouwde eerst met Aaltje in 1834 en na haar overlijden met Geertruij in 1847. Dat ging niet zomaar, want het was niet toegestaan dat je met je schoonzus trouwde.Vrijstelling schoonbroeders 1847

In het huwelijksformulier staat “vrijstelling verleend der wettelijke bepalingen, waar bij de huwelijken tusschen schoonbroeders en schoonzusters verboden wordt…”
Helaas is Geertruij afgelopen jaar overleden. Misschien zijn alle 6 kinderen wel meegekomen met de stoomboot vanaf Gorinchem.
We zien Jenneke (1814) en haar man Hendrik Olivier, ook uit Leiden. Olivier is een bekende Leidse achternaam! Zij zijn in ’47 getrouwd en hebben een zoontje van 2; Jenneke is weer zwanger. Hendrik Olivier was eerder getrouwd en heeft al 6 kinderen.
Arnolda (1816) is over uit Rotterdam; Christiaan (1819) ontbreekt, hij is als kanonnier in Nederlandsch-Indië.
Willemijntje (1823) uit Den Haag en de jongste Anna Sophia (1825) maken de kring rond.

Broers
Geen van de kinderen woont in Zaltbommel. Maar in de stad wonen nog wel 2 broers van Hendrik, zij zijn zeker uitgenodigd. Johannis,  brood- en banketbakker, is 74 en zijn vrouw Jenneke Stapelkamp 62, jawel een zusje van Willemijntje. En natuurlijk Mattheis,  slager, 70 jaar oud, zijn vrouw Jenneke is een paar jaar geleden gestorven.
Johannis heeft voor mooie taarten gezorgd en Mattheis heeft vast extra geslacht.

Als het populaire boekje “Gouden Bruiloft” van Willem Musschert rondgaat, zal er hier en daar uit voorgelezen worden, bijvoorbeeld:

“t Maal gaat intusschen voort, en menig lekkre beet
houdt de eetlust aan de gang. Geen dischgenoot vergeet
De taart te prijzen vol gesuikerde ingewanden.
Men zendt gebak en zoet, de roomvla bruin van ‘t branden,
Den tulband blank van deeg, de Bruiloftstafel rond
En kweemoes klaar als glas dat wegsmelt in den mond.
Dat smaakt den kindren recht –  Zij juichen en verblijen
Zich in de overvloed van zoo veel lekkernijen
En vragen immer meer, al zijn zij ruim verzaad.
Hun Moeder weigert maar “Wat zoet is kan geen kwaad”
Zegt keer op keer de Bruid “het eten doet hen groeien.
‘t Feest moet hen heugen en met loopen en met stoeien
Komt alles weer te recht. Neme elk zoo veel hem lust”.
Nu geeft de Moeder toe, haars ondanks, ongerust
Voor de uitkomst en ziet rond, en telt, door zorg gedreven
De schotels op den dis, nog ongerept gebleven.”

Getuigen
Volgens mij kwamen Hendrik en zijn vrouw niet vaak buiten de stad. Bij geen van de bruiloften van de kinderen waren zij aanwezig; al die huwelijken werden ook ver buiten Zaltbommel voltrokken.
Bij Aaltje in 1834 in Leiden is er melding van een schriftelijke toestemming (‘consenterende’) van Hendrik en Willemijntje voor het huwelijk.
“…consenterende blijkens hunne acte, op den zevenden april achttienhonderd vierendertig voor den notaris Johann Martin Godfriet Hoffmann van Hove en getuigen te Zaltbommel gepasseerd, behoorlijk geregistreerd…”Aaltje H2 huw 1834 zonder ouders

In februari van dit jaar 1850 was Hendrik voor het eerst officieel getuige bij een huwelijk, namelijk die van een neef. Dat huwelijk was dan ook in Zaltbommel. Tot vorig jaar trad zijn broer Willem, de kuiper, namens de familie als getuige op. Na Willems overlijden, is Hendrik de oudste van de stamhouders en vertegenwoordigt hij de familie.

Getuige in 1850

Handtekening 1850

Je herkent de hand, die het schrijven niet gewend is en de leeftijd.

Even vooruitkijken
Anna Sophia zal in 1855 in Leiden trouwen met Jan Hendrik Olivier, een zoon van Hendrik Olivier (de man van Jenneke) uit zijn eerste huwelijk. Zo wordt Anna Sophia de schoondochter van haar zuster Jenneke
Tenslotte trouwt Willemijntje in 1858 in ’s-Gravenhage met Karel George Termolen.
Arnolda blijft ongetrouwd.
Christiaan komt in 1852 in Sambas op Borneo om; de omstandigheden zijn onduidelijk. De ene expeditie na de ander werd in de Indische wateren uitgevoerd. Christiaan was beroepssoldaat, kanonnier 2e klasse. Hij is op 10 november 1848 uit Nederland vertrokken met het schip de Sara Jacoba. Zijn overlijden wordt vermeld in de Nederlandsche Staatscourant van zondag 16 en maandag 17 juli 1854, onder de kop Staat van Nalatenschappen; er is een saldo van 2,00 gulden te innen!

Christiaan ov Sambas

Overlijden
Vader Hendrik overlijdt een paar maanden na zijn gouden bruiloft in december 1850; getuigen zijn zoon Lammert en neef Abraham Groothoff, onderwijzer te Sliedrecht, een zoon van Gerrit.Ov acte Hendrik 1850

Een paar jaar later verhuist moeder Willemijntje naar Leiden; trekt ze in bij Jenneke? Ze overlijdt daar in 1855, 74 jaar oud. In het kerkboek van Zaltbommel is alles bijgehouden. De bladzijde begint in 1800, met attestatie “van Rotterdam” en eindigt met attestatie “n Leyden 1853”. En dat alles op één regel.Attestatie van Willemijntje

Op dezelfde bladzijde wordt haar zwager Wilhelm Groothof genoemd; hij was in 1793 al als burger in Zaltbommel ingeschreven en in 1798 getrouwd; blijkbaar heeft hij tussen Duisburg, waar hij geboren is, en Zaltbommel een tijdje in Essen gewoond en in 1800 alsnog een attestatie uit Essen kunnen regelen.

Familiepuzzle in Leiden
Toch ook nog even aandacht voor de schoonzoons Cornelis van den Worm en Hendrik Olivier, hoofdrolspelers in de Leidse clan.

Cornelis van de Worm wordt geboren op 27 april 1804 in Leiden. Hij is timmerman in de Muscadelsteeg, later aan het Rapenburg.

  1. In 1834 trouwt hij met Aaltje Groothoff, Aaltje overlijdt in 1846
  2. In 1847 huwt hij haar zuster Geertruij Wilhelmina; zij overlijdt in 1849
  3. In 1850 trouwt Cornelis met Harmina Johanna Freeriks; getuige zijn zijn vader, 79 jaar, en drie bedienden uit het museum; Cornelis is rijksambtenaar geworden en als custos (beheerder) in dienst van het Rijkskabinet van Teekeningen, Prenten en Pleisterbeelden, meestal het Prentenkabinet genoemd; Cornelis wordt voor de derde keer weduwnaar
  4. en trouwt in 1857 met Jenneke ten Zijthoff
Rapenburg in Leiden met rechts het "Rijkskabinet van Prenten - Museum van Pleisterbeelden"
Rapenburg in Leiden met rechts het “Rijkskabinet van Prenten – Museum van Pleisterbeelden”

Hendrik Olivier, bakker in de Breedstraat, is bij het 2e en 4e huwelijk van Cornelis getuige; Hendrik is namelijk een zwager van Cornelis.
Eerst trouwde Hendrik Olivier in 1832 met Clasina Labree. Clasina overlijdt in 1846; er zijn 6 kinderen, waaronder Jan Hendrik Olivier en Pieter Jacobus Olivier.
In 1847 trouwt Hendrik met Jenneke Groothoff, en wordt zo zwager van Cornelis, die getuige is bij dit huwelijk.
Zoon Jan Hendrik trouwt in 1857 met Anna Sophia Groothoff, het jongste zusje van Aaltje, Geertruij en Jenneke; getuige: Cornelis van den Worm, die door dit huwelijk de zwager wordt van de vader én de zoon. De schoonzus van Hendrik wordt nu ook schoondochter en Jenneke wordt door dit huwelijk de schoonmoeder van haar zus.

Er is nog een relatie tussen Cornelis en Hendrik, want in 1870 trouwt Pieter Jacobus Olivier, zoon van Hendrik en Clasina Labree met Hendrica Henriëtta van den Worm, dochter van Cornelis en Aaltje Groothoff, uit zijn eerste huwelijk.
Droeve voetnoot: Hendrica Henriëtta overlijdt een week na het huwelijk.

Zie voor een overzicht van het gezin https://groothoff.wordpress.com/stamboom/

 

Vreemdelingen in het Franse Zaltbommel

De gebroeders Groothoff komen in een roerige tijd in Zaltbommel aan. Er is een strijd gaande tussen Oranjegezinden en aanhangers van de Franse Revolutie, de patriotten. Franse legers staan enkele malen aan de deur van de Republiek te rammelen, helpen eerst de patriotten in het zadel en nemen tenslotte de macht over. Het is een komen en gaan van buitenlandse troepen. Strenge winters ontregelen het dagelijks leven en de daaropvolgende dooi zorgt voor enorme ijsdammen in de rivieren, waardoor de dijken het begeven. En moet je nu Nederlands of Frans leren als je wilt inburgeren? Wat is er over de Groothoffen in Franse tijd bekend?

Oorlog
In 1793 verklaart de Franse regering de oorlog aan de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Franse generaal Dumouriez trekt snel op, verovert Bergen op Zoom en  Breda en staat eind februari al aan het Hollands Diep, tegenover Dordrecht. Bij Venlo en Maastricht kunnen de Fransen het echter niet bolwerken en alle troepen worden teruggeroepen naar Parijs. In dat jaar wordt Willem Groothoff inwoner van Zaltbommel.

Een coalitie van Oostenrijk en de Republiek trekt op richting Parijs. In Frankrijk wordt de levée en masse uitgeroepen: 600.000 man komen onder de wapenen.
In 1794 trekken de Fransen opnieuw noordwaarts onder leiding van Pichegru en Jourdan. Bij Fleurus in de buurt van Charleroi boeken zij de eerste grote overwinning op de coalitie (zie het verhaal over de luchtballon). De Fransen rukken snel op en slaan in september het beleg voor Den Bosch. Oranjegezinden uit Zaltbommel vluchten naar Holland. De Prins van Oranje vraagt tevergeefs assistentie in de Bommelerwaard. De gierpont van Zaltbommel maakt overuren. Naast de troepen van Oranje, verschijnen Engelsen en Hessen in de stad, in december gevolgd door de eerste Fransen. Vanwege de aanhoudende vorst kunnen de Fransen de Maas en de Waal overtrekken.

Bron: Atlas van Stolk
Bron: Atlas van Stolk

 

Omwenteling
Zaltbommel krijgt een patriottisch bestuur. Het centrale gezag zetelt in ’s Gravenhage: de Bataafse Republiek. Het duurt een aantal jaren voor het gezag een definitieve vorm krijgt en in alle gewesten is doorgevoerd. In 1801 ontstaat het Bataafs Gemenebest, in 1806 het Koninkrijk Holland, onder leiding van Lodewijk Napoleon. In 1810 volgt de annexatie door Frankrijk, met aan het bewind Keizer Napoleon.

Al in 1810 worden alle Bommelaars volgens de Franse regels ingeschreven in de État de population, alle 5 broers en hun gezinnen worden genoteerd.

Etat de population 1810

 

Duitsers of ‘moffen’
In die jaren werden inwoners ten oosten van de Rijn al als ‘moffen’ aangeduid. In 1787 hadden de Pruisen de stadhouder geholpen en in 1794/1795 vochten Hessische troepen mee met de coalitie tegen Frankrijk. ‘Moffen’ waren niet erg geliefd bij de patriotten. Het lijkt erop alsof onze Groothoffen uit Duisburg hier geen last van hebben gehad. Misschien hielden ze zich gedeisd of was oom Willem de Bie (in 1793 borg voor neef Willem) een invloedrijk figuur, hij overleed echter in 1801. Toch kan Hendrik in 1804 burger worden van Zaltbommel, zelfs zijn 3 zoontjes, Arnoldus, Lambertus en Willem Arie, worden al voorlopig ingeschreven.

Hendrik met 3 zoontjes

 

Hendrik Groothoff in civem receptus, juravit solemniter et solvit jura ad f 22-.-. die aanstonds zijn gedistribueerd. En is aan zijne drie zoontjes met namen Arnoldus, Lambertus, en Willem Arie Groothoff het burgerrecht toegestaan, mits bij meerderjarigheid eed doende. Actum den 11 junij 1804. [In marge:] Arnold, Lambert en Arie geneamd.

Ondanks de barre tijden van oorlog, inkwartiering van buitenlandse troepen (1794-1795), opnieuw in 1813-1814, overstromingen (1799, 1809), koepokken en hongersnood komen de Groothoffen grotendeels goed de Franse tijd door.

Ijsdammen 2

 

Als de uiterwaarden bevriezen komt bij dooi het ijs los; enorme ijsdammen ontstaan, waardoor het dooiwater over de dijken kan lopen. Dit gebeurde ook in 1799 en 1809. De Bommerwaard stroomde onder en vele burgers (benevens veel vee) zoeken een veilig heenkomen in de stad Zaltbommel.

In oktober 1813 verliest Napoleon de Volkerenslag bij Leipzig. In April 1814 doet hij afstand van de troon. Opnieuw trekken er veel troepen door Zaltbommel, in de omgekeerde richting. Behalve Pruisen verschijnen er nu ook Russen in de stad.
In 1815 ontstaat het Koninkrijk der Nederlanden.

Dagelijks leven
Het dagelijks leven lijkt ‘gewoon’ door te gaan.
Willem (1798), Hendrik (1800), Mattheis (1805), Johann (1809) en Gerrit (1811) trouwen allen met meisjes uit het rivierengebied. Tussen 1801 en 1815 komen 23 kinderen ter wereld, waarvan er 4 als kind overlijden.
Het eerste kind (1801) wordt geboren bij Hendrik; dit jongetje wordt natuurlijk naar opa Arnoldus vernoemd, die dit nooit heeft geweten, want hij stierf voor 1798. Ook bij Willem komt in 1801 een jongetje ter wereld: Willem. Zowel deze Willem als Arnoldus overlijden jong, in ieder geval voor 1810.
Daarna worden de volgende kinderen geboren, waarvan alleen Anna Catharina Geertruij (1806-1808) en Abraham (1814) jong overlijden:

1802: Lambertus (H2)
1803: Wilhelmina (W2)
1804: Catharina Geertruij (W2), Willem Arie (H2)
1805: Matthijs Arnold (M2)
1806: Anna Sophia (W2), Anna Catharina Geertruij (H2); zij overlijdt in 1808
1807: Johannis (M2)
1808: Davit (H2)
1808: Anna Catharina Geertruij (M2)
1809: Jan Arnoldus (W2)
1810: Aaltje (H2)
1811: Jan (M2), Arnoldus Willem (G2), Catharina Geertruij (J2)
1812: Geertruij Wilhelmina (H2)
1813: Antje (M2)
1814: Willemijntje (J2), Abraham (G2), Jenneke (H2)
1815: Frederik (G2)

Na de Franse tijd worden er nog 17 neven en nichten geboren; een generatie van 40 kinderen. De laatste is Elisabeth (J2) in 1831, dochter van Johan.

*Achter de namen zet ik de verschillende takken met het generatienummer.

Bronnen:

De afbeeldingen komen uit de Atlas van Stolk

Groot, J. H. de, (historicus): Zaltbommel : stad en waard door de eeuwen heen. 1979.

Hanken, Caroline. Door een Hollandse winter. De predikant, de hofdame en de revolutie van 1795. 2010.