Hendrik en Willemijntje 1850

Gouden huwelijk

We schrijven 28 april 1850. We zitten met Hendrik Groothoff, 77 jaar, en zijn vrouw Willemke Stapelkamp, 69 jaar, in de opkamer aan de Gasthuisstraat te Zaltbommel. De tafel is feestelijk gedekt. Is er iets te vieren? Jazeker, vijftig jaar geleden trouwden Hendrik en Willemijntje in Tiel. We kijken terug op hun huwelijksjaren.

Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800
Trouwinschrijving in Zaltbommel 1800

Wie zitten er aan tafel?
[* de 12 kinderen roodgekleurd]

Lambertus (1802), de oudste zoon; hij is sinds vorig jaar weduwnaar na het overlijden van zijn vrouw Anneke van Asch; hun zoon Hendrik Willem (1833) is er, hij is het oudste kleinkind. Lambertus woont in Leerdam, hij is arbeider. Lambertus is niet de eerstgeborene; aan tafel is vast wel gesproken over Arnoldus, geboren in 1801, maar al gestorven toen hij 4 was.
Na hen kwamen Willem Arie (1804) en Anna Catharina Geertruij (1806); zij zijn ook op jonge leeftijd overleden, Willem Arie werd 22 jaar, Anna slechts 2.
Davit (1808) is de volgende; hij is er, met zijn Amsterdamse vrouw Maria Catharina Beijst en hun zoon David Hendrik; zij wonen in Utrecht. Davit is koetsier, aanvankelijk in Leiden. Is dat de reden dat er zoveel zusjes naar Leiden kwamen?Schoonzoon Cornelis van den Worm uit Leiden mag niet ontbreken, de man van Aaltje (1810) én Geertruij Wilhelmina (1812). Hij trouwde eerst met Aaltje in 1834 en na haar overlijden met Geertruij in 1847. Dat ging niet zomaar, want het was niet toegestaan dat je met je schoonzus trouwde.Vrijstelling schoonbroeders 1847

In het huwelijksformulier staat “vrijstelling verleend der wettelijke bepalingen, waar bij de huwelijken tusschen schoonbroeders en schoonzusters verboden wordt…”
Helaas is Geertruij afgelopen jaar overleden. Misschien zijn alle 6 kinderen wel meegekomen met de stoomboot vanaf Gorinchem.
We zien Jenneke (1814) en haar man Hendrik Olivier, ook uit Leiden. Olivier is een bekende Leidse achternaam! Zij zijn in ’47 getrouwd en hebben een zoontje van 2; Jenneke is weer zwanger. Hendrik Olivier was eerder getrouwd en heeft al 6 kinderen.
Arnolda (1816) is over uit Rotterdam; Christiaan (1819) ontbreekt, hij is als kanonnier in Nederlandsch-Indië.
Willemijntje (1823) uit Den Haag en de jongste Anna Sophia (1825) maken de kring rond.

Broers
Geen van de kinderen woont in Zaltbommel. Maar in de stad wonen nog wel 2 broers van Hendrik, zij zijn zeker uitgenodigd. Johannis,  brood- en banketbakker, is 74 en zijn vrouw Jenneke Stapelkamp 62, jawel een zusje van Willemijntje. En natuurlijk Mattheis,  slager, 70 jaar oud, zijn vrouw Jenneke is een paar jaar geleden gestorven.
Johannis heeft voor mooie taarten gezorgd en Mattheis heeft vast extra geslacht.

Als het populaire boekje “Gouden Bruiloft” van Willem Musschert rondgaat, zal er hier en daar uit voorgelezen worden, bijvoorbeeld:

“t Maal gaat intusschen voort, en menig lekkre beet
houdt de eetlust aan de gang. Geen dischgenoot vergeet
De taart te prijzen vol gesuikerde ingewanden.
Men zendt gebak en zoet, de roomvla bruin van ‘t branden,
Den tulband blank van deeg, de Bruiloftstafel rond
En kweemoes klaar als glas dat wegsmelt in den mond.
Dat smaakt den kindren recht –  Zij juichen en verblijen
Zich in de overvloed van zoo veel lekkernijen
En vragen immer meer, al zijn zij ruim verzaad.
Hun Moeder weigert maar “Wat zoet is kan geen kwaad”
Zegt keer op keer de Bruid “het eten doet hen groeien.
‘t Feest moet hen heugen en met loopen en met stoeien
Komt alles weer te recht. Neme elk zoo veel hem lust”.
Nu geeft de Moeder toe, haars ondanks, ongerust
Voor de uitkomst en ziet rond, en telt, door zorg gedreven
De schotels op den dis, nog ongerept gebleven.”

Getuigen
Volgens mij kwamen Hendrik en zijn vrouw niet vaak buiten de stad. Bij geen van de bruiloften van de kinderen waren zij aanwezig; al die huwelijken werden ook ver buiten Zaltbommel voltrokken.
Bij Aaltje in 1834 in Leiden is er melding van een schriftelijke toestemming (‘consenterende’) van Hendrik en Willemijntje voor het huwelijk.
“…consenterende blijkens hunne acte, op den zevenden april achttienhonderd vierendertig voor den notaris Johann Martin Godfriet Hoffmann van Hove en getuigen te Zaltbommel gepasseerd, behoorlijk geregistreerd…”Aaltje H2 huw 1834 zonder ouders

In februari van dit jaar 1850 was Hendrik voor het eerst officieel getuige bij een huwelijk, namelijk die van een neef. Dat huwelijk was dan ook in Zaltbommel. Tot vorig jaar trad zijn broer Willem, de kuiper, namens de familie als getuige op. Na Willems overlijden, is Hendrik de oudste van de stamhouders en vertegenwoordigt hij de familie.

Getuige in 1850

Handtekening 1850

Je herkent de hand, die het schrijven niet gewend is en de leeftijd.

Even vooruitkijken
Anna Sophia zal in 1855 in Leiden trouwen met Jan Hendrik Olivier, een zoon van Hendrik Olivier (de man van Jenneke) uit zijn eerste huwelijk. Zo wordt Anna Sophia de schoondochter van haar zuster Jenneke
Tenslotte trouwt Willemijntje in 1858 in ’s-Gravenhage met Karel George Termolen.
Arnolda blijft ongetrouwd.
Christiaan komt in 1852 in Sambas op Borneo om; de omstandigheden zijn onduidelijk. De ene expeditie na de ander werd in de Indische wateren uitgevoerd. Christiaan was beroepssoldaat, kanonnier 2e klasse. Hij is op 10 november 1848 uit Nederland vertrokken met het schip de Sara Jacoba. Zijn overlijden wordt vermeld in de Nederlandsche Staatscourant van zondag 16 en maandag 17 juli 1854, onder de kop Staat van Nalatenschappen; er is een saldo van 2,00 gulden te innen!

Christiaan ov Sambas

Overlijden
Vader Hendrik overlijdt een paar maanden na zijn gouden bruiloft in december 1850; getuigen zijn zoon Lammert en neef Abraham Groothoff, onderwijzer te Sliedrecht, een zoon van Gerrit.Ov acte Hendrik 1850

Een paar jaar later verhuist moeder Willemijntje naar Leiden; trekt ze in bij Jenneke? Ze overlijdt daar in 1855, 74 jaar oud. In het kerkboek van Zaltbommel is alles bijgehouden. De bladzijde begint in 1800, met attestatie “van Rotterdam” en eindigt met attestatie “n Leyden 1853”. En dat alles op één regel.Attestatie van Willemijntje

Op dezelfde bladzijde wordt haar zwager Wilhelm Groothof genoemd; hij was in 1793 al als burger in Zaltbommel ingeschreven en in 1798 getrouwd; blijkbaar heeft hij tussen Duisburg, waar hij geboren is, en Zaltbommel een tijdje in Essen gewoond en in 1800 alsnog een attestatie uit Essen kunnen regelen.

Familiepuzzle in Leiden
Toch ook nog even aandacht voor de schoonzoons Cornelis van den Worm en Hendrik Olivier, hoofdrolspelers in de Leidse clan.

Cornelis van de Worm wordt geboren op 27 april 1804 in Leiden. Hij is timmerman in de Muscadelsteeg, later aan het Rapenburg.

  1. In 1834 trouwt hij met Aaltje Groothoff, Aaltje overlijdt in 1846
  2. In 1847 huwt hij haar zuster Geertruij Wilhelmina; zij overlijdt in 1849
  3. In 1850 trouwt Cornelis met Harmina Johanna Freeriks; getuige zijn zijn vader, 79 jaar, en drie bedienden uit het museum; Cornelis is rijksambtenaar geworden en als custos (beheerder) in dienst van het Rijkskabinet van Teekeningen, Prenten en Pleisterbeelden, meestal het Prentenkabinet genoemd; Cornelis wordt voor de derde keer weduwnaar
  4. en trouwt in 1857 met Jenneke ten Zijthoff

Rapenburg in Leiden met rechts het "Rijkskabinet van Prenten - Museum van Pleisterbeelden"
Rapenburg in Leiden met rechts het “Rijkskabinet van Prenten – Museum van Pleisterbeelden”

Hendrik Olivier, bakker in de Breedstraat, is bij het 2e en 4e huwelijk van Cornelis getuige; Hendrik is namelijk een zwager van Cornelis.
Eerst trouwde Hendrik Olivier in 1832 met Clasina Labree. Clasina overlijdt in 1846; er zijn 6 kinderen, waaronder Jan Hendrik Olivier en Pieter Jacobus Olivier.
In 1847 trouwt Hendrik met Jenneke Groothoff, en wordt zo zwager van Cornelis, die getuige is bij dit huwelijk.
Zoon Jan Hendrik trouwt in 1857 met Anna Sophia Groothoff, het jongste zusje van Aaltje, Geertruij en Jenneke; getuige: Cornelis van den Worm, die door dit huwelijk de zwager wordt van de vader én de zoon. De schoonzus van Hendrik wordt nu ook schoondochter en Jenneke wordt door dit huwelijk de schoonmoeder van haar zus.

Er is nog een relatie tussen Cornelis en Hendrik, want in 1870 trouwt Pieter Jacobus Olivier, zoon van Hendrik en Clasina Labree met Hendrica Henriëtta van den Worm, dochter van Cornelis en Aaltje Groothoff, uit zijn eerste huwelijk.
Droeve voetnoot: Hendrica Henriëtta overlijdt een week na het huwelijk.

Zie voor een overzicht van het gezin https://groothoff.wordpress.com/stamboom/

 

Hendrik, landbouwer

Hendrik, de tweede stamhouder in deze familiegeschiedenis, is geboren in Duisburg. Zie het verhaal van de 5 stamhouders. Zo rond z’n 25e kwam hij naar Zaltbommel. In april 1800 trouwde hij met Willemke Stapelkamp, vaak Willemijntje genoemd. Zij kwam uit Tiel en woonde een tijdje in Rotterdam. Zij trouwden op 28 april in Zaltbommel op het stadhuis, twee dagen later voor de kerk in Tiel.

In 1803 kochten zij een huis aan de Gasthuisstraat, met stalling en bouwhuis
…aan en bij de anderen gelegen, mitsgaders een hof of tuin, gedeeltelijk mestplaats , agter het erf van dezen stad aan de wal aldaar gelegen met het recht van uit- of doorweg door de steeg of gang naar den hof en mestplaats…”
voor het bedrag van 2200 gulden. Een bouwhuis is een werkplaats bij een woning, een schuur of een stal. In 1804 is er een acte opgemaakt voor de schepenen van Zaltbommel: een schepenschuldbrief. Zij kopen het huis van mevrouw H.W. Finman,  weduwe en erfgename van wijlen den ontvanger M. Mesteecker.

Schepen schuldbrief 1804
Schepen schuldbrief 1804

Om de acte is een verzegeld voorblad gevouwen. Van het zegel is weinig over, de schuldbrief laat mooi de tand des tijds zien.

Zegel bij koopacte-klein

Hendrik was landbouwer, maar woonde in de stad. Niet zo vreemd als het lijkt, in Zaltbommel waren een flink aantal stadsboerderijen. Tot in de jaren ’60 van de 20e eeuw vond je er melkstallen met koeien in de bebouwde kom.
Omdat de hof en de mestvaalt achter woonhuizen en een aantal scholen liggen, wordt er recht van overpad verleend. Op de oudste kadastrale kaart van 1832 is de ligging nog goed te zien.

Bron: Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Bron: Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Aan het eind van de Gasthuisstraat loop je zo tegen nr. 204 op, het woonhuis (met bouwhuis en stalling); de hof is nr. 199 en een extra stalling nr. 196. Die stalling en de hof (nrs. 196 en 199) zijn hier op de kaart te vinden achter een heel rijtje scholen, de  Latijnsche, de Stads Armenschool en de Fransche School. Goed is de steeg naast de Latijnsche school te zien. (klik op de kaart en foto’s voor meer details)

Op een afbeelding van voor 1900 is links achterin (op locatie nr. 204) aan het einde van de straat een flink woonhuis te zien. Als die woning  50 jaar of ouder is, was dat de woning waar Hendrik en Willemijntje woonden.

Gasthuisstraat voor 1900
Gasthuisstraat voor 1900

Rond 1900 is die woning afgebroken; vanaf die tijd staat er op ansichtkaarten een nieuwe dubbel woonhuis op die hoek.

Gasthuisstraat na 1900
Gasthuisstraat na 1900

In de loop der jaren had Hendrik her en der wat lapjes grond verworven. Bijvoorbeeld net buiten de stad op de wal; in 1846 werd er door de gemeente een houten tent als wachtlokaal voor de stoomboot geplaatst.

Kade van Zaltbommel
Kade van Zaltbommel

Er is een ets uit 1854, waarop een stoomboot Zaltbommel aandoet; het gebouwtje links zou zomaar de houten tent op de hof van Groothoff kunnen zijn.

Bron: Rijksmuseum

Gezin
Hendrik en Willemijntje krijgen een groot gezin: 12 kinderen worden geboren. Zeven van hen trouwen. In het volgende blog zal ik de familierelaties uit de doeken doen.