Woelige tijden in Camperduin

25 april 1950. Verslagen stond Harrie Groothoff bij het half ingestorte paviljoen van wat gisteren nog zijn Noordzeebad ‘Camperduin’ was. Overal lagen de restanten van de badhokjes en strandstoelen, weggespoeld door de woeste golven. Vanmorgen vroeg was hij gebeld door de strandwacht. Van de Munnikenweg naar het strand had hij moeite de wagen op de weg te houden. De Noordwester waaide nog steeds stevig door, de regen striemde tegen de voorruit. Op zijn stramme benen was hij over het duinpad naar boven gedraafd, 61 jaar, nee hij was de jongste niet meer.

Het was nu de tweede keer dat hij zwaar getroffen werd door onstuimig weer. Zeventien jaar geleden, juni 1933, was zijn strandpaviljoen feestelijk geopend. Zie het verhaal Strandgedoe in Camperduin

Noordzeebad. Privécollectie.

Een maand later opende concurrent Minkema zijn café-restaurant op het duin.
Beide bedrijven plaatsten ook een (nieuwe) serie badhokjes op het strand. Naast elkaar stonden twee vrijwel identieke gelegenheden.

Versie Minkema: Opschrift: Noorderbad / Exploitant / Y. Minkema / Wisselcabines. Privécollectie.

Op het duin het café-restaurant van Minkema.

Versie Groothoff: Bad / paviljoen / Camperduin / Kleedkamers met douche. Privécollectie.

Groothoff kwam ook weer een paar keer opvallend in de krant. Op 13 januari 1936 vergaderde de V.V.V. van Groet-Camperduin. Aan het eind van de vergadering, zo staat in de Schager Courant (Groothoff had blijkbaar zijn contributie niet betaald):
De voorz. deelt dan nog mede, dat de heer Groothoff weer lid wenscht te worden en zijn schuld ad f 10 zal betalen. Over ’t algemeen is men van oordeel dat men dezen verloren zoon weer moet aannemen.

In 1936 adverteerde Groothoff met de opmerking:
Onze zaak heeft niets uit te staan met het café op het Duin. – Eerste en oudste zaak ter plaatse.

Het strand werd jaarlijks breder, omdat de provincie een golfbreker had laten bouwen.
In 1937 was de eerlijke verdeling tussen de pachters van het noordelijk en zuidelijk gedeelte weer onderwerp van discussie in de gemeenteraad. Gaat het nu om de lengte of om de oppervlakte van het strand? Feit is dat bij het ene deel meer zand is aangegroeid dan op het andere deel. De wethouder is echter niet bereid de palen weer 4 meter terug te zetten.

STORM

Een Zuidwesterstorm verwoestte vlak voor de Pinksterdagen van 1938 alle badhokjes en de paviljoens op het strand. Een enorme strop voor beide ondernemers, behalve dat het stenen pand van Minkema op het duin wel blijft staan.

Het volgende verslag stond in de Alkmaarsche Courant van 31 mei:
Camperduin heeft gisteren zijn deel gehad van den woedenden zuidwesterstorm. Met groote kracht werden golven schuim over den dijk geworpen en op het strand staande paviljoens van de heeren Groothoff en Minkema waren volkomen bedekt met schuim. Beide strandexploitanten hebben eenige hachelijke uren doorgemaakt, daar het zeer te betwijfelen viel of de houten paviljoens het tegen den krachtigen storm en het opkomende water konden uithouden.
Gelukkig nam in den loop van den avond de storm eenigermate af en bestond er geen vrees meer. De heer Groothoff heeft met een tweetal knechts het paviljoen tijdens den storm en het opkomend tij niet verlaten, doch zij hebben zeer moeilijke uren doorgemaakt, daar het water reeds door de vloeren naar binnen kwam.

Oorlog

De naderende oorlog werd ook in Camperduin merkbaar. De Alkmaarsche Courant van 5 maart 1940 meldde:
Naar men ons uit Camperduin telefoneert verkeert de bevolking daar in groote ongerustheid door het aanspoelen van twee mijnen, die, met het oog op de ruwe zee, niet gedemonteerd kunnen worden. De gevaarlijke projectielen liggen ter hoogte van het café-restaurant van den heer Minkema, dat inmiddels ontruimd is. Militaire autoriteiten zijn gewaarschuwd.

In de zomer van 1940 leek het strandgedoe stil te vallen, maar Minkema wilde door “na dagen van spanning vraagt de mensch om rust”.

Alkmaarsche Courant, 7 juni 1940

Toch dreigde het seizoen te mislukken en in juli vroegen zowel Groothoff als Minkema aan de gemeente uitstel van betaling van de pacht. Zij kregen slechts voor een gedeelte van de ‘verschuldigde post’ uitstel.
Eind 1940 vergaderde de V.V.V. van Schoorl nog een keer. Een van de agendapunten was de bestuursverkiezingen, Groothoff was aftredend. Er waren 3 stemmingen nodig om te bepalen of Groothoff zou worden herkozen of dat Minkema hem opvolgde. Minkema won deze ronde.

Door een Engels bombardement op de Hondsbossche zeewering werden het café-restaurant van Minkema en de villa van de burgemeester in 1942 volledig verwoest.

Na de oorlog probeerden de heren hun bedrijf weer op te starten.

WEDEROPBOUW

De Duinstreek 1946.

Hier is voor het eerst sprake van een zoon in de zaak. Groothoff had een stiefzoon Cor, die in 1936 de naam Groothoff had verkregen.

Minkema bouwde op het duin een noodpaviljoen.

Café-Restaurant Camperduin 1946-1950. Collectie prentbriefkaarten van de Provinciale Atlas Noord-Holland / NL-HlmNHA_162_2490_0053

Alkmaarsche Courant, 6 augustus 1947

En bezoekers kwamen er.

In 1949 ontving oom Harrie zijn nichtjes Annie en Riek, en Elisabeth, de vrouw van zijn neef Christiaan. Privécollectie.

Ype Minkema overleed op 21 maart 1950, 60 jaar oud.
In april 1950 werd zoon Gerben Minkema in het bestuur van de V.V.V. gekozen. De voorzitter wenste hem geluk en hoopte dat hij in de voetsporen van zijn vader zou treden

Verlokt door het mooie weer had Groothoff in april 1950 al voor Pasen zijn paviljoen opgebouwd. In de nacht van 24 op 25 april werd zijn badpaviljoen (weer) door een storm weggeslagen. Met het paviljoen verdwenen 44 kleedkamers met douches, een groot aantal strandstoelen en 40 houten strandhuisjes in de Noordzee, aldus het ANP.

Nog één keer richtte Harrie Groothoff volgens het verslag in ‘De Duinstreek’ zijn rug:

Maar de eigenaar van dit riskante bedrijf legde het hoofd niet in de schoot: het paviljoen werd weer opgetrokken, nieuw terras aangelegd en heel veel nieuw materiaal aangeschaft. Met trots toonde de eigenaar dit aan velen die hem bij de heropening kwamen feliciteren. Wethouder C. Haandorp sprak daarbij namens het gemeentebestuur en wees er op, dat ’t vreemdelingenverkeer en strandleven zo’n belangrijke factor was voor de streek. De gemeenten Schoorl, Groet en Camperduin leven voor ’t grootste deel bij de gratie van het vreemdelingenbezoek.
Na nog enkele woorden gewijd te hebben aan de catastrophe van begin April, eindigde Spr. aldus: het moet voor de heer Groothoff en zijn zoon een grote voldoening zijn het bedrijf weer in volle omvang te kunnen openen; het gemeentebestuur spreekt gaarne zijn hartelijke gelukwensen hierbij uit.

Zelfs in het blad ‘De Bommelerwaard’ wordt het verslag uit ‘De Duinstreek’ geciteerd. Harrie Groothoff was namelijk afkomstig uit Zaltbommel en had nog steeds nauwe banden met die stad.

Op 1 februari 1953 was het de beurt aan café-restaurant Minkema; het noodpaviljoen werd door de beruchte februaristorm zwaar beschadigd. Het paviljoen van Groothoff stond nog in de opslag.

Het echtpaar Groothoff-Legro ca.1950 bij hun woonhuis aan de Munnikenweg. Privécollectie.

In 1956 zien we Jacob Kerkmeer als exploitant van het Noordzeebad. Had Harrie Groothoff de strijdbijl begraven? In mei 1956 overleed zijn trouwe compagnon Marie Groothoff-Legro. Op 10 november van datzelfde jaar overleed Heye Roelof Jan (Harrie) Groothoff in het Juliana Ziekenhuis in Amsterdam, 67 jaar oud.

Cor Groothoff bleef actief in de horeca als uitbater van een café en feestzaal in Hargen.

Eerdere verhalen over Harrie Groothoff
Groothoff’s vanille ijs
Strandgedoe in Camperduin

Strandgedoe in Camperduin

Zo’n honderd jaar geleden kwam ook het toerisme bij Schoorl op gang. Twee strandexploitanten, Groothoff en Minkema, gingen met elkaar tussen 1930 en 1950 de strijd om de toerist aan. Twee paviljoens en tientallen badhokjes verschenen bij Camperduin aan het strand en op het duin. Het strandgedoe kwam in een stroomversnelling.

Wanneer men te Kamperduin om dezen tijd het strandleven gadeslaat, krijgt men een geheel ander beeld te zien dan enkele jaren geleden. Deze jonge badplaats gaat met sterke sprongen vooruit; schoolfeesten en gezelschappen komen en gaan, en niet weinigen zijn het er, die van over den afsluitdijk de Hollandsche kusten bezoeken.
De diverse gelegenheden houden met den aanwas van het bezoek gelijken tred, en zoo rijzen de moderne strandpaviljoens als paddestoelen uit den grond. Donderdagmiddag was het de heer Groothoff, de pachter van het zuidelijk strandgedeelte, die zijn geheel nieuw, en naar den eisch des tijds ingericht paviljoen openstelde voor het publiek. De heer Groothoff was de eerste man, die het aandurfde om op het kampeerstrand, nu eenige jaren geleden, op bescheiden manier een badgelegenheid te openen. Aanvankelijk was het een klein houten gebouwtje, enkele strandstoelen, en eenige badkamertjes, waarmede begonnen werd. Doch de exploitant was een man met durf, werkkracht en vooruitziende blik. En zoo zag hij het strandleven groeien, en de bezoekers zagen zijn inrichting grooter, steeds grooter worden. Totdat dit voorjaar bij hem de plannen rijpten voor een algeheele herniewing van zijn zaak.

Zo berichtte de Alkmaarsche Courant van 1 juli 1933 over de opening op 29 juni van het nieuwe paviljoen van Harrie Groothoff. We kwamen hem al eerder tegen met een ijskar en vanaf 1926 met een kiosk op de openbare weg en later bij dat ‘klein houten gebouwtje’ op het strand.

Kiosk Harrie Groothoff in Camperduin, ca. 1930

Lees het verhaal Groothoff s vanille-ijs

In 1926 had Groothoff nog een ander ijzer in het vuur: zijn electrische ijscofabriek In Schoorldam.

Advertentie 1926. Bron: De Clock van Callens-Ooghe, december 1988

Maar in dat jaar ging hij al zijn pijlen richten op het ‘exploiteren’ van het strand.

In 1927 kreeg hij van de gemeente Schoorl voor 5 jaar de verpachting van het strand te Camperduin; een tweede gegadigde kwam te laat met zijn bod.

Alkmaarsche Courant 3 juni 1927

De badstoelen kwamen er en werden verhuurd.

Vader Hendrik Groothoff met ws. Maria Legro. 1928. Privécollectie

Hierboven zien we als gast vader Hendrik Groothoff, die in 1928 de zaken van zijn zoon kwam inspecteren.
Naast de kiosk en de bad- en ligstoelen kwamen de badhokjes, zoals beloofd.

Noordzeebad strand. De bad- en strandstoelen. Rechts de badhokjes, ca. 1930. Privécollectie.

Noordzeebad strand. Staande persoon Harrie Groothoff, met donkere jas. Achter hem de kiosk. Op het duin de zomervilla van burgemeester Baron van Fridagh, ca. 1930. Via https://www.postcardsfrom.nl

De Schager Courant schreef in 1929:
De comfort aan het strand wordt beter. De pachter, de heer Groothoff, is een man die vooruit durft loopen en werkelijk is hij met zijn buffet en kiosk, met zijn verkleedkamertjes en met zijn talrijke strandstoelen, de man die ‘t daar aardig vooruit brengt. Ook boven bij ’t café, ziet ’t er thans goed uit, en kan men op een goed gestoffeerd terras genieten van strandgedoe en van de zee. Natuurlijk zullen deze ondernemers met ’t vooruitgaand bezoek gelijken tred moeten houden.

Boven achter het duin stond het Café. In 1929 werd Ype Minkema daar kastelein; hij ging vanaf die tijd de concurrentie met Harrie Groothoff aan. Het Bergensche bad-,duin- en boschbode had het in 1932 nog over het onogelijke cafétje.

Café aan Zee en Duin. Onbekend / Collectie Regionaal Archief Alkmaar / FO201511.

Waar Groothoff verscheen was het niet altijd feest. Het volgende verslag van de vergadering van de VVV in 1928 stond in de krant in verband met de verspreiding van het jaarlijkse reclamegidsje:

Alkmaarsche Courant, 22 december 1928

In november 1930 diende Groothoff bij de gemeente het verzoek in om verlenging van het pachtcontract met 10 jaar (!) met ingang van mei 1932. B&W van Schoorl ging hier niet op in.
Blijkbaar had Groothoff nu zijn hand overspeeld. In een besloten commissievergadering overwoog men hem in 1932 uit te sluiten van een verlenging van de verpachting. Dit negatieve bericht werd echter niet aan Groothoff gemeld. Dit geeft verwarring tijdens de gemeenteraadsvergadering van 27 april 1932.

Letterlijk staat er in het verslag in de Schager Courant van 28 april 1932:
“De heer Schermer wijst er op dat het de bedoeling was dat voor volgend jaar een aanbod van den heer Groothoff niet meer zou worden geaccepteerd. Spreker had verwacht dat deze verklaring door B. en W. was medegedeeld geworden.
De heer Duin noemt het een onmenschelijke daad als die man wordt geweerd. Iets anders zou het zijn wanneer er door den man was gefroudeerd.
De heer Gutter wijst er op dat die man toch niet voldoet, en op een andere wijze komt de gemeente toch niet van den man af”

Minkema wilde intussen ook een stuk van het strand pachten en beloofde om een nieuw café-restaurant op het duin te bouwen. Op die voorwaarde ging de gemeenteraad akkoord met zijn inschrijving. Vanaf dat jaar werd het gemeentestrand in tweeën gedeeld en aan beide ondernemers verpacht.

De verpachting ging als volgt:

  1. Gedurende 1932 de Noordelijke strook, ter lengte van plm. 83 meter aan den bouwer (I.J.Minkema), en exploitant van het nieuwe café-restaurant op het duin voor f 25.-.
  2. Gedurende 1932 de Zuidelijke strook, ter lengte van plm. 166 meter, aan  den tegenwoordigen pachter H.R.J. Groothoff, alhier, voor f 50.-.

In de volgende jaren was er iedere keer weer discussie over een eerlijke verdeling van het strand.

Ondertussen gingen de ondernemers voortvarend aan de slag om het strand te exploiteren. Het leek wel een wedstrijd.
Op 29 juni 1933 werd het nieuwe paviljoen “Noordzeebad Camperduin” van Groothoff geopend door de burgemeester.

Noordzeebad Camperduin, 29 juni 1933. In het midden vooraan zit H.R.J. Groothoff (met bril).
Onbekend / Regionaal Archief Alkmaar / FO202471

Café-restaurant “Camperduin” (op het duin) met badpaviljoen “Noorderbad” van Y. Minkema kon de vlag hijsen op 22 juli 1933.

Café-restaurant Camperduin, ca. 1935. Via Cultuur-historische Vereniging Scoronlo

Schager Courant, 29 juli 1933

Noordzeebad Groothoff met telefoonnummer 511, Noorderbad Minkema 513.

De Alkmaarsche Courant besloot het verslag van het feestelijke openingsweekend in juli 1933 als volgt:
Op het strand was het enorm druk en zelfs zeer ver op het vrije strand hadden de bezoekers een file van tenten en tentjes opgeslagen. Camperduin van eenige jaren geleden kent men haast niet meer. Het is geworden een badplaats welke medetelt onder hare zusters aan de Noordzee, dank zij ’t goede werken van de V.V.V., het tot stand brengen door de gemeente van ’n goeden straatweg, de samenwerking van gemeente en Staatsboschbeheer, waardoor de mooie wandelweg langs en door de duinen er is gekomen, en vooral ook door den ondernemingsgeest van de exploitanten van het badbedrijf.

Lees over de voorgeschiedenis
Groothoff’s vanille ijs

Lees het vervolg
Woelige tijden in Camperduin

Christiaan Groothoff en zijn auto’s I

Mijn vader zei vaak: “weet je waar je zuinig op moet zijn? Je vrouw, je auto en je langspeelplaten”. Met liefde, trots,  kon hij over zijn hartstochten praten. Over zijn muziekliefde ga ik later nog eens schrijven. Zijn vrouw, mijn moeder, biedt eerder verhalen voor een Van Osnabrugge blog. Blijft over zijn auto’s.

Van 1949 tot 2015 was Christiaan Hendrik Frederik Groothoff (1920-2019), mijn vader, eigenaar van een auto. Bij telling kom ik op 9 Citroëns, 2x een Standard, 2x een Borgward en 2x een Taunus. Daarnaast heb ik een Dodge, een Chrysler en een Volkswagen aangetroffen. Totaal 18 auto’s. In 3 blogs wil ik alle 18 auto’s een plekje geven.

HZ91298
Maar mijn overzicht begint in 1947/1948 met een motorfiets, een Sparta. Deze motorfiets is daarom interessant, omdat het kenteken terugkomt op de eerste 2 auto’s. Nederland kende namelijk tot 1951 een persoonsgebonden kentekensysteem; in 1951 stapte men over op een voertuig gebonden systeem. De oude kentekens, allen beginnend met een provincie gerelateerde letter, bleven echter geldig tot eind 1956.
Het eerste kenteken was HZ91298; H, HX en HZ werden gebruikt voor Zuid-Holland.

Hier houdt mijn moeder, Elisabeth Cornelia van Osnabrugge (1927-2018), de motorfiets in evenwicht, ergens op de Veluwe in 1947.

Hier houdt mijn moeder, Elisabeth Cornelia van Osnabrugge (1927-2018), de motorfiets in evenwicht, ergens op de Veluwe in 1947.

Om een indruk te krijgen van zo’n Sparta motorfiets kun je dit knetterende filmpje bekijken.

Dodge
In 1949 verhuist dit nummerbord naar een Dodge, een Dodge Convertible coupé met ‘rumble seat’, type 1934. Een rumble seat was een zitplaats in de kofferbak van een auto.

De Dodge in Roermond met Elisabeth aan boord.

Elisabeth met in de rumble seat 2 schoonzussen; naast de auto een zwager.

Bovenstaande foto is waarschijnlijk genomen tijdens een tripje naar Camperduin, waar oom Harrie een strandpaviljoen had.

Middelandsche Zee
Met de Dodge reden mijn ouders van 21 juli tot 31 juli 1951 in 11 dagen naar de Middellandse Zee en terug. Totaal 3460 km.

Zelfgetekende routekaart uit het vakantiealbum.

In de Alpen

Ze namen niet eens de kortste weg, reden zelfs door de Alpen over de Col du Galibier, 2642 meter hoog!

Er rijden nog enkele klassiekers van dit type rond; het is niet bekend welke kleur vaders Dodge had. In ieder geval niet deze kanariegele.

Standard
In 1952 kwam er een Standard Vanguard Estate –zwart(?) in de familie; hier in Adelboden.
Een stationcar, nog steeds met het nummer HZ91298.

In dat jaar maakten zij een vakantietrip door Oostenrijk en Italië tot in Rome.

Ook Venetië werd bezocht.

1953-1955
Van 1953 zijn er geen vakantiefoto’s: er was een kind op komst.
In 1954 ging de reis met deze of een volgende Standard naar Spanje; zowel Madrid, Toledo, Valencia als Barcelona werden aangedaan.. Uit het vakantiedagboek van Elisabeth (ze schrijft over zichzelf als ‘mam’):

29 juli: mam jarig, oorbellen
Burgos kathedraal bezichtigd met hoofdaltaar en dubbele trap; veel bedelende kinderen;
Villa-Castin Hotel Isabela, alles met boekje en gebaren; erg warm… Na eten buiten zitten; nog warm; 9 uur mannen sigaar gegeven; schone Spaanse flirt met Chris met veel gebaren. 11 uur pas naar bed.

Op de terugweg werd in Frankrijk nog zelf een band geplakt…

In 1955 treffen we een grijze Standard aan, ook type Vanguard Estate.

Jarenlang werd in deze koepeltent geslapen met luchtbanden als frame.

Deze auto heeft nu een voertuig gebonden kenteken; het nummer eindigt met -92.
In deze vakantie werd voor het eerst Joegoslavië bezocht:

28 juli; Loiblpas 1369 hoog. Zeer stijl 28%, 4x stoppen om te koelen, naar beneden 32%. Bij Joegoslavische douane duurde het ruim een uur. Motornummer zoeken. Auto doorgeneusd enz. … Kranja. Even zoeken naar ’t huis van de aannemer [Viktor]. Leuke ontvangst. Wijn gedronken.

Uit deze ontmoeting in Kranj (Slovenië) ontstond een jarenlange vriendschap.

30 juli: in Ljubljana auto doorsmeren, olie verversen. Vreselijk slechte weg vanaf Karlovac naar de Plitvica meren.
1 augustus; …Afgedaald naar de watervallen. Chris aan ’t schilderen en ik ansichten schrijven, lezen, zonnen. … om 5 uur weer naar boven

Een patroon, dat meer dan 50 jaar heeft stand gehouden!

5 augustus: prachtige weg naar Rijeka. Auto nagekeken en daarna naar de grotten van Postojna. Geweldig mooi. Eerst met treintje dan een uur lopen en weer met treintje eruit. … over Sezana Joegoslavië uit. … bij Lignano een kamp. … Steeds veel bekijks voor de tent. … Zelfs in ’t donker zagen we handen de tent betasten.

Ook van deze Standards rijden nog exemplaren rond.

Christiaan is een zoon van Christiaan Hendrik Frederik (1888-1943) uit de stamboom van Mattheis

Groothoff’s vanille ijs

Kijk! Daar komt de ijsman aan
De ijsman van de buurt
Die ied’re dag geregeld komt
Zolang de zomer duurt
Zeg, hij heeft lekk’re wafels
Van drie, van vijf, van tien
En verder grote bekers
Met slagroom bovendien

Heel langzaam komt hij nader
Hij trekt eens aan de bel
En roept dan “IJS MET SLAGROOM!”
Die roep, die ken je wel!

Dit liedje werd vast veel gezongen bij de familie Groothoff.
Willem Groothoff (1887-1925), banketbakker in Callantsoog en Schoorl, trok in de jaren ’20 met een ijskar door de omgeving.

Willem Groothoff, omgeving Schoorl

Op 11 en 12 augustus 1923 werd in Schoorl door de V.V.V. een zomerfeest georganiseerd met op zaterdag kinderspelen en ’s avonds bal. Op zondagmiddag was er een bloemencorso, waarbij diverse prijzen werden uitgedeeld voor de mooist versierde wagens, auto’s en rijwielen. Voor de kinderen waren er aparte prijzen. Willem Groothoff was erin geslaagd om voor zijn kinderen een mini-ijswagen te construeren; voor hen was een troostprijs weggelegd.

Alkmaarsche Courant, dinsdag 14 augustus 1923
Kinderen Wim en Jaap, 1923

In de zomer van 1925 overleed vader Willem onverwacht, slechts 38 jaar oud.
Broer Harrie, 2 jaar jonger, ontfermde zich over het gezin met 3 jonge kinderen, echter niet geheel en al onbaatzuchtig. In 1925 of 1926 zien we Harrie in dezelfde business als Willem opduiken. Hier komen we hem tegen met een ijskar in Warmenhuizen.

Harrie Groothoff in Warmenhuizen, 1925 of 1926

In februari 1926 verhuisde weduwe Groothoff met haar 3 kinderen naar Amsterdam en betrok de woning van Harrie aan de Bloemgracht. In dezelfde week liet Harrie zich uitschrijven en werd in maart inwoner van Schoorl. Het lijkt op een huizenruil.

Niet veel later liet Harrie een eigen ijswagen bouwen; het was meer een kiosk dan een kar.

Harrie Groothoff met kiosk, ca. 1926

Is dit de kiosk, waarover in de gemeenteraad van Schoorl in februari 1927 gediscussieerd werd?
Uit het verslag komt ook naar voren, dat Harrie zich flink heeft ingespannen voor het gezin van zijn broer Willem. Het kon echter niet zo zijn, dat hij daardoor een voorkeursbehandeling kon krijgen.

Schager courant, februari 1927

Weer een paar jaar later zien we Harrie met een echte kiosk, maar nu óp het strand van Schoorl, bij Camperduin. Maar dat verhaal komt in een volgend blog.

Kiosk Harrie Groothoff in Camperduin, ca. 1930

Harrie en Willem zijn zoons van Hendrik Groothoff en Hendrica Roelina Welp, en net als al hun broers en zusters geboren in Zaltbommel. Hendrik is de zoon van weer een Willem, de zoon van Mattheis. Zie Stamboom Mattheis.

Meer verhalen over Harrie Groothoff
Strandgedoe in Camperduin
Woelige tijden in Camperduin

Mattheis, vleeshouwer

Het huwelijk van Mattheis en Jenneke in 1805, zie het vorige blog, is een bewogen moment in hun leven. Als we het gezin in Zaltbommel volgen zien we dat er verder weinig opmerkelijke feiten zijn opgetekend. Na zoon Mathijs Arnold, roepnaam Arnoldus, worden nog 6 kinderen geboren, totaal 4 jongens en 3 meisjes. Een sterk geslacht, want alle 7 kinderen worden volwassen. Zoon Jan overlijdt als hij 23 is, de anderen bereiken een hoge leeftijd, respectievelijk 68, 73, 76 (2x) en 82 (2x) jaar.
Hier alle gegevens op een rij.

De Groothoffen vormen een hechte clan in Zaltbommel; bij huwelijken en overlijden zijn ooms en neven over en weer getuige. Mattheis kom je echter niet tegen als getuige, hij kon niet schrijven. Bij de geboorte van Jan in 1811, Franse tijd, wordt bij de ‘burgerlijke stand’ opgetekend “… les deux témoins ci dessus dénommés ont signé avec moi, le père de l’enfant sachant ne pas écrire”.

Geb acte Jan M2 1811 ne sachant pas ecrire

[…de twee getuigen, hieronder vermeld, hebben met mij, vader van het kind, niet kunnende schrijven, ondertekend].
Hij doet zijn best om te leren schrijven, maar veel vorderingen maakt hij niet. In 1816 ondertekent hij de geboorteaangifte van Willem als volgt:

Handtekening 1816

Als je het niet wist, haal je hier geen M. Groothoff uit. Bij het huwelijk van deze Willem in 1850 ontbreekt de handtekening van vader Mattheis.
Mattheis is voogd van Abraham, zoon van zijn halfbroer Gerhardt. Neef Abraham, geboren in 1819, werd op z’n 12e al wees

Het gezin woont aan de Oude Vismarkt, vlakbij de Gasthuistoren.

Gasthuistoren

Hier links was het woonhuis en waarschijnlijk ook de slachterij. In de 19e eeuw was het heel normaal als er koeien door de stad liepen. Op de plattegrond gaat het om perceel 569, in de ‘U’; broer Hendrik woonde op perceel 204, rechtsboven, aan de Gasthuisstraat, hoek Kerkstraat.

Oude Vismarkt

Mattheis is ‘boucher’, vleeshouwer, spekslager en landbouwer. Twee zoons worden ook landbouwer. In 1849, 70 jaar oud,  is hij  nog actief als slager, maar komt negatief in de krant: bij de stadspoort wordt ene Philip van Dijk aangehouden met een kruiwagen vlees, bestemd voor slager Groothoff. Probeerden ze illegaal vlees te slachten? In die tijd werden er plaatselijk ‘opcenten’ (belasting/accijns) geheven op de eerste levensbehoeften. Dus het was interessant om buiten de markt om te handelen.

Vleeshouwer Jan Luyken
Bron: Rijksmuseum

Andere blijken van zijn aanwezigheid in Zaltbommel zijn schaars. Mattheis komt voor in het register van notaris Van Dieden in verband met aan- en verkoop van enkele bunders land. Ook vraagt hij vergunning om een plankier over de straatgoot te leggen vanwege een verbouwing.

Persoon
Wat kun je vertellen over een persoon, waarvan geen afbeeldingen of beschrijvingen bestaan? Vanaf de 19e eeuw worden alle mannen in het Koninkrijk der Nederlanden gekeurd voor de militaire dienst, zo ook de zonen van Mattheis. Ze zijn alle 4 tussen 1.62 en 1.68 lang. Is dat groot of klein? Vergelijk je dat met de keuringen van de neven uit die tijd, dan zijn die allemaal langer, in de 170 tot 1 meter 82 aan toe.
Mattheis is misschien 1 meter 65, gedrongen, stevig gebouwd, bruin haar, bruine ogen.
Handen als kolenschoppen of liever als van een vleeshouwer? Handen zoals zijn kleinzoon Hendrik of zijn achter-achterkleinzoon Christiaan (mijn vader)?

handen Hendrik     handen Christiaan 2

En ook een snor, zoals zij?

snor Hendrik   snor Christiaan 2

Mattheis overlijdt in Zaltbommel op 16 juni 1869 op 89-jarige leeftijd; in de akte staat dat hij 90 is geworden, maar die leeftijd zou hij pas een maand later op 19 juli bereiken. Twee neven staan onder de overlijdensakte, de broers Christiaan en Arnold Groothoff. Matthijs was in ieder geval de oudste Groothoff in de 19e eeuw in Zaltbommel. Pas in 2010 is er een achter-achterkleinkind, bovengenoemde Christiaan, die echt 90 jaar wordt.

Overlijdensakte 1869-2

Het huwelijk van Mattheis en Jenneke duurt tot 16 september 1846 als Jenneke overlijdt.
Veel kinderen van de 2e generatie Groothoffen bleven ongehuwd en tot op hoge leeftijd bij elkaar wonen. Is hier sprake van een gebrekkige inburgering?
Alleen zoon Willem trouwt en sticht een gezin.

 

Stamboom Mattheis

Het gezin van Mattheis, de 4e van de Groothoff broers, mijn stamvader; plus het gezin van zoon Willem

I.1            Mattheis GROOTHOFF M1, boucher (1810), vleeshouwer, spekslager, landbouwer, geboren op 19‑07‑1779 te Duisburg, gedoopt op 22‑07‑1779 te Duisburg, overleden op 16‑06‑1869 te Zaltbommel op 89-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op 05‑10‑1805 te Zaltbommel, gehuwd voor de kerk op 03‑11‑1805 te Zaltbommel met Johanna (Jenneke) FRANCEN, 29 jaar oud, gedoopt op 21‑02‑1776 te Horssen, overleden op 16‑09‑1846 te Zaltbommel op 70-jarige leeftijd, dochter van Joannis FRANCEN en Joanna SCHALK. Het echtpaar moet bij het kerkelijk huwelijk beloven hun kind Mattheis Arnold (geb. 07-05-1805), hoewel Roomsch-Katholiek gedoopt, Hervormd op te voeden.

Uit dit huwelijk:

1.             Matthijs Arnold (Arnoldus) GROOTHOFF M2, landbouwer, geboren op 07‑05‑1805 te Zaltbommel, overleden op 25‑10‑1881 te Zaltbommel op 76-jarige leeftijd, getuigen zijn neven Arnold en Christiaan, zonen van Johannis; Matthijs Arnold was ongehuwd.

2.             Johannis GROOTHOFF M2, landbouwer, geboren op 10‑02‑1807 te Zaltbommel(EP), gedoopt op 19‑02‑1807 te Zaltbommel, overleden op 26‑12‑1883 te Zaltbommel op 76-jarige leeftijd.

3.             Anna Catharina Geertruy (Geertruij) GROOTHOFF M2, dienstbode, geboren op 14‑08‑1808 te Zaltbommel(EP), gedoopt op 18‑08‑1808 te Zaltbommel, overleden op 25‑02‑1882 te Zaltbommel op 73-jarige leeftijd, getuige is neef Arnold, zoon van Johannis;.

4.             Jan GROOTHOFF M2, geboren op 31‑01‑1811 te Zaltbommel, overleden op 04‑08‑1834 te Zaltbommel op 23-jarige leeftijd, getuige is oom Willem, vader van het gasthuis, oud 64 jaar;.

5.             Antje GROOTHOFF M2, geboren op 16‑06‑1813 te Zaltbommel, overleden op 18‑01‑1882 te Zaltbommel op 68-jarige leeftijd, getuigen zijn neven Arnold en Christiaan, zonen van Johannis; .

6.             Willem GROOTHOFF M2 (zie II.6).

7.             Johanna Catharina GROOTHOFF M2, zonder beroep, geboren op 12‑07‑1818 te Zaltbommel, overleden op 29‑05‑1901 te Zaltbommel op 82-jarige leeftijd.

II.6          Willem GROOTHOFF M2, landbouwer, geboren op 01‑10‑1816 te Zaltbommel, overleden op 01‑03‑1899 te Zaltbommel op 82-jarige leeftijd, getuigen bij overlijden zoon Hendrik, 42 jr. koopman, en schoonzoon Gerardus Martinus Woerlee, 37 jr.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op 14‑02‑1850 te Zaltbommel, getuigen bij het huwelijk zijn oom Hendrik, 77 jr. en broer Johannis, 43 jr., landbouwer, met Maria Magrieta van WEELDE, 27 jaar oud, geboren op 27‑07‑1822 te Ophemert, overleden op 04‑03‑1910 te Zaltbommel op 87-jarige leeftijd, dochter van Hendrik van WEELDE, arbeider, dagloner, en Jantje (Janske) van GELDER.

Uit dit huwelijk:

1.             Jenneke GROOTHOFF M3, geboren op 25‑07‑1851 te Zaltbommel, overleden op 10‑03‑1923 te Zaltbommel op 71-jarige leeftijd.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd op 08‑05‑1884 te Zaltbommel met Coenraad Jan van VOORTHUIZEN.

2.             Janske GROOTHOFF M3, geboren op 16‑01‑1853 te Zaltbommel, overleden op 04‑07‑1926 te Zaltbommel op 73-jarige leeftijd.

3.             Matthijs GROOTHOFF M3, geboren op 02‑11‑1854 te Zaltbommel, overleden op 24‑05‑1916 te Zaltbommel op 61-jarige leeftijd.

4.             Hendrik GROOTHOFF M3, huisknecht, koopman (1899), kruidenier, geboren op 14‑02‑1857 te Zaltbommel, overleden op 14‑01‑1945 te Amsterdam op 87-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 04‑09‑1884 te Zaltbommel met Hendrica Roelina WELP, 30 jaar oud, dienstbode, geboren op 18‑05‑1854 te Winschoten, overleden op 06‑11‑1927 te Amsterdam op 73-jarige leeftijd, dochter van Heije WELP, wagenmaker, rijtuigmaker te Groningen en Winschoten, fabrikant in lak (1884), winkelier, en Roelina SMIT, dienstmeid.

5.             Anna Catharina Geertruy GROOTHOFF M3, geboren op 14‑01‑1859 te Zaltbommel, overleden op 26‑11‑1912 te Zaltbommel op 53-jarige leeftijd.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op 25‑08‑1892 te Zaltbommel, gescheiden na 17 jaar op 29‑11‑1909 te Zaltbommel van Gerardus Martinus WOERLEE

Het gezin van Hendrik

Hendrik GROOTHOFF M3, huisknecht, koopman (1899), kruidenier, geboren op 14‑02‑1857 te Zaltbommel, overleden op 14‑01‑1945 te Amsterdam op 87-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 04‑09‑1884 te Zaltbommel met Hendrica Roelina WELP, 30 jaar oud, dienstbode, geboren op 18‑05‑1854 te Winschoten, overleden op 06‑11‑1927 te Amsterdam op 73-jarige leeftijd, dochter van Heije WELP, wagenmaker, rijtuigmaker te Groningen en Winschoten, fabrikant in lak (1884), winkelier, en Roelina SMIT, dienstmeid.

Uit dit huwelijk:

  1. Roelina Maria Margrieta (Lien) GROOTHOFF M4, geboren op 07‑11‑1884 te Zaltbommel, overleden op 16‑05‑1968 te Amsterdam op 83-jarige leeftijd.
  2. Willem Haeye Hendrik GROOTHOFF M4, geboren op 16‑01‑1886 te Zaltbommel, overleden op 22‑07‑1886 te Zaltbommel, 187 dagen oud.
  3. Willem Haeye Hendrik GROOTHOFF M4, (banket)bakker, geboren op 11‑01‑1887 te Zaltbommel, overleden op 07‑06‑1925 te Alkmaar op 38-jarige leeftijd.
    Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 14‑10‑1916 te Callantsoog met Grietje VOS, 32 jaar oud, naaister, geboren op 13‑02‑1884 te Callantsoog, overleden op 19‑03‑1950 te Zijpe op 66-jarige leeftijd, dochter van Jacob VOS, landbouwer, en Grietje LOUW.
  1. Christiaan Hendrik Frederik GROOTHOFF M4, behanger (1911), stoffeerder, woninginrichter, geboren op 30‑01‑1888 te Zaltbommel, overleden op 11‑01‑1943 te Amsterdam op 54-jarige leeftijd.
    Gehuwd op 25-jarige leeftijd op 27‑02‑1913 te Amsterdam met Anna Johanna Margaretha STROO CLOECK, 29 jaar oud, geboren op 09‑11‑1883 te Haarlem, overleden op 22‑04‑1951 te Amsterdam op 67-jarige leeftijd, dochter van Volkert STROO CLOECK, broodbakker, en Carolina Wilhelmina Ferdinandina ASSES.
  1. Heije Roelof Jan (Harrie) GROOTHOFF M4, slager (1913), ijscoman, koopman (1932), strandpachter, ,strandexploitant, café/restauranthouder, geboren op 08‑02‑1889 te Zaltbommel, overleden op 10‑11‑1956 te Amsterdam op 67-jarige leeftijd.
    Gehuwd (1) op 27-jarige leeftijd op 09‑03‑1916 te Amsterdam, gescheiden na 9 jaar op 06‑04‑1925 te Amsterdam van Hendrica Petronella Huberta (Rieka) VIALLE, geboren op 09‑01‑1885 te Zesgehuchten, overleden op 16‑12‑1982 te Amsterdam op 97-jarige leeftijd, dochter van Cornelis VIALLE en Petronella Maria Huberta VERHEIJEN.
    Gehuwd (2) op 43-jarige leeftijd op 19‑05‑1932 te Schoorl met Maria Cornelia Geertruida (Marie) LEGRO, 34 jaar oud, geboren op 19‑11‑1897 te Groenlo, overleden op 11‑05‑1956 te Alkmaar op 58-jarige leeftijd, dochter van Marie Antonie Jean Pierre LEGRO, klerk, en Berendina Johanna van WAASSEN.
  1. Marie Marinus Hendrikus GROOTHOFF M4, geboren op 01‑03‑1890 te Zaltbommel, overleden op 19‑06‑1928 op 38-jarige leeftijd.
    Gehuwd op 23-jarige leeftijd op 24‑12‑1913 te Amsterdam met Petronella WITTENBERG, 30 jaar oud, werkster, geboren op 03‑11‑1883 te Arnhem, overleden op 13‑06‑1963 te Amsterdam op 79-jarige leeftijd, dochter van Gerrit Jan WITTENBERG en Keetje SCHAAP.
  1. Maria Margrietha Roelina GROOTHOFF M4, geboren op 08‑04‑1891 te Zaltbommel, overleden op 08‑11‑1891 te Zaltbommel, 214 dagen oud.
  2. Maria Margrietha Roelina GROOTHOFF M4, geboren op 26‑06‑1892 te Zaltbommel, overleden op 14‑09‑1892 te Zaltbommel, 80 dagen oud.
  3. Maria Margrietha Roelina GROOTHOFF M4, geboren op 12‑12‑1893 te Zaltbommel, overleden op 14‑01‑1933 te Amsterdam op 39-jarige leeftijd.
    Gehuwd op 38-jarige leeftijd op 24‑12‑1931 te Amsterdam met Arjan (Arie) van der SPOEL, 34 jaar oud, zandschipper, geboren op 27‑05‑1897 te Bolsward, overleden op 10‑03‑1947 te Zaandam op 49-jarige leeftijd, zoon van Gabriël van der SPOEL en Dieuwke BIJLSMA.
  1. Hendrika GROOTHOFF M4, geboren op 28‑10‑1894 te Zaltbommel, overleden op 28‑10‑1894 te Zaltbommel, 0 dagen oud.
  2. Hendrik GROOTHOFF M4, banketbakker (Oosterparkstraat), geboren op 17‑08‑1896 te Zaltbommel, overleden op 22‑11‑1968 op 72-jarige leeftijd.
    Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 22‑04‑1926 te Amsterdam met Cornelia Johanna HELLER, 30 jaar oud, geboren op 23‑08‑1895 te Amsterdam, overleden op 07‑06‑1990 te Amsterdam op 94-jarige leeftijd, dochter van Johan Herman HELLER en Catharina Jacoba SALON.

 

Mattheis, Jenneke en hun buitenechtelijk kind

Mattheis is de 4e stamhouder Groothoff die in Zaltbommel terecht komt. Hij wordt in 1779 geboren in het wijkje Öderich, tegen de stadsmuur van Duisburg, en ingeschreven in het doopboek van de Salvatorkerk. Zijn vader Arnold is dagloner, een arbeider zonder dienstverband; dat kan in de haven of in de landbouw zijn, dat weten we niet. Uit het doopboek:

Doopboek Salvatorkirche Duisburg

Dem Arnold Groothoff einem Taglöhner allhier in Öderich ist von seiner Ehefrau Gertr. Eferts de 19 Julii 1779 ein Söhnlein gebohren und desselbe de 22. Id getauft und gennent worden Mattheis. Beij dem Prediger Kraft im Hause.

De schrijfwijze Mattheis wordt later niet meer gebruikt, toch wil ik er aan vasthouden, het is tenslotte zijn doopnaam.
Mattheis is de 5e zoon in het gezin, in 1783 wordt er nog een zusje geboren. Het is echter een droevig jaar, eerst overlijdt de oudste zoon Gerhard, 16 jaar oud, dan sterft moeder Gertrud in het kraambed en ook overlijdt het pasgeboren zusje, twee dagen jong.
Vader Arnold hertrouwt in 1785 en er worden nog 2 jongens en een meisje geboren. Als Mattheis 13 is sterft zijn vader. Over de jeugd van Mattheis heb ik eerder een verhaal geschreven.

Jenneke
In 1802 duikt Mattheis in Zaltbommel op, na zijn broers Willem, Johannes en Hendrik; het verhaal gaat dat hij soldaat is geweest, maar daar heb ik geen bewijzen voor gevonden. Hij krijgt omgang met een Rooms-katholiek meisje Johanna Jansen uit Horssen. Horssen is een dorp in het Land van Maas en Waal. De roepnaam van Johanna is Jenneke, een veel voorkomende naam later in de familie Groothoff. Jenneke is een dochter van Johannis Francen en Johanna Schalk. Soms krijgt Jenneke het patroniem Jansen (dochter van Jan) mee, soms de achternaam Francen.

Matthijs Arnold
Op 7 mei 1805 wordt in de RK kerk van Zaltbommel een jongetje Mathias gedoopt:

Mathias 1805

Baptizatus est Mathias filius naturalis Johannae Jansen. Susceptores Antonius et Maria Jansen. Supplevit Maria Herders.
(Gedoopt Mathias een natuurlijk zoon van Johanna Jansen. Ondersteuners Antonius en Maria Jansen, vervangen door Maria Herders).

Filius naturalis, een natuurlijke zoon, een omschrijving om aan te geven dat het geen wettelijk geboren kind is, een buitenechtelijk kind dus.
Susceptores = ondersteuners, de peter en meter.
Supplevit: blijkbaar was Maria Jansen verhinderd, zij werd vervanger (als doopgetuige) door Maria Herders.

Intussen loopt Mattheis zich in Zaltbommel te verbijten. Hij wil graag trouwen met de moeder van zijn zoon. Misschien gaan ze beiden op bezoek bij dominee Kist, hij Hervormd en zij Rooms-Katholiek, dat was geen sinecure. Werd in die tijd de uitdrukking “twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen” al gebruikt?
In ieder geval trouwt op 5 oktober 1805 het stel voor de wet: Mattheis Groothoff, jongeman, oud 32 jaren, geboren te Duisburgh aan de Roer en wonende te Zalt Boemel,  en Johanna Francen, jonge dochter, oud 29 jaren, geboren te Horssen.

Wettelijk huwelijk 1805

De wederzijdse ouders zijn al overleden.
Bij dit huwelijk wordt het kind Matthijs geëcht en krijgt als 2e naam Arnold; bij de volkstelling van 1810, l’Etat du population, staat hij zelfs als Arnoldus vermeld. Is dat zijn roepnaam?

Op 3 november is de kerkelijke inzegening, waarbij een en ander nog eens benadrukt wordt. Ik weet niet of het toen en daar de gewoonte was om voorafgaande aan de inzegening schuld te belijden vanwege het voorechtelijke kind. Het bruidspaar moet wel beloven, hoewel het kind rooms-katholiek gedoopt is, het hervormd op te zullen voeden.

Kerkelijk huwelijk 1805

Getrouwd in de kerke te Zalt Boemel den 3e November 1805. Volgens extract uit het register der getrouwde der kerke te Zt Boemel en dito 9 Nov. 1805 door den predikant J.G. Kist ondertekend houdende dit extract verder, dat het kind Matthijs Arnold Groothoff voor de voltrekking van ’t huwelijk geboren, en door het huwelijk van desselvs ouders geëcht en gemelde ouders tegelijk overeengekomen zijn gemelde hun kind, dat in de Roomsche kerk is gedoopt in den hervormden Godsdienst op te voeden; alhier vertoont en aangetekent op dito 9 Nov. 1805.

Leeftijd
Mattheis geeft op dat hij 32 jaar is, maar geboren in 1779 kan hij in 1805 pas 26 jaar zijn. Weet hij het niet of wil hij het niet weten? Hij is dus 3 jaar jonger i.p.v. 3 jaar ouder dan Jenneke. Dit leeftijdsverschil van zo’n drie jaar, waarbij de echtgenote ouder is, komt merkwaardig genoeg nog enkele malen voor in hun nageslacht.
Bij kleinzoon Hendrik (1884), diens zoon Christiaan Hendrik Frederik (1913) en diens achterkleinzoon Christiaan Mattheis (!) in 2005, 200 jaar na stamvader Mattheis.

Hendrik en Willemijntje 1850

Gouden huwelijk

We schrijven 28 april 1850. We zitten met Hendrik Groothoff, 77 jaar, en zijn vrouw Willemke Stapelkamp, 69 jaar, in de opkamer aan de Gasthuisstraat te Zaltbommel. De tafel is feestelijk gedekt. Is er iets te vieren? Jazeker, vijftig jaar geleden trouwden Hendrik en Willemijntje in Tiel. We kijken terug op hun huwelijksjaren.

Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800
Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800

Wie zitten er aan tafel?
[* de 12 kinderen roodgekleurd]

Lambertus (1802), de oudste zoon; hij is sinds vorig jaar weduwnaar na het overlijden van zijn vrouw Anneke van Asch; hun zoon Hendrik Willem (1833) is er, hij is het oudste kleinkind. Lambertus woont in Leerdam, hij is arbeider. Lambertus is niet de eerstgeborene; aan tafel is vast wel gesproken over Arnoldus, geboren in 1801, maar al gestorven toen hij 4 was.
Na hen kwamen Willem Arie (1804) en Anna Catharina Geertruij (1806); zij zijn ook op jonge leeftijd overleden, Willem Arie werd 22 jaar, Anna slechts 2.
Davit (1808) is de volgende; hij is er, met zijn Amsterdamse vrouw Maria Catharina Beijst en hun zoon David Hendrik; zij wonen in Utrecht. Davit is koetsier, aanvankelijk in Leiden. Is dat de reden dat er zoveel zusjes naar Leiden kwamen?Schoonzoon Cornelis van den Worm uit Leiden mag niet ontbreken, de man van Aaltje (1810) én Geertruij Wilhelmina (1812). Hij trouwde eerst met Aaltje in 1834 en na haar overlijden met Geertruij in 1847. Dat ging niet zomaar, want het was niet toegestaan dat je met je schoonzus trouwde.Vrijstelling schoonbroeders 1847

In het huwelijksformulier staat “vrijstelling verleend der wettelijke bepalingen, waar bij de huwelijken tusschen schoonbroeders en schoonzusters verboden wordt…”
Helaas is Geertruij afgelopen jaar overleden. Misschien zijn alle 6 kinderen wel meegekomen met de stoomboot vanaf Gorinchem.
We zien Jenneke (1814) en haar man Hendrik Olivier, ook uit Leiden. Olivier is een bekende Leidse achternaam! Zij zijn in ’47 getrouwd en hebben een zoontje van 2; Jenneke is weer zwanger. Hendrik Olivier was eerder getrouwd en heeft al 6 kinderen.
Arnolda (1816) is over uit Rotterdam; Christiaan (1819) ontbreekt, hij is als kanonnier in Nederlandsch-Indië.
Willemijntje (1823) uit Den Haag en de jongste Anna Sophia (1825) maken de kring rond.

Broers
Geen van de kinderen woont in Zaltbommel. Maar in de stad wonen nog wel 2 broers van Hendrik, zij zijn zeker uitgenodigd. Johannis,  brood- en banketbakker, is 74 en zijn vrouw Jenneke Stapelkamp 62, jawel een zusje van Willemijntje. En natuurlijk Mattheis,  slager, 70 jaar oud, zijn vrouw Jenneke is een paar jaar geleden gestorven.
Johannis heeft voor mooie taarten gezorgd en Mattheis heeft vast extra geslacht.

Als het populaire boekje “Gouden Bruiloft” van Willem Musschert rondgaat, zal er hier en daar uit voorgelezen worden, bijvoorbeeld:

“t Maal gaat intusschen voort, en menig lekkre beet
houdt de eetlust aan de gang. Geen dischgenoot vergeet
De taart te prijzen vol gesuikerde ingewanden.
Men zendt gebak en zoet, de roomvla bruin van ‘t branden,
Den tulband blank van deeg, de Bruiloftstafel rond
En kweemoes klaar als glas dat wegsmelt in den mond.
Dat smaakt den kindren recht –  Zij juichen en verblijen
Zich in de overvloed van zoo veel lekkernijen
En vragen immer meer, al zijn zij ruim verzaad.
Hun Moeder weigert maar “Wat zoet is kan geen kwaad”
Zegt keer op keer de Bruid “het eten doet hen groeien.
‘t Feest moet hen heugen en met loopen en met stoeien
Komt alles weer te recht. Neme elk zoo veel hem lust”.
Nu geeft de Moeder toe, haars ondanks, ongerust
Voor de uitkomst en ziet rond, en telt, door zorg gedreven
De schotels op den dis, nog ongerept gebleven.”

Getuigen
Volgens mij kwamen Hendrik en zijn vrouw niet vaak buiten de stad. Bij geen van de bruiloften van de kinderen waren zij aanwezig; al die huwelijken werden ook ver buiten Zaltbommel voltrokken.
Bij Aaltje in 1834 in Leiden is er melding van een schriftelijke toestemming (‘consenterende’) van Hendrik en Willemijntje voor het huwelijk.
“…consenterende blijkens hunne acte, op den zevenden april achttienhonderd vierendertig voor den notaris Johann Martin Godfriet Hoffmann van Hove en getuigen te Zaltbommel gepasseerd, behoorlijk geregistreerd…”Aaltje H2 huw 1834 zonder ouders

In februari van dit jaar 1850 was Hendrik voor het eerst officieel getuige bij een huwelijk, namelijk die van een neef. Dat huwelijk was dan ook in Zaltbommel. Tot vorig jaar trad zijn broer Willem, de kuiper, namens de familie als getuige op. Na Willems overlijden, is Hendrik de oudste van de stamhouders en vertegenwoordigt hij de familie.

Getuige in 1850

Handtekening 1850

Je herkent de hand, die het schrijven niet gewend is en de leeftijd.

Even vooruitkijken
Anna Sophia zal in 1855 in Leiden trouwen met Jan Hendrik Olivier, een zoon van Hendrik Olivier (de man van Jenneke) uit zijn eerste huwelijk. Zo wordt Anna Sophia de schoondochter van haar zuster Jenneke
Tenslotte trouwt Willemijntje in 1858 in ’s-Gravenhage met Karel George Termolen.
Arnolda blijft ongetrouwd.
Christiaan komt in 1852 in Sambas op Borneo om; de omstandigheden zijn onduidelijk. De ene expeditie na de ander werd in de Indische wateren uitgevoerd. Christiaan was beroepssoldaat, kanonnier 2e klasse. Hij is op 10 november 1848 uit Nederland vertrokken met het schip de Sara Jacoba. Zijn overlijden wordt vermeld in de Nederlandsche Staatscourant van zondag 16 en maandag 17 juli 1854, onder de kop Staat van Nalatenschappen; er is een saldo van 2,00 gulden te innen!

Christiaan ov Sambas

Overlijden
Vader Hendrik overlijdt een paar maanden na zijn gouden bruiloft in december 1850; getuigen zijn zoon Lammert en neef Abraham Groothoff, onderwijzer te Sliedrecht, een zoon van Gerrit.Ov acte Hendrik 1850

Een paar jaar later verhuist moeder Willemijntje naar Leiden; trekt ze in bij Jenneke? Ze overlijdt daar in 1855, 74 jaar oud. In het kerkboek van Zaltbommel is alles bijgehouden. De bladzijde begint in 1800, met attestatie “van Rotterdam” en eindigt met attestatie “n Leyden 1853”. En dat alles op één regel.Attestatie van Willemijntje

Op dezelfde bladzijde wordt haar zwager Wilhelm Groothof genoemd; hij was in 1793 al als burger in Zaltbommel ingeschreven en in 1798 getrouwd; blijkbaar heeft hij tussen Duisburg, waar hij geboren is, en Zaltbommel een tijdje in Essen gewoond en in 1800 alsnog een attestatie uit Essen kunnen regelen.

Familiepuzzle in Leiden
Toch ook nog even aandacht voor de schoonzoons Cornelis van den Worm en Hendrik Olivier, hoofdrolspelers in de Leidse clan.

Cornelis van de Worm wordt geboren op 27 april 1804 in Leiden. Hij is timmerman in de Muscadelsteeg, later aan het Rapenburg.

  1. In 1834 trouwt hij met Aaltje Groothoff, Aaltje overlijdt in 1846
  2. In 1847 huwt hij haar zuster Geertruij Wilhelmina; zij overlijdt in 1849
  3. In 1850 trouwt Cornelis met Harmina Johanna Freeriks; getuige zijn zijn vader, 79 jaar, en drie bedienden uit het museum; Cornelis is rijksambtenaar geworden en als custos (beheerder) in dienst van het Rijkskabinet van Teekeningen, Prenten en Pleisterbeelden, meestal het Prentenkabinet genoemd; Cornelis wordt voor de derde keer weduwnaar
  4. en trouwt in 1857 met Jenneke ten Zijthoff

Rapenburg in Leiden met rechts het "Rijkskabinet van Prenten - Museum van Pleisterbeelden"
Rapenburg in Leiden met rechts het “Rijkskabinet van Prenten – Museum van Pleisterbeelden”

Hendrik Olivier, bakker in de Breedstraat, is bij het 2e en 4e huwelijk van Cornelis getuige; Hendrik is namelijk een zwager van Cornelis.
Eerst trouwde Hendrik Olivier in 1832 met Clasina Labree. Clasina overlijdt in 1846; er zijn 6 kinderen, waaronder Jan Hendrik Olivier en Pieter Jacobus Olivier.
In 1847 trouwt Hendrik met Jenneke Groothoff, en wordt zo zwager van Cornelis, die getuige is bij dit huwelijk.
Zoon Jan Hendrik trouwt in 1857 met Anna Sophia Groothoff, het jongste zusje van Aaltje, Geertruij en Jenneke; getuige: Cornelis van den Worm, die door dit huwelijk de zwager wordt van de vader én de zoon. De schoonzus van Hendrik wordt nu ook schoondochter en Jenneke wordt door dit huwelijk de schoonmoeder van haar zus.

Er is nog een relatie tussen Cornelis en Hendrik, want in 1870 trouwt Pieter Jacobus Olivier, zoon van Hendrik en Clasina Labree met Hendrica Henriëtta van den Worm, dochter van Cornelis en Aaltje Groothoff, uit zijn eerste huwelijk.
Droeve voetnoot: Hendrica Henriëtta overlijdt een week na het huwelijk.

Zie voor een overzicht van het gezin https://groothoff.wordpress.com/stamboom/

 

Vreemdelingen in het Franse Zaltbommel

De gebroeders Groothoff komen in een roerige tijd in Zaltbommel aan. Er is een strijd gaande tussen Oranjegezinden en aanhangers van de Franse Revolutie, de patriotten. Franse legers staan enkele malen aan de deur van de Republiek te rammelen, helpen eerst de patriotten in het zadel en nemen tenslotte de macht over. Het is een komen en gaan van buitenlandse troepen. Strenge winters ontregelen het dagelijks leven en de daaropvolgende dooi zorgt voor enorme ijsdammen in de rivieren, waardoor de dijken het begeven. En moet je nu Nederlands of Frans leren als je wilt inburgeren? Wat is er over de Groothoffen in Franse tijd bekend?

Oorlog
In 1793 verklaart de Franse regering de oorlog aan de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Franse generaal Dumouriez trekt snel op, verovert Bergen op Zoom en  Breda en staat eind februari al aan het Hollands Diep, tegenover Dordrecht. Bij Venlo en Maastricht kunnen de Fransen het echter niet bolwerken en alle troepen worden teruggeroepen naar Parijs. In dat jaar wordt Willem Groothoff inwoner van Zaltbommel.

Een coalitie van Oostenrijk en de Republiek trekt op richting Parijs. In Frankrijk wordt de levée en masse uitgeroepen: 600.000 man komen onder de wapenen.
In 1794 trekken de Fransen opnieuw noordwaarts onder leiding van Pichegru en Jourdan. Bij Fleurus in de buurt van Charleroi boeken zij de eerste grote overwinning op de coalitie (zie het verhaal over de luchtballon). De Fransen rukken snel op en slaan in september het beleg voor Den Bosch. Oranjegezinden uit Zaltbommel vluchten naar Holland. De Prins van Oranje vraagt tevergeefs assistentie in de Bommelerwaard. De gierpont van Zaltbommel maakt overuren. Naast de troepen van Oranje, verschijnen Engelsen en Hessen in de stad, in december gevolgd door de eerste Fransen. Vanwege de aanhoudende vorst kunnen de Fransen de Maas en de Waal overtrekken.

Bron: Atlas van Stolk
Bron: Atlas van Stolk

 

Omwenteling
Zaltbommel krijgt een patriottisch bestuur. Het centrale gezag zetelt in ’s Gravenhage: de Bataafse Republiek. Het duurt een aantal jaren voor het gezag een definitieve vorm krijgt en in alle gewesten is doorgevoerd. In 1801 ontstaat het Bataafs Gemenebest, in 1806 het Koninkrijk Holland, onder leiding van Lodewijk Napoleon. In 1810 volgt de annexatie door Frankrijk, met aan het bewind Keizer Napoleon.

Al in 1810 worden alle Bommelaars volgens de Franse regels ingeschreven in de État de population, alle 5 broers en hun gezinnen worden genoteerd.

Etat de population 1810

 

Duitsers of ‘moffen’
In die jaren werden inwoners ten oosten van de Rijn al als ‘moffen’ aangeduid. In 1787 hadden de Pruisen de stadhouder geholpen en in 1794/1795 vochten Hessische troepen mee met de coalitie tegen Frankrijk. ‘Moffen’ waren niet erg geliefd bij de patriotten. Het lijkt erop alsof onze Groothoffen uit Duisburg hier geen last van hebben gehad. Misschien hielden ze zich gedeisd of was oom Willem de Bie (in 1793 borg voor neef Willem) een invloedrijk figuur, hij overleed echter in 1801. Toch kan Hendrik in 1804 burger worden van Zaltbommel, zelfs zijn 3 zoontjes, Arnoldus, Lambertus en Willem Arie, worden al voorlopig ingeschreven.

Hendrik met 3 zoontjes

 

Hendrik Groothoff in civem receptus, juravit solemniter et solvit jura ad f 22-.-. die aanstonds zijn gedistribueerd. En is aan zijne drie zoontjes met namen Arnoldus, Lambertus, en Willem Arie Groothoff het burgerrecht toegestaan, mits bij meerderjarigheid eed doende. Actum den 11 junij 1804. [In marge:] Arnold, Lambert en Arie geneamd.

Ondanks de barre tijden van oorlog, inkwartiering van buitenlandse troepen (1794-1795), opnieuw in 1813-1814, overstromingen (1799, 1809), koepokken en hongersnood komen de Groothoffen grotendeels goed de Franse tijd door.

Ijsdammen 2

 

Als de uiterwaarden bevriezen komt bij dooi het ijs los; enorme ijsdammen ontstaan, waardoor het dooiwater over de dijken kan lopen. Dit gebeurde ook in 1799 en 1809. De Bommerwaard stroomde onder en vele burgers (benevens veel vee) zoeken een veilig heenkomen in de stad Zaltbommel.

In oktober 1813 verliest Napoleon de Volkerenslag bij Leipzig. In April 1814 doet hij afstand van de troon. Opnieuw trekken er veel troepen door Zaltbommel, in de omgekeerde richting. Behalve Pruisen verschijnen er nu ook Russen in de stad.
In 1815 ontstaat het Koninkrijk der Nederlanden.

Dagelijks leven
Het dagelijks leven lijkt ‘gewoon’ door te gaan.
Willem (1798), Hendrik (1800), Mattheis (1805), Johann (1809) en Gerrit (1811) trouwen allen met meisjes uit het rivierengebied. Tussen 1801 en 1815 komen 23 kinderen ter wereld, waarvan er 4 als kind overlijden.
Het eerste kind (1801) wordt geboren bij Hendrik; dit jongetje wordt natuurlijk naar opa Arnoldus vernoemd, die dit nooit heeft geweten, want hij stierf voor 1798. Ook bij Willem komt in 1801 een jongetje ter wereld: Willem. Zowel deze Willem als Arnoldus overlijden jong, in ieder geval voor 1810.
Daarna worden de volgende kinderen geboren, waarvan alleen Anna Catharina Geertruij (1806-1808) en Abraham (1814) jong overlijden:

1802: Lambertus (H2)
1803: Wilhelmina (W2)
1804: Catharina Geertruij (W2), Willem Arie (H2)
1805: Matthijs Arnold (M2)
1806: Anna Sophia (W2), Anna Catharina Geertruij (H2); zij overlijdt in 1808
1807: Johannis (M2)
1808: Davit (H2)
1808: Anna Catharina Geertruij (M2)
1809: Jan Arnoldus (W2)
1810: Aaltje (H2)
1811: Jan (M2), Arnoldus Willem (G2), Catharina Geertruij (J2)
1812: Geertruij Wilhelmina (H2)
1813: Antje (M2)
1814: Willemijntje (J2), Abraham (G2), Jenneke (H2)
1815: Frederik (G2)

Na de Franse tijd worden er nog 17 neven en nichten geboren; een generatie van 40 kinderen. De laatste is Elisabeth (J2) in 1831, dochter van Johan.

*Achter de namen zet ik de verschillende takken met het generatienummer.

Bronnen:

De afbeeldingen komen uit de Atlas van Stolk

Groot, J. H. de, (historicus): Zaltbommel : stad en waard door de eeuwen heen. 1979.

Hanken, Caroline. Door een Hollandse winter. De predikant, de hofdame en de revolutie van 1795. 2010.

Vijf stamhouders zakken de Rijn af

Inschrijving in Zaltbommel

Vanaf 1793 groeit de Groothoff-clan in Zaltbommel snel. Vijf Duisburgers, de gebroeders Groothoff, kloppen in die jaren aan bij hun oom en tante De Bie-Groothoff. Zij worden stamhouders van een groot nageslacht. Waarom zij allen de Rijn afzakken is niet bekend. Ontvluchten de mannen de dienstplicht? Of zoeken ze een veilig heenkomen nu de Fransen oostwaarts optrekken? Zijn ze uitgenodigd door oom Wim de Bie, die een opvolger voor zijn bedrijf nodig heeft? Zijn zij economische vluchtelingen? Misschien kom ik daar nog eens achter.

Vader Arnoldus
Wat weet ik van hun vader Arnoldus?
Arnoldus is geboren in 1739 en op 3 juni in de Salvatorkerk in Duisburg gedoopt. Hij doet traditioneel op zijn 18e jaar belijdenis op Osterdienstag 28 maart 1758.
In het kerkboek staat “… hierauf haben folgende Personen ihre Glaubensbekenntnis abgeleget und sind, nachdem sie die ihnen vorgelegte Pflichten mit Mund und Hand angelobet, zu Gliedern der Gemeinen auf  und angenommen worden.”.

Arnoldus trouwt in 1766 met Catharina Gerdrutha Everts. Achtereenvolgens komen Gerhard (1766), Wilhelm (1770), Heinrich (1773), Johann (1776) en Mattheis (1779) ter wereld.

Arnoldus is 43 jaar als hij in 1782 uit Zaltbommel zijn deel van de erfenis van zijn tante in Zaltbommel ontvangt (zie het hoofdstuk over het testament uit 1780).
Er breken echter droevige tijden aan. In 1783 overlijdt Gerhard, 16 jaar oud; vlak voor Kerstmis in dat zelfde jaar wordt een meisje geboren, maar zij leeft slechts enkele dagen, en ook moeder Catharina overlijdt kort na de bevalling.
De vier achtergebleven jongens zijn dan 13, 10, 7 en 4 jaar oud.

Arnoldus vindt in Moers (een stadje aan de westkant van de Rijn tegenover Duisburg) een nieuwe vrouw: Elisabeth Habicht. Zij trouwen daar in 1785.

Moers_1800

Er komen in Duisburg nog 3 kinderen ter wereld: Gerhard (1786), Catharina Gerdraud (1788) en Johann Friedrich (1791).

Vanaf de jaren ’90 vertrekken de oudste 4 jongens allen, als zij eenmaal volwassen zijn, naar Zaltbommel. Kunnen ze niet met hun stiefmoeder opschieten?
Ook Gerhard volgt hen in 1810.

Aankomst in Zaltbommel
Als eerste komt Willem aan. In 1793 wordt hij ingezworen als burger van Zaltbommel, terwijl oom Willem de Bie borg is. In het Burgerboek staat dit zo:

Willem 1793

Willem Groothof in civem receptus juravit solemniter, et solvit jura ad f 22-.-. die aanstonds gedistribueert zyn. En heeft Willem de Bie zig als borge geconstitueert. Actum 15 april 1793.
Willem Groothof in civem receptus juravit solemniter, et solvit jura ad f 22-.-. die aanstonds gedistribueert zyn. En heeft Willem de Bie zig als borge geconstitueert. Actum 15 april 1793.

In die jaren woedt er een oorlog tussen Frankrijk aan de ene kant en Oostenrijk en Pruisen aan de andere kant. In april 1795 wordt bij de Vrede van Basel een wapenstilstand gesloten tussen de Fransen en de Pruisen; er wordt een lijn getrokken door het tegenwoordige Duitsland, waarbij de Fransen beloven achter die grens te blijven. Duisburg ligt precies op die Demarcatie Linie.

Demarcations-Linie 1795
Demarcations-Linie 1795

Roerort (Ruhrort) in het midden, Duisburg ten zuiden aan de andere kant van de Ruhr. Ook Moeurs en Orsoy worden vermeld. De Demarcatie Linie is vaag in blauw en geel weergegeven.*
Die afgesproken vrede laat het vrije verkeer over de Rijn weer toe. In mei worden in Duisburg al boten met steenkool geladen voor Holland.

Trekken Johann en Heinrich nu noordwaarts? Nemen zij een postwagen, stappen ze aan boord van een beurtschip of gaan ze te voet? Met apostelpaarden, zei men in die tijd. Johann en Heinrich worden samen met Willem in 1798 vermeld in de ‘Lijst der telling van al de Gereformeerde zielen binnen Z.Boemel’. Ze wonen in bij A. de Bie, waarschijnlijk een broer van oom Wim.

Zielen in 1798 W+H+J

In 1802 komt ook broer Mattheis in de stad. Hij wordt opgenomen in de ‘Lijst van de leedematen der kerke van Zaltbommel’. Reist hij via Horssen onder Nijmegen? In 1805 trouwt hij met een meisje uit Horssen.

Mattheis 1802

Als laatste verschijnt (half)broer Gerhard in Zaltbommel. Hij komt voor in de burgerlijke stand die de Fransen in december 1810 laten opmaken ‘Etat de population de Mairie de Zalt Bommel’. Alle beroepen worden hierin in het Frans genoteerd. Gerhard woont bij broer Hendrik, die bakker is.

Gerrit 1810

Gerrit 1810-2

Ondanks de Franse tijd en de Franstalige beroepen, worden de voornamen van de Groothoffen in de burgerlijke stand vernederlandst. En keurig met dubbel ‘o’ en ‘f’ geschreven. De geboortedata zijn minder nauwkeurig.

Catharina Gerdraud
Ook Catharina Gerdraud komt naar Nederland, maar haar komen we tegen in Rotterdam. Nadat haar moeder Elisabeth Habicht in augustus 1811 in Duisburg is overleden, laat Catharina op 12 september 1811 bij een notaris in Rotterdam een acte opmaken, waarin zij zegt haar broeder Gerrit te repraesenteren (vertegenwoordigen) “in alle betrekkingen in het sterfhuis en omtrent de behuizing van haren nagelaten boedel…”.
De jongste broer Johann Friedrich wordt hier niet genoemd, waarschijnlijk leeft hij niet meer.

Gezin van Arnoldus Groothoff

I.1           Arnoldus GROOTHOFF, gedoopt op 03‑06‑1739 te Duisburg, overleden 1791‑1798.
Ondertrouwd (1) op 20‑07‑1766 te Duisburg, gehuwd voor de kerk op 27‑jarige leeftijd op 03‑08‑1766 te Duisburg met Catharina Gerdrutha EVERTS, geboren ca. 1738, overleden op 21‑12‑1783 te Duisburg.
Ondertrouwd (2) op 27‑02‑1785, gehuwd op 45‑jarige leeftijd op 13‑03‑1785 te Moers (Rheinland) met Elisabeth HABICHT, geboren ca. 1755, overleden op 29‑08‑1811 te Duisburg.

Uit het eerste huwelijk:

  1. Gerhard GROOTHOFF, geboren op 29‑10‑1766 te Duisburg, overleden op 30‑04‑1783 te Duisburg op 16‑jarige leeftijd.
  2. Wilhelm GROOTHOFF W1, tonnelier (1810), kuiper, geboren op 22‑01‑1770 te Duisburg, overleden op 05‑07‑1849 te Zaltbommel op 79‑jarige leeftijd.
  3. Heinrich GROOTHOFF H1, boulanger (1810), landbouwer, geboren op 21‑03‑1773 te Duisburg, overleden op 25‑12‑1850 te Zaltbommel op 77‑jarige leeftijd.
  4. Johann GROOTHOFF J1, boulanger (1810),bakker, geboren op 04‑02‑1776 te Duisburg, overleden op 25‑06‑1852 te Zaltbommel op 76‑jarige leeftijd.
  5. Mattheis GROOTHOFF M1, boucher (1810), spekslager, landbouwer, geboren op 19‑07‑1779 te Duisburg, gedoopt op 22‑07‑1779 te Duisburg, overleden op 16‑06‑1869 te Zaltbommel op 89‑jarige leeftijd.
  6. Catherina Gertrud GROOTHOFF, geboren op 20‑12‑1783 te Duisburg, overleden op 22‑12‑1783 te Duisburg, 2 dagen oud.

Uit het tweede huwelijk:

  1. Gerhard GROOTHOFF G1, garcon de boulanger (1810), schoenmaker, geboren op 19‑01‑1786 te Duisburg, overleden op 01‑01‑1829 te Zaltbommel op 42‑jarige leeftijd.
  2. Catharina Gerdraud GROOTHOFF, geboren op 31‑12‑1788 te Duisburg, overleden op 12‑09‑1860 te Rotterdam op 71‑jarige leeftijd.
  3. Johann Friedrich GROOTHOFF, geboren op 13‑11‑1791 te Duisburg, overleden voor 1811.

De afbeeldingen van de registratie in Zaltbommel zijn afkomstig uit het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel.

*Zie de complete kaart in de Universiteitsbibliotheek Utrecht
Demarcations-Linie welche Kraft dem am 17. May 1795 zwischen Frankreich und Preussen geschlossenen Vergleich bestimmt : wie weit die Franzosen disseits des Rheins in Deutschland vordringen dürffen.