Mattheis in Duisburg 1794: wel of niet naar Zaltbommel?

We hebben verteld hoe de kleermaker Johannes Groothoff in 1769 in Zaltbommel terechtkwam, in 1777 gevolgd door zijn nichtje Geertrui. Tussen 1793 en 1810 komen van de volgende generatie vijf neven en een nicht van Geertrui ook naar Zaltbommel. Van hen is Mattheis (1779-1869) mijn rechtstreekse voorvader. Er zijn geen schriftelijke overleveringen, waaruit we hun overwegingen kennen. Dat geeft mij de mogelijkheid om mijn gedachten de vrije loop te laten.

Duisburg, nu en toen
Met wiskundige precisie liggen de containers vier-, vijfhoog opgestapeld. Enorme kranen takelen de kleurrijke bakken uit de duwboten, ze wenden eDuisport 3n keren hun last alsof het een ons weegt. Wat ze vervoeren? Wie zal het zeggen. Op computers in  het havenkantoor wordt alles bijgehouden. Nummer zus-en-zo komt van X en moet per trein naar Y.
DuisPort, de haven van Duisburg aan de monding van de Ruhr.

Hoe anders ging het toe in 1794/1795, toen Mattheis hier rondliep, laadde, loste, sjouwde, sjorde. Balen lakenstof, kisten Rijnwijn, zakken met kolen, ijzererts, ja soms ladingen boomstammen.
Hij wist het nog goed, die dag in november. Om de Salvator stond een flinke wind, waar hij tegen in moest. In de smalle stegen bij de kerk was ‘t nog donker, maar toch zag hij de wolken langs de hemel jagen. De stank van de overvolle beerputten, rotte vis en verschraald bier mengde zich met de geuren uit bakkersovens en de rook van smederijen.

salvatorkirche_j1850

‘We krijgen regen, vandaag’, dacht hij. ‘Wat een wind’, dat wordt nog wat op die gammele loopplanken’. Veel werk zou er trouwens niet zijn. De dreiging van oorlog had alles stilgelegd. De Oostenrijkers hadden zich na de verloren veldslagen in de Ardennen, teruggetrokken achter de Rijn en waren ook hier in Duisburg en in Ruhrort ingekwartierd. De Fransen bezetten de hele linker Rijnoever, er was geen doorkomen aan.

Om bij de haven van Ruhrort te komen moest hij met de veerpont de Ruhr over. Op een oude bark waren planken zo vastgenageld, dat er een vlak dek was ontstaan, er konden wel twee rijtuigen mee. In het midden van de rivier lagen ankerbootjes, kabeltouwen hielden de pont op zijn plek. Met grove klampen werd de pont langs de kabels naar de overzijde getrokken. Mattheis pakte ook een klamp en hielp de pontbaas een handje. Dat was vanwege de stroming en het hoge water niet al te zwaar werk; de Ruhr was wel twee keer zo breed als in de zomer. De pontbaas had de laatste tijd bijzondere lading: regelmatig moesten er troepen worden overgezet, paarden en wagens, kanonnen en ander geschut.

Fliegende Brücke, Gierponte in Düsseldorf
Fliegende Brücke, Gierponte in Düsseldorf

In het eerste morgenlicht stak de Salvator indrukwekkend af tegen de horizon, zijn toren was een baken voor de verre omtrek. In onze dagen moet je je eerst een weg banen door een woud van kranen, loodsen en kantoren wil je zicht krijgen op het oude Duisburg. De Salvator was in 1794 al geen baken voor de Rijnvaart meer, gedurende eeuwen had de rivier zijn loop steeds verder naar het westen verlegd. Duisburg lag niet meer aan de Rijn. De Alte Rheinstrasse was zijn naamgever al jaren kwijt. Op Mattheis’ geboortebewijs staat zelfs dat hij in Duisburg aan de Roer geboren is.

Op de kade was het een hele drukte. Briesende paarden, rollende vaten, geschreeuw van scheepsjongens, loopplanken schuurden over de reling. Het water was voortdurend in beweging. Vuurtonnen waren met kolen opgestookt en verweerde handen warmden zich boven de gloed. Mattheis was nog niet vernikkeld, er was melk in huis geweest, waar zijn moeder al vroeg broodpap van gekookt had. Het was niet makkelijk om aan verse melk te komen met al die Oostenrijkers in de stad. Een paar duizend monden extra en de heren waren niet snel tevreden. Gelukkig hadden zij familie buiten de stad, zodat ze nog geen gebrek hadden.

Samoreus
Hij liep naar de havenloods om zich te melden. ‘Zeg Mattheis, hoe oud ben je eigenlijk?’, vroeg de havenmeester. ‘Die Oostenrijkers willen hun troepen uitbreiden en zijn op zoek naar huursoldaten. Nou ja, met je vijftien jaar zit je misschien nog aan de goede kant. Of je moet het leuk vinden om als kanonnenvoer te dienen…
En even wat anders, gisterenmiddag is er toch nog een Keulenaar binnengevaren, hij ligt daar achteraan naast die Hollander. Het ziet er niet naar uit dat hij verder de Rijn af kan zakken. We moeten hem lossen, want hij krijgt zijn lading niet voor de winter in Rotterdam. Nou ja, die kolen raken we hier ook wel kwijt. Heinrich is er al. In de loods van Becker is voorlopig nog plek, zolang die Oostenrijkers daar geen kwartier gemaakt hebben’.

Mattheis moest er niet aan denken, in dienst bij die Oostenrijkers, zelfs niet bij de Pruisen. Zijn negen jaar oudere broer Wilhelm was een paar jaar geleden uit Duisburg vertrokken om  aan de dienstplicht te ontkomen. Volgens de schaarse berichten woonde hij bij hun tante Geertrui in Bommel in Gelre aan dSamoreuse beneden Rijn. Zodra het kon zou hij zijn broer achterna gaan. Op een dag ging hij aan boord van een trekschuit, nee natuurlijk niet, dat kon hij niet betalen. Hij zou meevaren met een beurtschipper of op zo’n echte Samoreus, zoals de aken uit Keulen ook wel genoemd werden.

 

Noten

1e versie van dit verhaal heb ik geschreven in het kader van een cursus Familiegeschiedenis schrijven bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

Inspiratie uit
Duisburger Notizen : zeitgenössische Berichte von 1417-1992. Duisburg, 1998.

Duisburg im Tagebüch des französischen Emigranten Pierre Hippolyte Léopold Paillot, blz. 113 (in der Übersetzung): “…Wir verliessen diesen Ort gegen 6 Uhr morgens. Ungefähr eine halbe Meile von dort stösst man auf die Ruhr, die ein ziemlich grosser Fluss ist und nicht weit von Duisburg in den Rhein mündet. Man überquert diesen Fluss mit einer grossen Barke, die in etwa wie eine Fliegende Brücke angelegt ist. Sie ist auch mitten in der Strömung durch eine schwere Kette verankert, die selbst mit kleinen barkassen verbunden ist. Aber, da das nur ein Ponton ist, können nur zwei oder drei Wagen gleichzeitig übersetzen…”.

1794/1795. Der junge Franz Haniel erlebt in Ruhrort Kriegswirren und fremde Besatzung, blz. 114: “…Vom Herbste 1794 bis zum Frühjahr 1795 blieb die ganze österreichische Armee am Rhein auf der rechten Seite stehen, die Franzosen hatten dagegen das ganze linke Rheinufer von der Schweiz bis Holland besetzt; die auf dem Rhein sich befindenen beladenen und unbeladenen Rheinschiffe flüchteten sich auf den rechten Rheinseite, hauptsächlich nach Ruhrort, und der kleinen Hafen fasste nur wenige, daher sich diese, soweit nur Wasser war, der Ruhr hinauf retirirten…”.

“…Unser Haus wurde mit österreichischer Einquartirung von Offizieren, Bedienten pp. überladen; die Stadtbewohner so wie die ganze Gegend mussten das Erforderliche ohne Vergütung hergeben, jedoch mit Ausnahme des Pferdefutters Hafer und Heu, wobei unser  Kutscher sehr klagte, dass unser Heu zu oft freundlich in Anspruch genommen würde…”.

Uit de oude doos

Blogger vlakbij een veerpont opgegroeid; hier zonder klamp met zijn oudste zus en pontbaas Gijs van Stavoren, Oude Wetering ca. 1960; rechts mijn geboortehuis Veerstraat 40.

Blogger vlakbij een veerpont opgegroeid; hier zonder klamp met zijn oudste zus en pontbaas Gijs van Staveren, Oude Wetering ca. 1960; rechts mijn geboortehuis Veerstraat 40.

Een meesterkleermaker uit Dordrecht

De Groothoff-clan heeft zijn roots in Duisburg. De eerste Groothoff die in Zaltbommel wordt vermeld, komt echter uit Dordrecht.  Namelijk Johannes Groothof , die wordt ingeschreven in het Lidmatenregister van de kerk van Zaltbommel.

Lijst van de Ledematen Zalt-Boemel

Onder de letter J staat zijn naam met attestatie (een kerkelijke overschrijving) uit Dordrecht:Johannes Groothof Z'bommel 1769

Hoe zit dat nu?

Het antwoord vond ik in Duisburg: Johannes is een Duisburger. In ieder geval vond ik zijn doop vermeld in het doopboek van de Salvatorgemeinde in Duisburg: 6 october 1706. Zijn vader is Diederig Grootthoft en moeder: Anna (zonder achternaam). Ik vond 6 dopelingen uit dat gezin: Anna Gertraud, Gerhardt, Johannes, Rutger, Willem en Arndt. Iedere keer worden de namen van de ouders anders geschreven:
Diederig als: Derich, Diderich, Dirich, Diederich
Anna: Entgen, Engel, Enniken, Entgens (en veel later als Jenneke).
Grootthoft: Grothoff, Groothof, up den Grotenhof.
Anna heeft bij de andere kinderen wel een achternaam: Wiebuss, Weibuss, Wiebes, Wiebel.

Als bron beschikken we voor die tijd vaak alleen over DTB-boeken: doop-, trouw- en begraafboeken. Het handgeschreven Gotisch Duits (in het Stadsarchief van Duisburg) is lastig te ontcijferen; soms zijn de namen fonetisch opgeschreven, in een ander geval gebruikt men de roepnaam dan weer een officiële naam. De kerkenraadsnotulen vermelden de catechisanten die openbare belijdenis afleggen.

Anna doet belijdenis op 30 maart 1695 als Enniken Wibes (ook te lezen als Wibers)
…”Ihres Glaubens Bekenntnis haben abgelegt und nächts Erinnerung haben Freiheit zum heiligen Abendmahl zu gehehen…”

Ik vond echter geen Dirk Groothoff.

Omdat op 16 maart 1698 Entgens Wiebel trouwt met Derich vom Kloster en er vanaf september 1700 zes kinderen worden gedoopt van ‘Entgen’ en ‘Derich’, vermoed ik dat Dirk Klooster dezelfde is als Diederig Grootthoft. Heeft hij zich vanaf die tijd de achternaam Groothoff aangemeten? Misschien woonden ze wel “up den Grotenhof”?
Deze Diederig deed op 18 april 1696 belijdenis als: Diderich von den Closter.

Terug naar Johannes

Groothoofd met de blogger
Groothoofd met blogger Groothoff

In het Regionaal Archief in Dordrecht komt de naam Groothoff een paar keer voor. In september 1721 werd een Jan op den Groot Hoft in het kerkboek van Dordrecht ingeschreven. Onze Johannes is dan amper 15 jaar. Kan deze Jan onze Johannes zijn?
De schrijfwijze Groothooft komt vaker voor. Dit valt goed te verklaren, omdat er in Dordrecht een prachtige kade is: het Groothoofd.

Op donderdag de 3e mei 1737 wordt het huwelijk van Jan Groothooft en Maria Klop ingeschreven.

Jan Groothooft en Maria Klop huw 1737

Jongman van Doesburgh, een veel voorkomende verschrijving. Belangrijk is ook de vermelding van Jenneken Wiebes, zijn moeder, die schriftelijk toestemming heeft gegeven. Zij is dan weduwe van Dirk Groothooft. Deze Jan moet onze Johannes zijn! Johannes woont in de Nieuwe Kerkstraat, vlak bij de grote kerk.
Al op 17 september 1738 moet Jan Groothoff (dan al in de Gravenstraat) zijn huijsvrouw Marija Klop begraven; zij laat geen kinderen na, aldus het begraafboek.

Op 17 oktober 1743 treedt Jan (nu Johannes) voor de 2e keer in het huwelijk; met Geertruij van Saan, afkomstig uit Orsou. Orsoy is een garnizoensstadje aan de Rijn, iets ten noorden van Duisburg, in de 17e eeuw lag hier een Hollands garnizoen. Haar zuster Stijntje is getuige, …geassisteerd met… Geertruij woonde bij het Groothoofd. Er worden 3 meisjes geboren; helaas sterven ze alle 3 op jonge leeftijd.

Gravenstraat

Johannes (Jan) is (meester)kleermaker en blijkbaar gaan de zaken goed: hij koopt het huis in de Gravenstraat in 1749 en laat er in 1755 een verdieping opbouwen. De Gravenstraat is een kleine straat tussen de Wijnstraat en de Aardappelmarkt, niet ver van het Groothoofd.

In 1769 vertrekt het echtpaar met attestatie naar Zaltboemel.

Waarom Zaltbommel? De enige reden die ik gevonden heb is de zus van Geertruij, Stijntje van Saan. Zij woont in Zaltbommel, althans op 12 mei 1759 gaat zij daar in ondertrouw met Jurrian van der Ward, weduwnaar van Pietronella van Allen. Christina, zoals Stijntje officieel heet, is geboortig van Orsou; 31 mei trouwen ze. Tien jaar later op 15 april 1769 wordt Captijn van der Wart begraven. Vraagt Christina aan haar zus om bij haar in Zaltbommel te komen wonen?
In september van dat jaar worden Johannes en Geertruij als lidmaat ingeschreven van de Kerke van Zalt-Boemel.

Nu kan hier de geschiedenis beginnen.

1e Generatie

I.1        Dirich (Dirk) GROOTHOFF, geboren ca. 1678, overleden voor 1737.
Gehuwd voor de kerk op 16‑03‑1698 te Duisburg (als Derich vom Kloster en Entgens Wiebel) met Jenneke Wiebes, geboren ca. 1677, overleden na 1737.

Uit dit huwelijk:

  1. Anna Gertraud GROOTHOFF, gedoopt op 22‑09‑1700 te Duisburg (op 5 april 1719 doet Gertrudh Grothofts belijdenis).
  2. Gerhardt GROOTHOFF, gedoopt op 31‑10‑1703 te Duisburg, overleden voor 1780. Gehuwd voor de kerk op 26‑jarige leeftijd op 12‑03‑1730 te Duisburg met Anna Catharina POPPEN, overleden na 1755.
  1. Johannes (Jan) GROOTHOFF, (meester)kleermaker, gedoopt op 06‑10‑1706 te Duisburg, begraven op 08‑08‑1776 te Zaltbommel op 69‑jarige leeftijd, wordt 30 september 1721 als lidmaat ingeschreven te Dordrecht komende van (Roon?) onder de naam Groot Hoft; bij zijn huwelijk in 1737 is Jan Groothooft, Jongman van Doesburgh; bij zijn huwelijk in 1743 is Johannes Groothoff gebooren te Duisburgh; woont bij de Nieuwekerkstraat (1737); van 1738‑1769 in de Gravestraat; vertrekt 20 augustus 1769 naar Bommel.
    Gehuwd (1) op 30‑jarige leeftijd op 02‑05‑1737 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 19‑05‑1737 te Dordrecht, met Maria KLOP, geboren te Ha(a)ften, begraven op 17‑09‑1738 te Dordrecht. Gehuwd (2) op 37‑jarige leeftijd op 17‑10‑1743 te Dordrecht, gehuwd voor de kerk op 03‑11‑1743 te Dordrecht, met Geertruij (Geesken, 1769) van SAAN (van ZANEN), geboren te Orsou, begraven op 18‑09‑1782 te Zaltbommel, volgens het trouwboek “geassisteerd met haar suster Stijntje [Christina] van Saan”.
  1. Rutger GROOTHOFF, gedoopt op 07‑02‑1709 te Duisburg, vader en moeder: Dirch up den Grotenhof und Engel up den Grotenhof.
  2. Willem GROOTHOFF, gedoopt op 27‑03‑1714 te Duisburg, overleden na 1780. Gehuwd voor de kerk op 21‑jarige leeftijd op 26‑06‑1735 te Duisburg met Catharina ROS(s)ENDAHL.
  1. Arndt (Aernout, Arnoldus) GROOTHOFF, gedoopt op 28‑07‑1716 te Duisburg, overleden op 09‑01‑1759 te Rotterdam op 42‑jarige leeftijd, een Arndt (uit Duissern) doet 1736 belijdenis te Duisburg; woont vanaf ca 1745 te Rotterdam. Ondertrouwd op 19‑04‑1750 te Rotterdam, gehuwd voor de kerk op 33‑jarige leeftijd op 03‑05‑1750 te Rotterdam met Martijntje GOUDRIAAN, geboren te Gouderak, overleden na 1780.

Met een luchtballon naar Zaltbommel?

Een legende doorgeprikt.

Een mooi familieverhaal, een legende, kan vaak het begin zijn van genealogisch onderzoek. Zo hoorde ik zo’n verhaal van een oud-oom, die –achteraf gezien- bekend stond om zijn groot verbeeldingsvermogen. De legende kan net zo goed gaan over Mattheis, mijn voorvader, als Hendrik of Johann, oudere broers van Mattheis. Allen geboren in Duisburg, en net als de oudste broer Willem en de jongste, Gerhardt, tussen 1793 en 1810 in Zaltbommel verzeild en aldaar met meisjes uit de Bommelerwaard getrouwd. In Zaltbommel woonde al een zus van hun vader en eerder een broer van hun grootvader. Maar dat wist ik niet toen ik aan mijn onderzoek begon.

Op mijn vraag hoe de familie in Zaltbommel terecht was gekomen, antwoordde mijn oud-oom “met een luchtballon”.

Als kind neem je zo’n antwoord voor waar, later zet je daar vraagtekens achter. Toch liet het me niet los. Toen ik toegang kreeg tot een schat aan informatie, ik werkte bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht, begon ik onderzoek te doen naar de geschiedenis van de luchtballon en parallel daaraan de familiegeschiedenis.

In 1783 lukte het de Fransman Montgolfier een heteluchtballon op te laten stijgen, al spoedig gevolgd door een bemande reis met enkele personen in een mandje eronder. De techniek ontwikkelde zich snel en overal in Europa werden ballonnen opgelaten, maar bij bemande ballonnen ging het die eerste jaren altijd om Fransen.

Heteluchtballon

Na de Franse Revolutie streden de Fransen om de macht in Europa met de Pruisen, de Engelsen en de Oostenrijkers. Bij de slag om Fleurus (1794) in de Ardennen zetten de Fransen een compagnie d’aerostiers in met een luchtballon om van grote hoogte verslag te kunnen doen van de positie van de vijand. De ballon, gevuld met waterstofgas, werd op zijn plek gehouden door soldaten van de compagnie of een flink aantal paarden. De informatie uit de mand ging met vlagsignalen of met geschreven mededelingen die langs het touw omlaag werden gelaten. Bij Fleurus zou de inzet van de ballon mede geleid hebben tot de overwinning.

Observatieballon
Observatieballon

Omdat het een heel karwei was de ballon te vullen, werd deze soms dagenlang in de lucht gehouden en zo ook getransporteerd naar de volgende veldslag. Er zijn verslagen bekend van het voorbijtrekken van de compagnie in de buurt van Aken, op diverse plekken langs de Rijn en bij de overgang in Mainz via een schipbrug. In september 1796 werd de compagnie in Würzburg  door de Oostenrijkers veroverd, nadat aartshertog Karl daar het Franse leger had verslagen. In Wenen bevindt zich in het legermuseum nog steeds een van de oorlogsballonnen.

Nu de familie
Na het ‘Ardennenoffensief’ lagen de Fransen in de winter van 1794-1795 aan de Rijn tegenover Duisburg; in Duisburg waren Oostenrijkers gelegerd. Mattheis (1779) is nog te jong om te vechten, maar het is heel goed mogelijk dat een van zijn broers bij de Oostenrijkers in dienst trad en de veldtochten van 1795 en 1796 meemaakte. Misschien heeft Mattheis hen wel opgezocht in Würzburg en aldaar kennis gemaakt met de op de Fransen veroverde trofeeën. Maar of ze daar een proefballonnetje hebben opgelaten?
Dichterbij kon ik niet komen.

Inspectie door aartshertog Karl van de veroverde ballon
Inspectie door aartshertog Karl van de veroverde ballon

Aartshertog Karl bij de veroverde ballon; staat er een Groothoff tussen nrs. 3 en 4?

Oostenrijkers veroveren een Franse ballon

Bronnen:

http://www.carnetdevol.org/aerostation/ballons.htm

http://en.wikipedia.org/wiki/French_Aerostatic_Corps

Aventures de guerre : souvenirs et récits de soldats (1792-1809) / recueillis et publ. par Frédéric Masson ; ill. par F. de Myrbach. Paris, 1894