Sea captain’s vow

Home on wife’s birthday
A Dutch seafarer, Captain J. Groothoff, who arrived at Wellington in the Wanganella on January 15 from Sydney is in a great hurry to get back to the other side of the world. He has promised to be in Ireland by February 21, the birthday if his Irish wife (writes the “Weekly news”).

Captain Groothoff, who is still a young man, served 27 years in the Royal Packet Navigation Company, the premier shipping line of Holland. He has left the service in accordance with the company’s policy of retiring its officers at the age of 45 to make room for the generation of sailors coming forward.
An other reason of the captains haste to return to Ireland, he told a representative of the Dominion, is that he is anxious to get on with the planting of the new season’s potatoes at his home overlooking Dublin Bay. He recently completed a voyage as a passenger in the Finnish barque Passat, from Copenhagen to Port Victoria, South Australia. The love of the sea, which never dies in a sailor, called him away from his happy little home and his cabbages and potatoes.
Captain Groothoff’s wife allowed him to go on one condition – that he came back in time for her birthday. “I wouldn’t fail in my bargain for anything in the world”, he said in explaining that, much as he wished to see New Zealand, he was able to make only a fleeting visit. He sailed from Auckland in the Rangitata on Friday. He is due to reach Great Britain with three days to spare.
When Captain Groothoff first met the girl who was to become his wife she was a colleen passing through Holland in 1905 on her way back from college in Switzerland, and he a cadet in a nautical school. Romance developed quickly, but the war and Captain Groothoff’s service in the East with his company intervened before their marriage was possible in 1919.
The pretty Irish girl became a nurse with the British Army while her future husband as a neutral served his company on the Cinese Coast in the Malay Archipelago and in the East generally. He rose in the service and on attaining the rank of captain felt qualified to marry his ”little Irish nurse”.
For 11 years they made their home in Singapore, and on Captain Groothoff’s retirement three years ago they bought a place in Dublin. There the captain gardens as a hobby. He is proud of his home and the potatoes, cabbages and tomatoes he grows.

[The Telegraphe, Brisbane QLD, 4 feb 1935]

The Telegraph (Brisbane, QLD) – 4 feb 1935

Willem, de kuiper

Wat een bedrijvigheid in de kuiperij van Groothoff aan de Gamersche straat. Er werd gezaagd, geschaafd, gestoken, gespannen, geklonken. Een paar keer per week stookten de gezellen de stoomoven hoog op om de staken en duigen buigzaam te maken. Een langdurig proces van drogen, verhitten, opbuigen en weer drogen. Als dat niet secuur gebeurde konden de kuipen lam trekken of barsten. Losse hoepels hingen in grote getalen aan de wand. Zo nu en dan klonk er een niet-Hollandse vloek.

Bron: Rijksmuseum
Bron: Rijksmuseum

Naar goede kuipen was altijd vraag. In de Franse tijd werd Willem Groothoff deftig ‘tonnelier’ genoemd; voor de bevoorrading van de schansen -van Sint-Andries tot aan Loevestein- was er behoefte aan zijn kuipen. Eind 1813 trokken de Fransen weg en kwamen de Pruisen, kon hij weer even Duits praten. Tot diep in Frankrijk gingen zijn kuipen met de fouragewagens mee.

In vredestijd kwam de gewone handel weer op gang. Ook voor een goede steenkuip voor de molensteen, gistkuipen voor de brouwerij en karntonnen kon men bij hem terecht.

Inhoudsmaten
Bij de invoering van het nieuwe stelsel van inhoudsmaten voor de Nederlanden in de jaren ’20 kreeg Willem Groothoff het razend druk. Op tijd had hij de werkplaats uitgebreid en mooi eikenhout ingeslagen. De goede ijkmeters van de pas aangestelde ijkmeesters hielpen hem zich aan de nieuwe maten te houden. Hij had een zekere naam opgebouwd: tot in Arnhem wisten ze hem te vinden.

Bron: Arnhemsche Courant 08-11-1823
Bron: Arnhemsche Courant 08-11-1823

In de Zaltbommelse almanak van 1826 moest nog steeds uitgelegd worden hoe de nieuwe maatverdeling in elkaar stak. Mudde, schepel, maatje, kop in plaats van schepel, pint, vat, kroes.

Vegelijkingstabel

In 1828 mocht Willem voor het ambachtsonderwijs in Zaltbommel een serie inhoudsmaten voor droge waren maken: een dubbele mud (turfton), de enkele mud voor aardappels, de halve mudde, waarvan de extra stevige versie gebruikt werd voor steenkool of kalk; verder een kward mudde en een schepel. Zo’n turfton kostte 8,50 guldens, voor de kalkton vroeg hij 8 guldens en een schepel deed 2,20.

Vanaf 1828 worden Willem en zijn vrouw Pauline genoemd als binnenvader en –moeder van het Gasthuis aan de Gasthuisstraat. De binnenvader was de ‘directeur’, de binnenmoeder had de leiding over de verzorging.

In 1835 had hij als kuiper voor 18,30 de binnenvader nog een aardige badkuip geleverd.

Kuip -3

Het gezin
Willem was in 1798 getrouwd met Pauline van Anrooy uit Nieuwaal. De familie Van Anrooy was een bekend geslacht in de Bommelerwaard.
Na zoon Willem (1801), kwamen er 3 meisjes: Willemijntje (1803), Catharina Geertruij (1804) en Anna Sophia (1806), als 5e kwam Jan Arnoldus (1809) ter wereld. Helaas werden de jongens niet oud, Willem stierf tussen 1804 en 1810, Jan Arnoldus in 1824, ook nog maar 14.
Van de meisjes is alleen Willemijntje getrouwd. Van Catharina is bekend dat zij winkelierster was.

In 1829 werd Willem voogd voor de 2 oudste zonen van broer Gerrit, die dat jaar was overleden. Had hij toch nog 2 ‘zonen’.

Een dag voor zijn overlijden wordt op 4 juli 1849 nog een testament opgemaakt, waarin de getrouwde dochter 350 gulden krijgt toegewezen, de andere dochters zijn erfgenaam voor de overige zaken.

Er lopen geen Groothoffen meer rond die van Willem afstammen.

Wilhelm GROOTHOFF W1, tonnelier (1810), kuiper, geboren op 22‑01‑1770 te Duisburg, overleden op 05‑07‑1849 te Zaltbommel op 79‑jarige leeftijd. Willem wordt ingeschreven in het Burgerboek van Zaltbommel d.d. 15 april 1793, waarbij [oom] Wm. de Bie zich “als borge constitueert”; 4 juli 1849 wordt bij de notaris een nieuw testament opgemaakt, waarin dochter Willemijntje driehonderdvijftig gulden krijgt toegewezen; voor de overige zaken zijn de andere twee dochters Catharina Geertruij en Anna Sophia erfgenaam.
Gehuwd op 28‑jarige leeftijd op 20‑10‑1798 te Zaltbommel, gehuwd voor de kerk op 08‑11‑1798 te Zaltbommel met Pauline van ANROOIJ, 28 jaar oud, geboren op 18‑07‑1770 te Nieuwaal, overleden op 18‑11‑1858 te Zaltbommel op 88‑jarige leeftijd, dochter van Jan Arentse van ANROOIJ en Willemke van HEUCKELOM.

Uit dit huwelijk:

  1. Willem GROOTHOFF W2, geboren op 02‑05‑1801 te Zaltbommel, gedoopt op 21‑05‑1801 te Zaltbommel, overleden 1804‑1810(wordt niet genoemd in “l’Etat de population” van 1810).
  2. Willemijntje (Wilhelmina) GROOTHOFF W2, geboren op 26‑02‑1803 te Zaltbommel (EP), gedoopt op 27‑02‑1803 te Zaltbommel, overleden op 14‑01‑1874 te Zaltbommel op 70‑jarige leeftijd.
    Gehuwd op 19‑jarige leeftijd op 02‑06‑1822 te Haaften met Hendrikus de WIJS, 29 jaar oud, onderwijzer te Hellouw (1849), geboren op 16‑03‑1793 te Heerewaarden, overleden op 30‑11‑1863 te Haaften op 70‑jarige leeftijd, zoon van Gradus de WIJS en Gerritje SPARO.
  1. Catharina Geertruij GROOTHOFF W2, winkelierster, geboren op 09‑10‑1804 te Zaltbommel(EP), gedoopt op 11‑10‑1804 te Zaltbommel, overleden op 14‑06‑1888 te Zaltbommel op 83‑jarige leeftijd.
  2. Anna Sophia GROOTHOFF W2, zonder beroep, ongehuwd, geboren op 09‑03‑1806 te Zaltbommel (EP), overleden op 10‑03‑1879 te Zaltbommel op 73‑jarige leeftijd, getuige is o.a. neef Arnold, 57 jr., gemeentebode; in de acte wordt als vader Frans (!?) Willem genoemd.
  3. Jan Arnoldus GROOTHOFF W2, geboren op 25‑11‑1809 te Zaltbommel(EP), gedoopt op 03‑12‑1809 te Zaltbommel, overleden op 21‑06‑1824 te Zaltbommel op 14‑jarige leeftijd.

Groothoffiana

Op deze pagina’s wil ik de geschiedenis van de familie Groothoff uit Zaltbommel beschrijven tussen 1769 en 1925. In 1769 duikt de naam hier op, in 1925 overlijdt de laatste telg in Zaltbommel. In deze periode leefden er tientallen Groothoffen, misschien wel enkele honderden, in deze stad, vandaar een foto van de Waterpoort.
Waarom kwamen zij naar Zaltbommel, wat was hun geschiedenis en waar zijn ze terecht gekomen? Van de bekendste van deze Bommelaars wil ik een levensbeschrijving maken. Hopelijk duiken er tijdens mijn onderzoek nog aardige anekdotes en interessante documenten op. “Groothoffiana” heetten deze stukjes al in 1930 in het Zalt-Bommelsch nieuws- en advertentieblad:

Groothoffiana

Groothoffiana. We hadden niet gedacht, dat onze terloopsche mededeeling over de ligging der ouderlijke woning van den voetbalexpert Groothoff nog zooveel belangstelling zou wekken. Wij hadden dit huis in de Gamersche straat „geplaatst”. De heer A. G. E. te Hilversum, die als goed oud-Bommelaar bij herhaling van zijn interesse voor ons stadje en de levensweerspiegeling daarvan in ons blad blijk geeft, schrijft ons: “dat hij na 1890 geen Groothoffs meer in de Gamersche straat kan aanwijzen. In de Waterstaat woonde even voorbij het hotel Gottschalk een kruidenier Groothoff, verder woonde daar waar de Gasthuisstraat in het Walstraatje overgaat, naast de stal van Job Dekker een melkboer Groothoff.”

Welnu, de schrijver heeft gelijk, doch wij niet minder. Want wat is het geval: de ouders van den sportjournalist Gr. hadden een bakkerij in het huis in de Gamersche straat waar thans de Wed. Blijdenstein woont. Hun buren waren aan de eene zijde de dames de Kanter, later de Inspecteur der Dir. Belastingen Toewater en in de tegenwoordige zaak van den heer Weenink was het postkantoor onder directie van den heer W. F. de Virieu. — Aan de andere zijde de tuinman en slijter Jan van Ekelen, de brievenbesteller v. Balkum, B. Wolf en Gerard van Broekhoven.

De heer Groothoff Sr. huwde in 1878, verhuisde in 1882 en verkocht zijn zaak aan zekeren de Haan. Bij de fam. Gr. heeft nog een der heeren van Lookeren Campagne op kamers gewoond. Zoo hebben we thans van een tijdgenoot een situatieschets van de bewoning der Gamersche straat in de ’80-er jaren. Inderdaad komen er dus na 1890 geen Groothoffs meer voor.

Intusschen zal het voor oude Bommelaars wel typisch zijn deze mededeelingen met hun eigen geheugen te verifieeren.

P.S. Kruidenier Groothoff is Hendrik Groothoff (1857-1945), mijn overgrootvader.