Hendrik en Willemijntje 1850

Gouden huwelijk

We schrijven 28 april 1850. We zitten met Hendrik Groothoff, 77 jaar, en zijn vrouw Willemke Stapelkamp, 69 jaar, in de opkamer aan de Gasthuisstraat te Zaltbommel. De tafel is feestelijk gedekt. Is er iets te vieren? Jazeker, vijftig jaar geleden trouwden Hendrik en Willemijntje in Tiel. We kijken terug op hun huwelijksjaren.

Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800
Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800

Wie zitten er aan tafel?
[* de 12 kinderen roodgekleurd]

Lambertus (1802), de oudste zoon; hij is sinds vorig jaar weduwnaar na het overlijden van zijn vrouw Anneke van Asch; hun zoon Hendrik Willem (1833) is er, hij is het oudste kleinkind. Lambertus woont in Leerdam, hij is arbeider. Lambertus is niet de eerstgeborene; aan tafel is vast wel gesproken over Arnoldus, geboren in 1801, maar al gestorven toen hij 4 was.
Na hen kwamen Willem Arie (1804) en Anna Catharina Geertruij (1806); zij zijn ook op jonge leeftijd overleden, Willem Arie werd 22 jaar, Anna slechts 2.
Davit (1808) is de volgende; hij is er, met zijn Amsterdamse vrouw Maria Catharina Beijst en hun zoon David Hendrik; zij wonen in Utrecht. Davit is koetsier, aanvankelijk in Leiden. Is dat de reden dat er zoveel zusjes naar Leiden kwamen?Schoonzoon Cornelis van den Worm uit Leiden mag niet ontbreken, de man van Aaltje (1810) én Geertruij Wilhelmina (1812). Hij trouwde eerst met Aaltje in 1834 en na haar overlijden met Geertruij in 1847. Dat ging niet zomaar, want het was niet toegestaan dat je met je schoonzus trouwde.Vrijstelling schoonbroeders 1847

In het huwelijksformulier staat “vrijstelling verleend der wettelijke bepalingen, waar bij de huwelijken tusschen schoonbroeders en schoonzusters verboden wordt…”
Helaas is Geertruij afgelopen jaar overleden. Misschien zijn alle 6 kinderen wel meegekomen met de stoomboot vanaf Gorinchem.
We zien Jenneke (1814) en haar man Hendrik Olivier, ook uit Leiden. Olivier is een bekende Leidse achternaam! Zij zijn in ’47 getrouwd en hebben een zoontje van 2; Jenneke is weer zwanger. Hendrik Olivier was eerder getrouwd en heeft al 6 kinderen.
Arnolda (1816) is over uit Rotterdam; Christiaan (1819) ontbreekt, hij is als kanonnier in Nederlandsch-Indië.
Willemijntje (1823) uit Den Haag en de jongste Anna Sophia (1825) maken de kring rond.

Broers
Geen van de kinderen woont in Zaltbommel. Maar in de stad wonen nog wel 2 broers van Hendrik, zij zijn zeker uitgenodigd. Johannis,  brood- en banketbakker, is 74 en zijn vrouw Jenneke Stapelkamp 62, jawel een zusje van Willemijntje. En natuurlijk Mattheis,  slager, 70 jaar oud, zijn vrouw Jenneke is een paar jaar geleden gestorven.
Johannis heeft voor mooie taarten gezorgd en Mattheis heeft vast extra geslacht.

Als het populaire boekje “Gouden Bruiloft” van Willem Musschert rondgaat, zal er hier en daar uit voorgelezen worden, bijvoorbeeld:

“t Maal gaat intusschen voort, en menig lekkre beet
houdt de eetlust aan de gang. Geen dischgenoot vergeet
De taart te prijzen vol gesuikerde ingewanden.
Men zendt gebak en zoet, de roomvla bruin van ‘t branden,
Den tulband blank van deeg, de Bruiloftstafel rond
En kweemoes klaar als glas dat wegsmelt in den mond.
Dat smaakt den kindren recht –  Zij juichen en verblijen
Zich in de overvloed van zoo veel lekkernijen
En vragen immer meer, al zijn zij ruim verzaad.
Hun Moeder weigert maar “Wat zoet is kan geen kwaad”
Zegt keer op keer de Bruid “het eten doet hen groeien.
‘t Feest moet hen heugen en met loopen en met stoeien
Komt alles weer te recht. Neme elk zoo veel hem lust”.
Nu geeft de Moeder toe, haars ondanks, ongerust
Voor de uitkomst en ziet rond, en telt, door zorg gedreven
De schotels op den dis, nog ongerept gebleven.”

Getuigen
Volgens mij kwamen Hendrik en zijn vrouw niet vaak buiten de stad. Bij geen van de bruiloften van de kinderen waren zij aanwezig; al die huwelijken werden ook ver buiten Zaltbommel voltrokken.
Bij Aaltje in 1834 in Leiden is er melding van een schriftelijke toestemming (‘consenterende’) van Hendrik en Willemijntje voor het huwelijk.
“…consenterende blijkens hunne acte, op den zevenden april achttienhonderd vierendertig voor den notaris Johann Martin Godfriet Hoffmann van Hove en getuigen te Zaltbommel gepasseerd, behoorlijk geregistreerd…”Aaltje H2 huw 1834 zonder ouders

In februari van dit jaar 1850 was Hendrik voor het eerst officieel getuige bij een huwelijk, namelijk die van een neef. Dat huwelijk was dan ook in Zaltbommel. Tot vorig jaar trad zijn broer Willem, de kuiper, namens de familie als getuige op. Na Willems overlijden, is Hendrik de oudste van de stamhouders en vertegenwoordigt hij de familie.

Getuige in 1850

Handtekening 1850

Je herkent de hand, die het schrijven niet gewend is en de leeftijd.

Even vooruitkijken
Anna Sophia zal in 1855 in Leiden trouwen met Jan Hendrik Olivier, een zoon van Hendrik Olivier (de man van Jenneke) uit zijn eerste huwelijk. Zo wordt Anna Sophia de schoondochter van haar zuster Jenneke
Tenslotte trouwt Willemijntje in 1858 in ’s-Gravenhage met Karel George Termolen.
Arnolda blijft ongetrouwd.
Christiaan komt in 1852 in Sambas op Borneo om; de omstandigheden zijn onduidelijk. De ene expeditie na de ander werd in de Indische wateren uitgevoerd. Christiaan was beroepssoldaat, kanonnier 2e klasse. Hij is op 10 november 1848 uit Nederland vertrokken met het schip de Sara Jacoba. Zijn overlijden wordt vermeld in de Nederlandsche Staatscourant van zondag 16 en maandag 17 juli 1854, onder de kop Staat van Nalatenschappen; er is een saldo van 2,00 gulden te innen!

Christiaan ov Sambas

Overlijden
Vader Hendrik overlijdt een paar maanden na zijn gouden bruiloft in december 1850; getuigen zijn zoon Lammert en neef Abraham Groothoff, onderwijzer te Sliedrecht, een zoon van Gerrit.Ov acte Hendrik 1850

Een paar jaar later verhuist moeder Willemijntje naar Leiden; trekt ze in bij Jenneke? Ze overlijdt daar in 1855, 74 jaar oud. In het kerkboek van Zaltbommel is alles bijgehouden. De bladzijde begint in 1800, met attestatie “van Rotterdam” en eindigt met attestatie “n Leyden 1853”. En dat alles op één regel.Attestatie van Willemijntje

Op dezelfde bladzijde wordt haar zwager Wilhelm Groothof genoemd; hij was in 1793 al als burger in Zaltbommel ingeschreven en in 1798 getrouwd; blijkbaar heeft hij tussen Duisburg, waar hij geboren is, en Zaltbommel een tijdje in Essen gewoond en in 1800 alsnog een attestatie uit Essen kunnen regelen.

Familiepuzzle in Leiden
Toch ook nog even aandacht voor de schoonzoons Cornelis van den Worm en Hendrik Olivier, hoofdrolspelers in de Leidse clan.

Cornelis van de Worm wordt geboren op 27 april 1804 in Leiden. Hij is timmerman in de Muscadelsteeg, later aan het Rapenburg.

  1. In 1834 trouwt hij met Aaltje Groothoff, Aaltje overlijdt in 1846
  2. In 1847 huwt hij haar zuster Geertruij Wilhelmina; zij overlijdt in 1849
  3. In 1850 trouwt Cornelis met Harmina Johanna Freeriks; getuige zijn zijn vader, 79 jaar, en drie bedienden uit het museum; Cornelis is rijksambtenaar geworden en als custos (beheerder) in dienst van het Rijkskabinet van Teekeningen, Prenten en Pleisterbeelden, meestal het Prentenkabinet genoemd; Cornelis wordt voor de derde keer weduwnaar
  4. en trouwt in 1857 met Jenneke ten Zijthoff
Rapenburg in Leiden met rechts het "Rijkskabinet van Prenten - Museum van Pleisterbeelden"
Rapenburg in Leiden met rechts het “Rijkskabinet van Prenten – Museum van Pleisterbeelden”

Hendrik Olivier, bakker in de Breedstraat, is bij het 2e en 4e huwelijk van Cornelis getuige; Hendrik is namelijk een zwager van Cornelis.
Eerst trouwde Hendrik Olivier in 1832 met Clasina Labree. Clasina overlijdt in 1846; er zijn 6 kinderen, waaronder Jan Hendrik Olivier en Pieter Jacobus Olivier.
In 1847 trouwt Hendrik met Jenneke Groothoff, en wordt zo zwager van Cornelis, die getuige is bij dit huwelijk.
Zoon Jan Hendrik trouwt in 1857 met Anna Sophia Groothoff, het jongste zusje van Aaltje, Geertruij en Jenneke; getuige: Cornelis van den Worm, die door dit huwelijk de zwager wordt van de vader én de zoon. De schoonzus van Hendrik wordt nu ook schoondochter en Jenneke wordt door dit huwelijk de schoonmoeder van haar zus.

Er is nog een relatie tussen Cornelis en Hendrik, want in 1870 trouwt Pieter Jacobus Olivier, zoon van Hendrik en Clasina Labree met Hendrica Henriëtta van den Worm, dochter van Cornelis en Aaltje Groothoff, uit zijn eerste huwelijk.
Droeve voetnoot: Hendrica Henriëtta overlijdt een week na het huwelijk.

Zie voor een overzicht van het gezin https://groothoff.wordpress.com/stamboom/

 

Vreemdelingen in het Franse Zaltbommel

De gebroeders Groothoff komen in een roerige tijd in Zaltbommel aan. Er is een strijd gaande tussen Oranjegezinden en aanhangers van de Franse Revolutie, de patriotten. Franse legers staan enkele malen aan de deur van de Republiek te rammelen, helpen eerst de patriotten in het zadel en nemen tenslotte de macht over. Het is een komen en gaan van buitenlandse troepen. Strenge winters ontregelen het dagelijks leven en de daaropvolgende dooi zorgt voor enorme ijsdammen in de rivieren, waardoor de dijken het begeven. En moet je nu Nederlands of Frans leren als je wilt inburgeren? Wat is er over de Groothoffen in Franse tijd bekend?

Oorlog
In 1793 verklaart de Franse regering de oorlog aan de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Franse generaal Dumouriez trekt snel op, verovert Bergen op Zoom en  Breda en staat eind februari al aan het Hollands Diep, tegenover Dordrecht. Bij Venlo en Maastricht kunnen de Fransen het echter niet bolwerken en alle troepen worden teruggeroepen naar Parijs. In dat jaar wordt Willem Groothoff inwoner van Zaltbommel.

Een coalitie van Oostenrijk en de Republiek trekt op richting Parijs. In Frankrijk wordt de levée en masse uitgeroepen: 600.000 man komen onder de wapenen.
In 1794 trekken de Fransen opnieuw noordwaarts onder leiding van Pichegru en Jourdan. Bij Fleurus in de buurt van Charleroi boeken zij de eerste grote overwinning op de coalitie (zie het verhaal over de luchtballon). De Fransen rukken snel op en slaan in september het beleg voor Den Bosch. Oranjegezinden uit Zaltbommel vluchten naar Holland. De Prins van Oranje vraagt tevergeefs assistentie in de Bommelerwaard. De gierpont van Zaltbommel maakt overuren. Naast de troepen van Oranje, verschijnen Engelsen en Hessen in de stad, in december gevolgd door de eerste Fransen. Vanwege de aanhoudende vorst kunnen de Fransen de Maas en de Waal overtrekken.

Bron: Atlas van Stolk
Bron: Atlas van Stolk

 

Omwenteling
Zaltbommel krijgt een patriottisch bestuur. Het centrale gezag zetelt in ’s Gravenhage: de Bataafse Republiek. Het duurt een aantal jaren voor het gezag een definitieve vorm krijgt en in alle gewesten is doorgevoerd. In 1801 ontstaat het Bataafs Gemenebest, in 1806 het Koninkrijk Holland, onder leiding van Lodewijk Napoleon. In 1810 volgt de annexatie door Frankrijk, met aan het bewind Keizer Napoleon.

Al in 1810 worden alle Bommelaars volgens de Franse regels ingeschreven in de État de population, alle 5 broers en hun gezinnen worden genoteerd.

Etat de population 1810

 

Duitsers of ‘moffen’
In die jaren werden inwoners ten oosten van de Rijn al als ‘moffen’ aangeduid. In 1787 hadden de Pruisen de stadhouder geholpen en in 1794/1795 vochten Hessische troepen mee met de coalitie tegen Frankrijk. ‘Moffen’ waren niet erg geliefd bij de patriotten. Het lijkt erop alsof onze Groothoffen uit Duisburg hier geen last van hebben gehad. Misschien hielden ze zich gedeisd of was oom Willem de Bie (in 1793 borg voor neef Willem) een invloedrijk figuur, hij overleed echter in 1801. Toch kan Hendrik in 1804 burger worden van Zaltbommel, zelfs zijn 3 zoontjes, Arnoldus, Lambertus en Willem Arie, worden al voorlopig ingeschreven.

Hendrik met 3 zoontjes

 

Hendrik Groothoff in civem receptus, juravit solemniter et solvit jura ad f 22-.-. die aanstonds zijn gedistribueerd. En is aan zijne drie zoontjes met namen Arnoldus, Lambertus, en Willem Arie Groothoff het burgerrecht toegestaan, mits bij meerderjarigheid eed doende. Actum den 11 junij 1804. [In marge:] Arnold, Lambert en Arie geneamd.

Ondanks de barre tijden van oorlog, inkwartiering van buitenlandse troepen (1794-1795), opnieuw in 1813-1814, overstromingen (1799, 1809), koepokken en hongersnood komen de Groothoffen grotendeels goed de Franse tijd door.

Ijsdammen 2

 

Als de uiterwaarden bevriezen komt bij dooi het ijs los; enorme ijsdammen ontstaan, waardoor het dooiwater over de dijken kan lopen. Dit gebeurde ook in 1799 en 1809. De Bommerwaard stroomde onder en vele burgers (benevens veel vee) zoeken een veilig heenkomen in de stad Zaltbommel.

In oktober 1813 verliest Napoleon de Volkerenslag bij Leipzig. In April 1814 doet hij afstand van de troon. Opnieuw trekken er veel troepen door Zaltbommel, in de omgekeerde richting. Behalve Pruisen verschijnen er nu ook Russen in de stad.
In 1815 ontstaat het Koninkrijk der Nederlanden.

Dagelijks leven
Het dagelijks leven lijkt ‘gewoon’ door te gaan.
Willem (1798), Hendrik (1800), Mattheis (1805), Johann (1809) en Gerrit (1811) trouwen allen met meisjes uit het rivierengebied. Tussen 1801 en 1815 komen 23 kinderen ter wereld, waarvan er 4 als kind overlijden.
Het eerste kind (1801) wordt geboren bij Hendrik; dit jongetje wordt natuurlijk naar opa Arnoldus vernoemd, die dit nooit heeft geweten, want hij stierf voor 1798. Ook bij Willem komt in 1801 een jongetje ter wereld: Willem. Zowel deze Willem als Arnoldus overlijden jong, in ieder geval voor 1810.
Daarna worden de volgende kinderen geboren, waarvan alleen Anna Catharina Geertruij (1806-1808) en Abraham (1814) jong overlijden:

1802: Lambertus (H2)
1803: Wilhelmina (W2)
1804: Catharina Geertruij (W2), Willem Arie (H2)
1805: Matthijs Arnold (M2)
1806: Anna Sophia (W2), Anna Catharina Geertruij (H2); zij overlijdt in 1808
1807: Johannis (M2)
1808: Davit (H2)
1808: Anna Catharina Geertruij (M2)
1809: Jan Arnoldus (W2)
1810: Aaltje (H2)
1811: Jan (M2), Arnoldus Willem (G2), Catharina Geertruij (J2)
1812: Geertruij Wilhelmina (H2)
1813: Antje (M2)
1814: Willemijntje (J2), Abraham (G2), Jenneke (H2)
1815: Frederik (G2)

Na de Franse tijd worden er nog 17 neven en nichten geboren; een generatie van 40 kinderen. De laatste is Elisabeth (J2) in 1831, dochter van Johan.

*Achter de namen zet ik de verschillende takken met het generatienummer.

Bronnen:

De afbeeldingen komen uit de Atlas van Stolk

Groot, J. H. de, (historicus): Zaltbommel : stad en waard door de eeuwen heen. 1979.

Hanken, Caroline. Door een Hollandse winter. De predikant, de hofdame en de revolutie van 1795. 2010.

Vijf stamhouders zakken de Rijn af

Inschrijving in Zaltbommel

Vanaf 1793 groeit de Groothoff-clan in Zaltbommel snel. Vijf Duisburgers, de gebroeders Groothoff, kloppen in die jaren aan bij hun oom en tante De Bie-Groothoff. Zij worden stamhouders van een groot nageslacht. Waarom zij allen de Rijn afzakken is niet bekend. Ontvluchten de mannen de dienstplicht? Of zoeken ze een veilig heenkomen nu de Fransen oostwaarts optrekken? Zijn ze uitgenodigd door oom Wim de Bie, die een opvolger voor zijn bedrijf nodig heeft? Zijn zij economische vluchtelingen? Misschien kom ik daar nog eens achter.

Vader Arnoldus
Wat weet ik van hun vader Arnoldus?
Arnoldus is geboren in 1739 en op 3 juni in de Salvatorkerk in Duisburg gedoopt. Hij doet traditioneel op zijn 18e jaar belijdenis op Osterdienstag 28 maart 1758.
In het kerkboek staat “… hierauf haben folgende Personen ihre Glaubensbekenntnis abgeleget und sind, nachdem sie die ihnen vorgelegte Pflichten mit Mund und Hand angelobet, zu Gliedern der Gemeinen auf  und angenommen worden.”.

Arnoldus trouwt in 1766 met Catharina Gerdrutha Everts. Achtereenvolgens komen Gerhard (1766), Wilhelm (1770), Heinrich (1773), Johann (1776) en Mattheis (1779) ter wereld.

Arnoldus is 43 jaar als hij in 1782 uit Zaltbommel zijn deel van de erfenis van zijn tante in Zaltbommel ontvangt (zie het hoofdstuk over het testament uit 1780).
Er breken echter droevige tijden aan. In 1783 overlijdt Gerhard, 16 jaar oud; vlak voor Kerstmis in dat zelfde jaar wordt een meisje geboren, maar zij leeft slechts enkele dagen, en ook moeder Catharina overlijdt kort na de bevalling.
De vier achtergebleven jongens zijn dan 13, 10, 7 en 4 jaar oud.

Arnoldus vindt in Moers (een stadje aan de westkant van de Rijn tegenover Duisburg) een nieuwe vrouw: Elisabeth Habicht. Zij trouwen daar in 1785.

Moers_1800

Er komen in Duisburg nog 3 kinderen ter wereld: Gerhard (1786), Catharina Gerdraud (1788) en Johann Friedrich (1791).

Vanaf de jaren ’90 vertrekken de oudste 4 jongens allen, als zij eenmaal volwassen zijn, naar Zaltbommel. Kunnen ze niet met hun stiefmoeder opschieten?
Ook Gerhard volgt hen in 1810.

Aankomst in Zaltbommel
Als eerste komt Willem aan. In 1793 wordt hij ingezworen als burger van Zaltbommel, terwijl oom Willem de Bie borg is. In het Burgerboek staat dit zo:

Willem 1793

Willem Groothof in civem receptus juravit solemniter, et solvit jura ad f 22-.-. die aanstonds gedistribueert zyn. En heeft Willem de Bie zig als borge geconstitueert. Actum 15 april 1793.
Willem Groothof in civem receptus juravit solemniter, et solvit jura ad f 22-.-. die aanstonds gedistribueert zyn. En heeft Willem de Bie zig als borge geconstitueert. Actum 15 april 1793.

In die jaren woedt er een oorlog tussen Frankrijk aan de ene kant en Oostenrijk en Pruisen aan de andere kant. In april 1795 wordt bij de Vrede van Basel een wapenstilstand gesloten tussen de Fransen en de Pruisen; er wordt een lijn getrokken door het tegenwoordige Duitsland, waarbij de Fransen beloven achter die grens te blijven. Duisburg ligt precies op die Demarcatie Linie.

Demarcations-Linie 1795
Demarcations-Linie 1795

Roerort (Ruhrort) in het midden, Duisburg ten zuiden aan de andere kant van de Ruhr. Ook Moeurs en Orsoy worden vermeld. De Demarcatie Linie is vaag in blauw en geel weergegeven.*
Die afgesproken vrede laat het vrije verkeer over de Rijn weer toe. In mei worden in Duisburg al boten met steenkool geladen voor Holland.

Trekken Johann en Heinrich nu noordwaarts? Nemen zij een postwagen, stappen ze aan boord van een beurtschip of gaan ze te voet? Met apostelpaarden, zei men in die tijd. Johann en Heinrich worden samen met Willem in 1798 vermeld in de ‘Lijst der telling van al de Gereformeerde zielen binnen Z.Boemel’. Ze wonen in bij A. de Bie, waarschijnlijk een broer van oom Wim.

Zielen in 1798 W+H+J

In 1802 komt ook broer Mattheis in de stad. Hij wordt opgenomen in de ‘Lijst van de leedematen der kerke van Zaltbommel’. Reist hij via Horssen onder Nijmegen? In 1805 trouwt hij met een meisje uit Horssen.

Mattheis 1802

Als laatste verschijnt (half)broer Gerhard in Zaltbommel. Hij komt voor in de burgerlijke stand die de Fransen in december 1810 laten opmaken ‘Etat de population de Mairie de Zalt Bommel’. Alle beroepen worden hierin in het Frans genoteerd. Gerhard woont bij broer Hendrik, die bakker is.

Gerrit 1810

Gerrit 1810-2

Ondanks de Franse tijd en de Franstalige beroepen, worden de voornamen van de Groothoffen in de burgerlijke stand vernederlandst. En keurig met dubbel ‘o’ en ‘f’ geschreven. De geboortedata zijn minder nauwkeurig.

Catharina Gerdraud
Ook Catharina Gerdraud komt naar Nederland, maar haar komen we tegen in Rotterdam. Nadat haar moeder Elisabeth Habicht in augustus 1811 in Duisburg is overleden, laat Catharina op 12 september 1811 bij een notaris in Rotterdam een acte opmaken, waarin zij zegt haar broeder Gerrit te repraesenteren (vertegenwoordigen) “in alle betrekkingen in het sterfhuis en omtrent de behuizing van haren nagelaten boedel…”.
De jongste broer Johann Friedrich wordt hier niet genoemd, waarschijnlijk leeft hij niet meer.

Gezin van Arnoldus Groothoff

I.1           Arnoldus GROOTHOFF, gedoopt op 03‑06‑1739 te Duisburg, overleden 1791‑1798.
Ondertrouwd (1) op 20‑07‑1766 te Duisburg, gehuwd voor de kerk op 27‑jarige leeftijd op 03‑08‑1766 te Duisburg met Catharina Gerdrutha EVERTS, geboren ca. 1738, overleden op 21‑12‑1783 te Duisburg.
Ondertrouwd (2) op 27‑02‑1785, gehuwd op 45‑jarige leeftijd op 13‑03‑1785 te Moers (Rheinland) met Elisabeth HABICHT, geboren ca. 1755, overleden op 29‑08‑1811 te Duisburg.

Uit het eerste huwelijk:

  1. Gerhard GROOTHOFF, geboren op 29‑10‑1766 te Duisburg, overleden op 30‑04‑1783 te Duisburg op 16‑jarige leeftijd.
  2. Wilhelm GROOTHOFF W1, tonnelier (1810), kuiper, geboren op 22‑01‑1770 te Duisburg, overleden op 05‑07‑1849 te Zaltbommel op 79‑jarige leeftijd.
  3. Heinrich GROOTHOFF H1, boulanger (1810), landbouwer, geboren op 21‑03‑1773 te Duisburg, overleden op 25‑12‑1850 te Zaltbommel op 77‑jarige leeftijd.
  4. Johann GROOTHOFF J1, boulanger (1810),bakker, geboren op 04‑02‑1776 te Duisburg, overleden op 25‑06‑1852 te Zaltbommel op 76‑jarige leeftijd.
  5. Mattheis GROOTHOFF M1, boucher (1810), spekslager, landbouwer, geboren op 19‑07‑1779 te Duisburg, gedoopt op 22‑07‑1779 te Duisburg, overleden op 16‑06‑1869 te Zaltbommel op 89‑jarige leeftijd.
  6. Catherina Gertrud GROOTHOFF, geboren op 20‑12‑1783 te Duisburg, overleden op 22‑12‑1783 te Duisburg, 2 dagen oud.

Uit het tweede huwelijk:

  1. Gerhard GROOTHOFF G1, garcon de boulanger (1810), schoenmaker, geboren op 19‑01‑1786 te Duisburg, overleden op 01‑01‑1829 te Zaltbommel op 42‑jarige leeftijd.
  2. Catharina Gerdraud GROOTHOFF, geboren op 31‑12‑1788 te Duisburg, overleden op 12‑09‑1860 te Rotterdam op 71‑jarige leeftijd.
  3. Johann Friedrich GROOTHOFF, geboren op 13‑11‑1791 te Duisburg, overleden voor 1811.

De afbeeldingen van de registratie in Zaltbommel zijn afkomstig uit het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel.

*Zie de complete kaart in de Universiteitsbibliotheek Utrecht
Demarcations-Linie welche Kraft dem am 17. May 1795 zwischen Frankreich und Preussen geschlossenen Vergleich bestimmt : wie weit die Franzosen disseits des Rheins in Deutschland vordringen dürffen.

Mattheis in Duisburg 1794: wel of niet naar Zaltbommel?

We hebben verteld hoe de kleermaker Johannes Groothoff in 1769 in Zaltbommel terechtkwam, in 1777 gevolgd door zijn nichtje Geertrui. Tussen 1793 en 1810 komen van de volgende generatie vijf neven en een nicht van Geertrui ook naar Zaltbommel. Van hen is Mattheis (1779-1869) mijn rechtstreekse voorvader. Er zijn geen schriftelijke overleveringen, waaruit we hun overwegingen kennen. Dat geeft mij de mogelijkheid om mijn gedachten de vrije loop te laten.

Duisburg, nu en toen
Met wiskundige precisie liggen de containers vier-, vijfhoog opgestapeld. Enorme kranen takelen de kleurrijke bakken uit de duwboten, ze wenden eDuisport 3n keren hun last alsof het een ons weegt. Wat ze vervoeren? Wie zal het zeggen. Op computers in  het havenkantoor wordt alles bijgehouden. Nummer zus-en-zo komt van X en moet per trein naar Y.
DuisPort, de haven van Duisburg aan de monding van de Ruhr.

Hoe anders ging het toe in 1794/1795, toen Mattheis hier rondliep, laadde, loste, sjouwde, sjorde. Balen lakenstof, kisten Rijnwijn, zakken met kolen, ijzererts, ja soms ladingen boomstammen.
Hij wist het nog goed, die dag in november. Om de Salvator stond een flinke wind, waar hij tegen in moest. In de smalle stegen bij de kerk was ‘t nog donker, maar toch zag hij de wolken langs de hemel jagen. De stank van de overvolle beerputten, rotte vis en verschraald bier mengde zich met de geuren uit bakkersovens en de rook van smederijen.

salvatorkirche_j1850

‘We krijgen regen, vandaag’, dacht hij. ‘Wat een wind’, dat wordt nog wat op die gammele loopplanken’. Veel werk zou er trouwens niet zijn. De dreiging van oorlog had alles stilgelegd. De Oostenrijkers hadden zich na de verloren veldslagen in de Ardennen, teruggetrokken achter de Rijn en waren ook hier in Duisburg en in Ruhrort ingekwartierd. De Fransen bezetten de hele linker Rijnoever, er was geen doorkomen aan.

Om bij de haven van Ruhrort te komen moest hij met de veerpont de Ruhr over. Op een oude bark waren planken zo vastgenageld, dat er een vlak dek was ontstaan, er konden wel twee rijtuigen mee. In het midden van de rivier lagen ankerbootjes, kabeltouwen hielden de pont op zijn plek. Met grove klampen werd de pont langs de kabels naar de overzijde getrokken. Mattheis pakte ook een klamp en hielp de pontbaas een handje. Dat was vanwege de stroming en het hoge water niet al te zwaar werk; de Ruhr was wel twee keer zo breed als in de zomer. De pontbaas had de laatste tijd bijzondere lading: regelmatig moesten er troepen worden overgezet, paarden en wagens, kanonnen en ander geschut.

Fliegende Brücke, Gierponte in Düsseldorf
Fliegende Brücke, Gierponte in Düsseldorf

In het eerste morgenlicht stak de Salvator indrukwekkend af tegen de horizon, zijn toren was een baken voor de verre omtrek. In onze dagen moet je je eerst een weg banen door een woud van kranen, loodsen en kantoren wil je zicht krijgen op het oude Duisburg. De Salvator was in 1794 al geen baken voor de Rijnvaart meer, gedurende eeuwen had de rivier zijn loop steeds verder naar het westen verlegd. Duisburg lag niet meer aan de Rijn. De Alte Rheinstrasse was zijn naamgever al jaren kwijt. Op Mattheis’ geboortebewijs staat zelfs dat hij in Duisburg aan de Roer geboren is.

Op de kade was het een hele drukte. Briesende paarden, rollende vaten, geschreeuw van scheepsjongens, loopplanken schuurden over de reling. Het water was voortdurend in beweging. Vuurtonnen waren met kolen opgestookt en verweerde handen warmden zich boven de gloed. Mattheis was nog niet vernikkeld, er was melk in huis geweest, waar zijn moeder al vroeg broodpap van gekookt had. Het was niet makkelijk om aan verse melk te komen met al die Oostenrijkers in de stad. Een paar duizend monden extra en de heren waren niet snel tevreden. Gelukkig hadden zij familie buiten de stad, zodat ze nog geen gebrek hadden.

Samoreus
Hij liep naar de havenloods om zich te melden. ‘Zeg Mattheis, hoe oud ben je eigenlijk?’, vroeg de havenmeester. ‘Die Oostenrijkers willen hun troepen uitbreiden en zijn op zoek naar huursoldaten. Nou ja, met je vijftien jaar zit je misschien nog aan de goede kant. Of je moet het leuk vinden om als kanonnenvoer te dienen…
En even wat anders, gisterenmiddag is er toch nog een Keulenaar binnengevaren, hij ligt daar achteraan naast die Hollander. Het ziet er niet naar uit dat hij verder de Rijn af kan zakken. We moeten hem lossen, want hij krijgt zijn lading niet voor de winter in Rotterdam. Nou ja, die kolen raken we hier ook wel kwijt. Heinrich is er al. In de loods van Becker is voorlopig nog plek, zolang die Oostenrijkers daar geen kwartier gemaakt hebben’.

Mattheis moest er niet aan denken, in dienst bij die Oostenrijkers, zelfs niet bij de Pruisen. Zijn negen jaar oudere broer Wilhelm was een paar jaar geleden uit Duisburg vertrokken om  aan de dienstplicht te ontkomen. Volgens de schaarse berichten woonde hij bij hun tante Geertrui in Bommel in Gelre aan dSamoreuse beneden Rijn. Zodra het kon zou hij zijn broer achterna gaan. Op een dag ging hij aan boord van een trekschuit, nee natuurlijk niet, dat kon hij niet betalen. Hij zou meevaren met een beurtschipper of op zo’n echte Samoreus, zoals de aken uit Keulen ook wel genoemd werden.

 

Noten

1e versie van dit verhaal heb ik geschreven in het kader van een cursus Familiegeschiedenis schrijven bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

Inspiratie uit
Duisburger Notizen : zeitgenössische Berichte von 1417-1992. Duisburg, 1998.

Duisburg im Tagebüch des französischen Emigranten Pierre Hippolyte Léopold Paillot, blz. 113 (in der Übersetzung): “…Wir verliessen diesen Ort gegen 6 Uhr morgens. Ungefähr eine halbe Meile von dort stösst man auf die Ruhr, die ein ziemlich grosser Fluss ist und nicht weit von Duisburg in den Rhein mündet. Man überquert diesen Fluss mit einer grossen Barke, die in etwa wie eine Fliegende Brücke angelegt ist. Sie ist auch mitten in der Strömung durch eine schwere Kette verankert, die selbst mit kleinen barkassen verbunden ist. Aber, da das nur ein Ponton ist, können nur zwei oder drei Wagen gleichzeitig übersetzen…”.

1794/1795. Der junge Franz Haniel erlebt in Ruhrort Kriegswirren und fremde Besatzung, blz. 114: “…Vom Herbste 1794 bis zum Frühjahr 1795 blieb die ganze österreichische Armee am Rhein auf der rechten Seite stehen, die Franzosen hatten dagegen das ganze linke Rheinufer von der Schweiz bis Holland besetzt; die auf dem Rhein sich befindenen beladenen und unbeladenen Rheinschiffe flüchteten sich auf den rechten Rheinseite, hauptsächlich nach Ruhrort, und der kleinen Hafen fasste nur wenige, daher sich diese, soweit nur Wasser war, der Ruhr hinauf retirirten…”.

“…Unser Haus wurde mit österreichischer Einquartirung von Offizieren, Bedienten pp. überladen; die Stadtbewohner so wie die ganze Gegend mussten das Erforderliche ohne Vergütung hergeben, jedoch mit Ausnahme des Pferdefutters Hafer und Heu, wobei unser  Kutscher sehr klagte, dass unser Heu zu oft freundlich in Anspruch genommen würde…”.

Uit de oude doos

Blogger vlakbij een veerpont opgegroeid; hier zonder klamp met zijn oudste zus en pontbaas Gijs van Stavoren, Oude Wetering ca. 1960; rechts mijn geboortehuis Veerstraat 40.

Blogger vlakbij een veerpont opgegroeid; hier zonder klamp met zijn oudste zus en pontbaas Gijs van Staveren, Oude Wetering ca. 1960; rechts mijn geboortehuis Veerstraat 40.